|
Er is een groot verschil in
voedselbehoefte tussen de verschillende fruitsoorten. Een fruitgewas dat normaal groeit is meestal minder vatbaar voor plagen
en ziekten. Matig bemesten en regelmatig snoeien maakt de planten minder
vatbaar. Op lichte gronden moet meestal meer bemest worden dan op
zwaardere gronden.
1.Voorjaarsbemesting
in de fruittuin:
In maart en april kan de eerste maal bemest
worden. Indien nodig kan er in juli een tweede maal bemest worden.
Sterkgroeiende fruitbomen, kiwi's, vijgen en houtig kleinfruit mogen niet teveel
bemest worden met stikstof, want dan groeien ze nog sterker. Een te
sterke groei is nadelig voor de vruchtbaarheid (vruchtenproductie).
Bij een te sterke boomgroei is er meer aantasting van bladluizen en
van sommige schimmels.
Een te zwakke groei is ook nadelig voor de bloemaanleg en kan de
oorzaak zijn van een tegenvallende oogst.
Kalium zorgt in de plant voor de stevigheid. De vruchten worden
steviger en smakelijker. Een teveel aan kalium kan magnesium- en
kalkgebrek veroorzaken.

Fosfor zorgt o.a. voor een goede wortelvorming. Bij het planten kan
een beetje beendermeel in de plantput gedaan worden.
2. De bemestingsdosis is
niet altijd gelijk!
Op lichte grond (zandgrond) is er meer uitspoeling van mineralen en moet
meer bemest worden dan op zware grond (kleigrond).
Op gronden waar regelmatig compost en mulch wordt gebruikt is er
minder uitspoeling van mineralen.
Strooi geen meststoffen
op de eerste vijf meter langs een waterloop. Op hellende percelen
strooit u geen meststoffen op minder dan 10 meter van een waterloop.
Pas geplante
fruitbomen, druiven en kleinfruitstruiken moeten niet of slechts een
beetje bijgemest worden, om te voorkomen dat de wortels verbranden.
Een laagje compost en hakselhout uitstrooien op de plantspiegel (rond de
boom of struik) is voldoende. Hou de boomstam vrij om verbranding en
schimmelinfectie te voorkomen.
3.Bemestingshoeveelheid?
Fruitbomen en fruitstruiken onttrekken per jaar de volgende hoeveelheden
voedingsstoffen aan de grond, uitgedrukt in gram zuivere stof per m².
Er is een groot
verschil in voedselbehoefte tussen de verschillende fruitsoorten.
Sterkgroeiende fruitbomen, kiwi's, vijgen en houtig kleinfruit mogen
niet teveel bemest worden met stikstof, want dan groeien ze nog sterker.
Een fruitgewas dat normaal groeit is meestal minder vatbaar voor plagen
en schimmelziekten.
Op zandgrond is er meer
kans op uitspoeling van mineralen dan op leem- en kleigronden, waardoor
op zandgrond meestal meer bemest moet worden. Op gronden met een hoog
gehalte aan organische stof is er minder uitspoeling van voedingsstoffen
(mineralen).
Om uitspoeling te voorkomen wordt er op zandgronden soms aangeraden de
kaliummeststoffen pas in april uit te strooien. (Met een herhaling in
juni).
| Fruitsoort (per m²) |
Stikstof (N) |
Fosfor (P) |
Kalium (K.) |
Calcium (Ca) |
|
| Appelbomen |
6,5 |
3,5 |
8,0 |
8,0 |
|
| Druiven |
7,0 |
4,0 |
7,0 |
14,0 |
|
| Perenbomen |
5,0 |
2,0 |
5,0 |
6,0 |
|
| Perzik- en nectarinebomen |
10,0 |
5,0 |
10,0 |
14,0 |
|
| Pruimenbomen |
4,0 |
2,0 |
6,0 |
6,0 |
|
| Zoete- en zure kersen (krieken) |
7,0 |
4,0 |
8,0 |
9,0 |
|
| |
|
|
|
|
|
| Kleinfruit (braam, framboos, rode trosbes) |
4,5 |
3 |
7 |
|
Voorkeur voor compost en organische meststof. |
| Kleinfruit: zwarte trosbes |
8 |
4 |
7 |
|
|
4. Welke meststoffen gebruiken?
- Scheikundige samengestelde meststoffen: Talrijke
merken zijn beschikbaar. Gebruik bijvoorkeur een evenwichtig
samengestelde meststof waarin ongeveer evenveel stikstof als kalium
aanwezig is. Aangezien de meeste gronden voldoende fosfor bevatten, mag
de hoeveelheid fosfor lager zijn.
Een tekort aan magnesium, al of niet in combinatie met iets te zure
grond, kan bladvergeling veroorzaken. De meeste samengestelde
meststoffen bevatten ook een kleine hoeveelheid magnesium.
- Organische meststof: champignonmest, champost, runderstalmest, kippenmest, ...
Voor de biologische teelt worden enkel organische
meststoffen gebruikt.
Door jaarlijks de grondoppervlakte onder de bomen of struiken af te
dekken met een flinke laag compost, verbetert het bodemleven en komt er
ook een kleine hoeveel voedingsstoffen ter beschikking.
| Meststof (1kg) |
Stikstof |
Fosfor |
Kalium |
Calcium |
Magnesium |
Dosering per 10 m² |
| Bloedmeel |
13 |
// |
// |
|
// |
250 - 500 g |
| Beendermeel |
6 |
16 |
// |
|
|
|
| Champignonmest |
25 |
35 |
100 |
400 |
33 |
|
| Droog kippenmest |
25 |
21 |
16 |
3 |
|
|
| GFT-compost |
0,0124 |
0,0069 |
0,0099 |
0,024 |
0,0049 |
|
| Organische druivenmeststof |
7 |
4 |
7 |
|
2 |
1500 - 2000 g --> druiven |
| Runder stalmest |
25 |
30 |
50 |
14 |
25 |
|
| Vinasse (Tuinkali) |
// |
// |
20 |
// |
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
GFT-compost bevat niet veel mineralen.
Compost is vooral interessant om het humusgehalte en het bodemleven te
verbeteren. Een hoog humusgehalte laat minder mineralen
verloren gaan door uitspoeling.

Ook stalmest en champignonmest zijn een belangrijke bron van
humus.
Er is in de handel een zeer grote hoeveelheid soorten van meststoffen
beschikbaar. (Klik op onderstaande afbeelding voor meer informatie)

5.Grondontleding is
belangrijk om de juiste voedselbehoefte te bepalen
Een grondontleding is bijzonder aangewezen om een
juiste bemesting te kunnen toepassen.
Een te hoge bemesting geeft een te sterke groei en
mogelijk een slechte vruchtzetting. Een te sterke stikstofbemesting
geeft soms meer aantasting van bladluizen en bepaalde schimmelziekten.
Een te lage bemesting geeft een groeistilstand, kleine
vruchten en een slechte bloemknopvorming voor het volgende jaar.
Voor meer informatie: zie boek "Groente
& Fruit Encyclopedie"
Veel fruitplezier!
Laatste aanpassing:
05/02/11
G. De
Kinder |