|
Afleggen is een methode van vegetatieve
vermeerdering, waarbij een tak zo in de grond gebogen wordt, dat
zijn top weer boven de grond uitkomt. Het afleggen kan o.a. bij
hazelaar (Corylus avellana), druiven (Vitis vinifera) en diverse
klimplanten toegepast worden.
Voordelen van afleggen.
Afleggen geeft
meestal een goede beworteling.
Er is weinig risico
op mislukking.
De planten worden op
eigen wortel geteeld, waardoor hinderlijke wildopslag uitgesloten
is.
Ook moeilijk te
vermeerderen gewassen zijn zo te te kweken.
Meestal bekomt men
stevige nakomelingen.
Er is voor de
vermeerdering geen serre/ kas nodig.
Er zijn weinig
nazorgen nodig.
Nadelen.
Het afleggen of
marcotteren vraagt veel plaats. Moederplanten vragen veel ruimte.
De opbrengst per m² en
per moederplant is lager dan bij de meeste andere
vermeerderingsmethoden. De productie is bij jonge moederplanten erg
beperkt.
Er is soms een
langzame bewortelingsduur: van enkele maanden tot 3 jaar
Het eerste en tweede
jaar is de productie soms zeer laag. De productie neemt de volgende
jaren geleidelijk toe.
Bij sommige
plantensoorten is er een eenzijdige wortelvorming, waardoor de
planten gemakkelijk scheefwaaien.
De
moederplanten (moeren) en aanbevolen plantafstand.
Start met stevige, goed gewortelde, soortechte planten die kort
boven de grond worden afgesnoeid om zoveel mogelijk vertakkingen te
geven. Ook is de beworteling dan vaak beter.
Van plantensoorten met houtige twijgen worden de planten schuin
geplant om de jonge scheuten tot aan de grond te krijgen.
De plantafstanden zijn 0,30 tot soms 1,5 (2,5) meter in de rij.
De plantafstand is afhankelijk van de groeihoogte en van de afstand
tussen twee knoppen.
Kruisbessen en kwee kunnen nog dichter geplant worden.
Tussen de rijen laat men een afstand van 1,5 tot 2,5 m.
Werkwijze bij het
afleggen.
De meeste planten worden afgelegd van zodra de groei beëindigd
is, meestal juli of augustus. Van snelgroeiende soorten zoals
hazelaar, moerbei, sering en esdoorn kunnen in het voorjaar jonge
scheutjes ingelegd worden. Vijgen, pruimonderstammen en
mirabelpruimen bewortelen vaak beter als de nog groeiende scheuten
in juni worden afgelegd. Klimplanten, zoals kiwi's en druiven,
worden meestal in het voorjaar afgelegd, van zodra de knoppen
schuiven. Eenjarige twijgen van laanbomen worden vaak tussen
december en april afgelegd.
Enkelvoudig afleggen:
Meerjarige scheuten van Acer (Esdoorn), Magnolia,
Rhododendron en Vaccinium (blauwe bes)
De scheuten worden ontbladerd, behalve het topje, en
naar de grond gebogen om ze in een gleuf te leggen.
De scheut wordt vastgelegd met een steen of een pin.
Eventueel kan de onderkant van de scheuten verwond
worden.
In het voorjaar worden de bloemknoppen op de
afleggers weggebroken.
Rugscheuten op de beugels worden weggenomen.
Scheuten in het hart van de plant worden luchtig uitgedund.
Afhalen: meestal 2e voorjaar bij het schuiven van de
knoppen, Magnolia na 3 jaar, Azalea in september.

Dubbel afleggen:
Bij gewassen die lange eenjarige scheuten maken die
reeds in het jaar van afleggen inwortelen.
De moerplanten worden schuin geplant.
Aan één zijde van de plant wordt de jonge twijg over
de ganse lengte in de grond gelegd.
Toe te passen bij o.a. Cornus alba, Cornus mas, Hydrangea paniculata,
Acer negundo en Vaccinium corymbosum (blauwe bes).

Slangvormig- of golvend
afleggen:
Eénjarige scheuten, vroeg in het voorjaar (april) losmaken
en slangvormig in en uit de grond buigen. Een gedeelte van de rank
komt steeds boven de grond. Het ondergronds gedeelte vormt wortels
en het bovengrondse deel vormt scheuten.
Bij klimplanten zoals Aristolochia, Wisteria,
Passieflora, Vitis vinifera (druif), Actinidia arguta (kiwibes) en
Actinidia deliciosa (kiwi)

Welke planten afleggen of
marcotteren?
1) Enkelvoudig afleggen:
Amelanchier lamarckii (krentenboompje), Camellia, Chimonanthus praecox,
Schijnhazelaar, Erica Halesia (sneeuwklokjesboom), Ficus carica
(vijgen), Hamamelis (Toverhazelaar), Morus nigra (Zwarte moerbei),
Plataan, Syringa (Seringen), Tilia (Linde), Magnolia (beverboom),
Ribes uva-crispa (kruisbes), Rhododendron, ...
2) Dubbel afleggen:
Acer, Alnus, Cornus, Cotinus (pruikenboom), Corylus
avellana (Hazelaar) en Vaccinium corymbosum (blauwe bes)
3) Slangvormig afleggen:
Actinidia arguta (kiwibes),
Actinidia deliciosa (kiwi), Passieflora (passievrucht), Vitis
vinifera (druiven), ...
Verder ook nog Aristolochia, Lonicera en Wisteria.
Aanaarden of marcotteren.
Aanaarden gelijkt erg op het afleggen, maar alles
gaat sneller en is eenvoudiger. De scheutbasis van een laag vertakte
plant wordt met grond bedekt. Aan de scheutbasis van elke scheut
worden wortels gevormd. De methode wordt voornamelijk toegepast voor
het vermeerderen van fruitboomonderstammen. De plantafstand van de
moerbedden is ongeveer 0,25 m op de rij en 1,25 (1,5) m tussen de
rijen.
Er is lichte, vochthoudende grond nodig die ook een
goede structuur heeft. Zware grond (klei) is ongeschikt.
De moerplanten worden soms schuin geplant
(1). Hierop ontwikkelen zich sterke
eenjarige scheuten (2). In het volgende
voorjaar word de moederplant kort boven de grond afgeknipt.
(3)
In mei en juni, als de scheuten 15-20 cm lang zijn,
wordt er 2 tot 3 maal humusrijke grond tegen de scheutbasis gebracht
(a, b). De laatste keer wordt er begin
juli aangeaard. (4)
Begin december wordt de berm grond verwijderd.
(5)
De jonge, ingewortelde twijgen worden afgeknipt en
ingelegerd. (6)

Plantensoorten te vermeerderen door aanaarden (Marcotteren
door aanaarden):
Malus - Appelonderstammen, Cydonia oblonga
(Kwee), Castanea sativa (tamme kastanje), Chaenomeles japonica
(dwergkwee), Daphne, Prunus – soorten (pruim- en kersonderstammen),
Pteriocarya, Rhododendron, Syringa (sering), Tilia (Linde), Ribes
uva-crispa (Stekelbes)
Marcotteren in de lucht.
Voor planten waarvan
men geen takken in de grond kan buigen.
Jonge twijgen of scheuten worden lichtjes verwond en omgeven door
vochtig mos of vochtige cocopeat. Alles wordt goed toegebonden met
plastiek zodat het substraat niet kan uitdrogen.
Ook een omgekeerde PET-fles kan gebruikt worden om de jonge marcot
met substraat te omgeven.
Er bestaan ook speciale potten welke gebruikt kunnen worden om in de
lucht te marcotteren.
 |
 |
 |
Openklappende pot die met langblijvend
vochtig substraat wordt opgevuld.
Infobron: www.rootrainers.co.uk |
De pot kan bovenaan en opzij afgesloten worden. Langs
boven kan er water gegeven worden dat beneden verzameld kan
worden. |
Omgekeerde fles met vochthoudend substraat. |
Veel tuinplezier! Guy De Kinder -
www.houtwal.be
04/09/10 |