Prunus spinosa is heel
geschikt als vrij groeiende, ondoordringbare haag, houtwal of windsingel. De
blauwzwarte,
berijpte, wrange bessen kunnen na de eerste vorst afgeplukt worden en zijn
bijzonder geschikt voor verwerking.
Sleedoorn is
een zeer doornige heester met zwarte takken en sneeuwwitte bloemen in maart-april die erg waardevol is voor bijen,
vlinders en vogels. Sleedoorn is eenvoudig te vermeerderen door zaaien en door
wortelopslag. Sleedoorn is ook bruikbaar als zwakgroeiende onderstam voor sterkgroeiende pruimenrassen.
Overzicht
Botanische kenmerken van de sleedoorn:
Naamgeving van zwarte doorn:
Wetenschappelijke naam: Prunus spinosa L.
Nederlandse naam: Sleedoorn, zwarte doorn.
Engels: Blackthorn, sloe berry
Frans: prunellier, epine noire; prunelle, prunier épineux
Duits: Schlehe(n), Schwarzdorn; Schlehbeeren, Eschendorn, Heckendorn
Rassen: 'Godenhaus', 'Merzig', 'Nittel', 'Trier'
Familie: Rosaceae; Onderfamilie: Steenvruchten (Prunoideae)
Rassen: Prunus spinosa 'Godenhaus', 'Merzig',
'Nittel' en 'Trier'.
Etymologische betekenis van Prunus spinosa (plantennaam:
)
De geslachtsnaam Prunus is een oud Latijns
woord voor pruimenboom.
De soortaanduiding spinosa betekent
stekelig of doornig.
Meer lezen over de
afkomst en verklaring van Latijnse & Griekse plantennamen: "ABC van het
plantenlatijn. Betekenis van botanische namen".
Sleedoornpruimen komen van nature voor in Europa en
Noord-Azië. Ze groeien meestal struikachtig in houtwallen en hagen, op
leemachtige gronden.
.
Plantkundige kenmerken van de sleedoorn:
 |
Sleedoorn is heel nauw verwant aan de kroosjespruimen (Prunus
domestica insititia) en kerspruimen (Prunus domestica cerasifera).
De bladeren ontstaan na de bloemen en zijn klein en breed lancetvormig
met gezaagde randen. Bladgrootte 5 x 2 cm. De bladeren zijn in
de jeugd donzig, later gerimpeld. De bladstelen zijn meestal
zonder bladklieren. De planten groeien meestal struikvormig. |
Normaal is de sleedoorn een grote, zeer doornige heester
van 2 tot 4 (6) meter hoogte, maar hij kan
ook goed teruggesnoeid worden.
Sommige sleedoornselecties hebben minder takdoorns.
In het voorjaar en vroege zomer is het door de witte
bloesem een opvallende heester.
In de zomer en herfst is de sierwaarde laag. Tegen de rijptijd van de
vruchten verhoogt de sierwaarde.
 |
Bij rijpheid zijn de kleine blauwzwarte vruchten
ca 1 à 1,5 cm groot.
Bij oudere sleedoorns is de fijn geruwde schors bijna zwart of
purperzwart, vandaar de
naam zwarte doorn. Uit de zwarte schors kan inkt gewonnen
worden. De knoppen zijn 1-2 mm groot.
Het hout is zeer hard en werd vroeger voor bepaalde
constructies gebruikt |
Bloei en bestuiving van de sleedoorn:
|
 |
Zelfbestuiving geeft meestal een goede productie. Sleedoornbloemen
zijn wit (vaalwit), opvallend en verschijnen voor de bladvorming.
Bloeitijdstip: maart - april.
Sleedoorn is een zeer goede bijen-dracht-plant.
De witte sleedoornbloemen kunnen voor thee gebruikt worden. |

Eenvoudig vermeerderen van
sleedoorn
Prunus spinosa (sleedoorn) kan vermeerderd worden door
middel van zaaien, wortelopslag, wortelstekken, zomerstekken en enten.
- Vermeerdering d.m.v. zaaien is mogelijk. Een nadeel
is dat de nakomelingen erg verschillen in groeikracht en aantal
takdoorns.
Voor een vlotte kieming moeten de zaden na de oogst, gedurende 4 tot
8 weken, een koudebehandeling van 0,5 tot 1°C nodig.
- De gemakkelijkste vermeerdering is echter d.m.v. wortelopslag. Er ontstaan na het planten talrijke nieuwe scheuten
vanuit de wortels. Steek de jonge opslag los met een stukje wortel.
- Wortelstekken. Sleedoorn kan uit de slapende
ogen op de wortels scheuten vormen. In het voorjaar kan men
wortelstukken van 1 - 5 cm lengte laten groeien in stekgrond. Na het
inwortelen kunnen de jonge planten dan verder in pot worden opgekweekt.
- Zomerstekken van St.Janslot (ca 24 juni) geven een
goed resultaat, terwijl winterstekken meestal een lage slagingskans
geven. Zie ook "Fruit
ABC-stekkalender". Alle typische eigenschappen blijven goed
behouden door het stekken.
- Sommige sleedoornrassen worden ook geënt op de pruimonderstam 'Saint Juliën
A'.
- Sommige pruimenrassen, zoals 'Opal' en 'Victoria',
worden op Sleedoorn-onderstam geënt om een zwakkere groei en een
vroegere productie te geven. Bepaalde sleedoornselecties geven het beste
resultaat inzake vruchtbaarheid en vruchtgrootte.
Vooral bij de sterkgroeiende pruimenrassen lijken de zwakgroeiende Sleedoorn-selecties
interessant te zijn. De vruchtgrootte van de veredelde pruimenrassen
lijkt ook te verbeteren op Sleedoorn-onderstammen.
Planttips en de
teelt van sleedoorn.
Grond en standplaats:
De pH mag neutraal tot alkalisch zijn (pH 6,5 tot 8).
Sleedoorn heeft een sterke voorkeur voor kalkrijke gronden. Een te hoge grondwaterstand in de winter wordt
meestal niet
verdragen.
Een optimale groei krijg je op een droge, voedselarme en warme
standplaats.
Zowel zon als halfschaduw wordt verdragen.
Vooral geschikt voor heel grote tuinen, langs wegen, akkers en aan
bosranden. Ook bijzonder geschikt om droge hellingen te verstevigen
zodat ze niet afbrokkelen.
Eventueel ook in kleinere tuinen geschikt als ondoordringbare haag.
Hou er echter rekening mee dat de plant kan woekeren!
De sleedoorn is gevoelig voor zout en voor luchtverontreiniging, zodat je
deze doornige struik best niet als straatbeplanting gebruikt.
Voor een mooi effect kan je best in groepen van 5 tot 8 planten.
Geënte rassen (op Saint Julien A) kunnen op 3 x 1,20 m uitgeplant
worden. Ondersteuning aan 4 horizontale draden welke op 0m80, 1m20,
1m60 en 2m gespannen worden. Een smalle haag met een hoge productie is
dan mogelijk.
Snoeien van sleedoorn kost weinig moeite!
Snoeitijdstip: tussen april en september. Normaal is snoeien niet nodig. Enkel hinderende en afgebroken takken
kunnen weggesnoeid worden.
Zie ook "Fruit
ABC-snoeikalender"
Oogsten van blauwzwarte
sleepruimen
na de eerste vorst:
 |
De sleepruimen zijn aanvankelijk rood en worden later
blauwzwart. Ze worden best in oktober en november, na een
vorstperiode geoogst. Bij
een te vroege pluk of vroegtijdige bladval blijven de bessen te
wrang (zuur). In
sommige streken plukt men reeds vanaf einde augustus de mooi
gekleurde vruchten af.
De ca 1,5 cm grote bessen zijn vanaf augustus berijpt zwart.
Het vruchtvlees is groenachtig en heeft een wrange, zure
smaak. Binnenin zit er een kleine, harde steen.
Na een lichte vorstperiode, worden de blauwzwarte vruchten
tamelijk eetbaar en kunnen eventueel dan vers gegeten worden.
Meestal worden de vruchten echter verwerkt tot jam,
vruchtenmoes, vruchtensap, likeur, vruchtenwijn en brandewijn. De
verwerkte vruchten hebben geneeskundige eigenschappen.
De kleine rijpe blauwe sleepruimen worden ook verwerkt in
cosmetische producten. |
Sleedoorn is meestal weinig gevoelig voor ziekten en plagen:
 |
 |
De sleedoorn is een tamelijk gezond groeiende plant. 's Zomers komen
vaak aantastingen van o.a. de spinselmot/ stippelmot voor. (Hyponomeuta
padellus, syn. Yponomeuta padella). Dit levert dan
later opvallende spinselrupsen, vlinders en vogels.
Bespuitingen zijn normaal niet nodig. Zelfs na een sterke
rupsenaantasting gaat de groei later normaal verder. |

Bronnen
- Literatuur - foto's
Microlepidoptera
of Finland
Laatste aanpassing:
04/09/10
G. De
Kinder www.houtwal.be |