1. Vitis vinifera botanisch:
Wetenschappelijke naam: Vitis vinifera (Europese druiven) en
Vitis
labrusca (Amerikaanse druiven)
Familie: Vitaceae - druivenfamilie
Zeer geschikt om te leiden aan een muur/ draad.
2.Werkwijze bij deze druiven-zomersnoei:
Het op éénzetten (ébourgeonneren)

Uit de twee of drie ogen/ knoppen, die men tijdens de wintersnoei behield, en
eventueel uit de onderogen, lopen dan drie - vier druivenscheuten uit. Daarvan
behouden we er normaal maar één. Dit op enkel zetten ("op 1
zetten"), zal men zo vroeg mogelijk trachten te doen. Weliswaar
kunnen we dit maar doen nadat we nagekeken hebben, welke de beste
druivenscheut met de zwaarste druiventros is. We doen het echter zo vlug mogelijk
omdat in het beginstadium deze scheuten zich voeden met het zetmeel
en de voedingsstoffen die in het oude hout van het jaar tevoren
werden opgeslagen.
In openlucht kan dit werkje rond einde mei of begin juni
gebeuren. In de kas (serre) zal dit werk vroeger gebeuren.
Probeer elke scheut met tros (trossen) ca 10-15 cm afstand te
geven.
Op een volwassen plant (minstens 6 jaar oud) kunnen er ongeveer 20 -
25 scheuten overblijven. Deze geven in het najaar dan 20-30 mooie
trossen met dikkere bessen dan moest het werk niet gebeurd zijn.
Geënte druivenplanten voor het teeltsysteem "Enkele Guyotsnoei":
- Kleinere planten werden niet ingesnoeid in januari
(februari, maart) en hiervan laat men 1 scheut mooi verticaal omhoog
groeien. De overige scheuten worden op 2 bladeren ingenepen. Zie "Fruit-snoeikalender"
- De grootste planten werden in januari-februari op ca 60 (70) cm
boven de grond ingesnoeid. Hieruit zijn 3 tot 6 scheuten ontstaan.
De bovenste 2 (3) stevige scheuten zal men mooi verticaal omhoog
binden
De overige zwakke en lagerstaande scheuten worden volledig
weggebroken of weggeknipt. Door de overtollige scheuten te
verwijderen kunnen de overblijvende 2 (3) scheuten beter
ontwikkelen. Lager dan 50 cm zal men alle nieuwe scheuten direct
verwijderen zodat de stam goed kan ontwikkelen.
- Vanaf het tweede of derde groeijaar worden de zijscheutjes/
okselscheuten (dieven) op 1 of 2 (3) bladeren ingesnoeid. Vanaf het
9de blad mogen de zijscheutjes volledig weggebroken worden.
.
3.Lamsteligheid door laattijdig druivenscheuten te verwijderen
Laat men de andere druivenscheuten te lang staan, dan
onttrekken deze voedingsstoffen aan de te behouden scheut, wat
ongunstig inwerkt op de grootte en afspeenbaarheid van de te
behouden scheut en tros.
Bij de druivenrassen Vitis 'Frankenthal' en 'Muscat' kan dit
tot lamsteligheid leiden. (Fysiologische ziekte).
Heeft men de keuze tussen 2 evenwaardige scheuten, dan behoudt men
de scheut met de breedste voet of met de grootste bladeren. Een
brede voet laat het voedingssap beter door. Hoe groter de druivenbladeren
zijn, des te meer verwerkte voedingsstoffen (assimilaten) naar de
scheutbasis kunnen vervoerd worden.
4.Het verwijderen van overtollige druiventrossen
De druiventrossen zijn na het uitlopen van de scheuten reeds na een paar
dagen zichtbaar. Op een productieve scheut kunnen zich meerdere
trossen vormen. Het verwijderen (afsmijten) van de overtollige
trossen doet men zo vlug mogelijk , omdat de overblijvende trossen
dan sneller toenemen in volume. Normaal wordt steeds de 1ste druiventros op
de scheut behouden. Deze is meestal zwaarder dan de 2de en rijpt ook
vlugger. Bij sommige Vitis 'Royal'-klonen of typen , zal men de 2de tros
behouden, omdat deze meestal beter afspeent.
Men mag per druivelaar niet te veel trossen laten staan. Een
volwassen druivelaar zou niet meer dan 30 (35) druiventrossen mogen dragen.
Indien men teveel trossen laat staan dan verlaat men de oogst, zal
de kleuring moeilijker verlopen (blauwe rassen), is er meer kans op
lamsteligheid en meer kans op een misoogst het volgende jaar. Van
het druivenras Vitis 'Muscat' zal men minder trossen laten staan, doordat deze
zwakker groeit.
5.Innijpen jonge druivenscheuten voor de bloei
Vlak voor de bloei van de druiven nijpen (snoeien of inpitsen) we de scheut in op 4 - 5 (7)
bladeren, waardoor de voedingsstoffen beter naar de druiventros kunnen.
Hierdoor krijgen we een betere afspening van de trossen. In een
serre tracht je de luchtvochtigheid (RV) in de voormiddag te
verlagen, om het afwerpen van de bloemkapseltjes mogelijk te maken
en het verspreiden van het (droog) stuifmeel mogelijk te maken.
Druiven zijn vooral windbloeiers. Luchten in een serre (voormiddag)
is dus gunstig tijdens de bloeiperiode.
6.Okselscheuten innijpen bij de zomersnoei:
De okselscheuten worden in de zomerperiode op 1-3 (4-5) bladeren ingenepen. Het aantal bladeren is afhankelijk van de plaats die men
heeft. Dit innijpen van de okselscheuten moet zeker voor 20 augustus
gebeurd zijn. Het rijpingsproces van de druiven kan dan beginnen.
Hechtranken aan druiventrossen en scheuten kunnen ook weggebroken worden.
Probeer dit innijpen van de okselscheuten te spreiden over 2-3 weken
zodat de groei niet volledig stilvalt.
Druiventrossen die door te radicale zomersnoei teveel in de zon
hangen zijn vatbaar voor zonnebrand.
Later dan half augustus is het dikwijls niet meer nodig om
zomersnoei toe te passen. Veel gezonde (groene) bladeren geven
zoetere bessen.
7.Inbinden of vastmaken druivenscheuten:
In een serre (kas) kan men jonge druivenscheuten met papierstrips,
wasknijpers of koord vastmaken aan een draad die ca. 30 cm boven de
draagtakdraad gespannen is. De zon mag NIET rechtstreeks op de
trossen kunnen schijnen, want dan is besverbranding mogelijk!
Voor meer teeltinformatie: zie boek "Groente
& Fruit Encyclopedie"
Succes als je het eens wil uitproberen!

Dit artikel werd samengesteld door
G. De Kinder - www.houtwal.be |