Houtwal.be --> Fruitencyclopedie --> Bijzondere besvruchten -->Druif - Vitis vinifera: plantinfo, bemesting en snoei

Ontbreekt het linkerframe?
Klik hier voor herladen

Fruit in de druiventuin: gepast druiven planten voorkomt veel schimmelziekten en problemen!
______________________________________________________________________________________

Auteur:
Guy De Kinder

Website auteur: http://www.houtwal.be

Het planten, bemesten en snoeien van druiven (Vitis vinifera)

 

 
 

Bijna rijpe blauwe druiven
Overzicht druivenartikel:


Botanische kenmerken van druiven:

Wetenschappelijke naam: Vitis vinifera
Nederlandse namen: druif, druivelaar, druiven, wijngaard, wingerd

Familie: Vitaceae

Herkomst en geschiedenis van druiven 

Ten tijde van de Romeinen werd er in ons land druiven geplant op de boorden van Maas en Schelde. Later werd de teelt uitgebreid naar Luik, Gent en Doornik. In de 11de eeuw werden druiven geplant in de streek van Leuven-Diest.  Later werd de teelt van druiven in ons land verboden om geen concurrentie met buitenlandse wijn te veroorzaken.

Uit  het groot aantal vragen nopens de teelttechniek van druiven zowel onder glas als in openlucht, valt af te leiden dat we bij de teelt van druiven moeten rekening houden met enkele technische teelteisen.

Het beste tijdstip om druiven te planten is februari- maart. Dit is meteen de beste tijd om druiven te snoeien.Te laat snoeien heeft bloeden tot gevolg. (Niet later snoeien dan 10 maart!)

Grond en structuur om druivelaars te planten:

Druivelaars kunnen op elke grondsoort worden geteeld, doch de beste kwaliteit wordt bereikt in de zwaardere bodems zoals de leem- of zandleemgronden. De zandige bodems zijn iets minder geschikt. Bodems met storende lagen zoals ijzersteenlagen of een vaste laat op 30-40 cm diepte benadelen erg de wortelontwikkeling en dienen gebroken te worden vooraleer de druivelaars aan te planten. Te hoge grondwaterstand waarbij in de herfst- en winterperiode het grondwater tot op 40-50 cm van de grondoppervlakte komt te staan is eveneens nadelig voor de wortels die in deze omstandigheden gaan afrotten. 
Druivelaars vragen een goede grond die diep bewortelbaar is en kalkrijk is. Organische mest en een goede structuur verzekeren een goede groei.

Bemesting bij de aanleg van een wijngaard

Men moet voor het planten van jonge druivelaars van een goede plantput vertrekken van minstens 40 x 40 cm  en zeker 50-60 cm diep. Ideaal is het aanbrengen van goede tuingrond die rijkelijk voorzien is van kalk zodat de zuurheidsgraad schommelt rond de 6.5 - 7. Als organisch materiaal kan men kiezen tussen goed verteerde of gedroogde stalmest, compost, potgrond, bosgrond of zuivere organische handelsmest met lage zoutconcentratie en vrij van chloor.
Goedkope organische zakjesmest op basis van pluimveemest (hoge zoutconcentratie en chloorrijk) is niet geschikt voor de druivelaar, die afkerig is van zout en chloor.
Op zure gronden kan men gebruik maken van champignonmest.
Na een goede planting in een goed bemeste en goed verluchte grond krijgt men een optimale groei en loopt men minder gevaar op misbloei, kleine bessen of een zwakke groei.

Indien men beschikt over een goed bewerkte en evenwichtig bemeste tuingrond met een hoog humusgehalte en een homogeen profiel tot op 50 cm diepte, is het niet nodig per druivelaar een plantput tot op 50 cm uit te graven. 
Om de optimale pH van 6.5 - 7 te handhaven zal men jaarlijks een bekalking uitvoeren.

Plantplaats druiven:

De ideale plantplaats is in een kas (serre) eventueel licht verwarmd.
Sommige druivenrassen kan men ook heel goed planten aan een zuidenmuur en aan een oostenmuur. 
Restanten van steengruis en kalk in de grond (oude fundering) zijn meestal bevorderlijk voor een goede groei.
Plantsysteem "Guyot"
Vitis vinifera- druiven: Plantsysteem Guyot. Grote vervangsnoei. De trosdragende scheuten groeien verticaal omhoog.
Druivensnoei volgens het Guyot-systeem.

.

Overzicht van goede aanbevolen druivenrassen

Zie hiervoor ook het zeer uitgebreide rassenoverzicht van druiven in de Groente & Fruit Encyclopedie!
De meeste openluchtrassen kan men ook onder glas planten.
Typische kasdruiven zoals 'Frankenthal', 'Royal' en 'Leopold III' kan men niet in openlucht telen.
Bij voorkeur tracht men druivenrassen uit te kiezen die een zekere tolerantie vertonen tegen de meest voorkomende schimmels. (Echte meeldauw)

Enkele gezond groeiende openluchtdruivenrassen:

  • Blauwe druivenrassen voor openlucht:  

'Boskoop Glory' (of 'Glorie van Boskoop') (nr. 1!!), 'Cascade', 'Magliasina', 'Medina', 'Muscat Bleu', 'Philipp', 'Regent'

  • Witte rassen voor openlucht:  

    Vitis vinifera: planten van druiven

Vitis vinifera 'Vroege van der Laan'* (* probleem echte meeldauw!), 'Aurore', 'Bianca', 'Birstaler Muscat', 'Evita', 'Excelsior', 'Franziska', 'Phönix, 'Sophie', ...

  • Rood ras voor openlucht:  

    Vitis vinifera: rassenkeuze druiven

Vitis vinifera 'Kalina',...

  • Roze druivenras voor openlucht:  

    Vitis vinifera: rassenkeuze druiven

Vitis vinifera 'Katharina'. 

  • Pitloze druiven

Er bestaan ook een aantal "pitloze"druivenrassen zoals 'Evita' en 'Ramdes'.

Adressen: zie achteraan in het boek "Groente- en fruit encyclopedie".

Kasdruiven/ serredruiven

Enkele druivenrassen: Vitis vinifera 'Foster's White Seedling' (wit), 'Theresa' en 'Frankenthaler' (rood-blauw)

Zie ook afzonderlijk artikel met rasoverzicht druiven en foto's van druivenrassen voor openluchtteelt.

Planttips voor druiven:

Gebruik bij voorkeur jonge druivelaars in pot. Druivelaars met naakte wortel hergroeien soms moeilijk.

In het plantgat wordt turf, teeltaarde of een mengeling van tuingrond en goed verteerde stalmest aangebracht.
Rond de druivelaar wordt stalmest op de grond gelegd, zodat de ondergrond steeds vochtig blijft en de druivelaar gemakkelijk aanslaat.
Het boompje mag niet dieper geplant worden dan de entplaats, zoniet zou de ent zelf wortels vormen en de onderstam sterft dan af. (Voor de kasteelt raad men meestal geënte druivelaars aan, omwille van de sterkere groei en hogere producties)
Diverse plantsystemen aan een huisgevel:
A: combinatie van horizontale legger en rechte snoer.
B: rechtopstaande snoer
C: horizontale eenarmige legger
Vitis vinifera: Diverse plantsystemen van druiven aan een huisgevel.

Plantafstanden en plantsystemen voor druivelaars:

- De plantafstanden hangen af van het toe te passen teeltsysteem (Openlucht/ kas, Verticale snoer (B) of horizontale snoer (C),)
De druivelaar wordt op ongeveer 30 cm van de muur geplant.
- In een serre (kas) kan de opkweek als rechte snoer gebeuren. Per 2 meter plant men 1 druivelaar welke men als kandelaar (met 3 gesteltakken) of in een U-vorm (2 takken) zal opleiden.
- Wijndruiven zal men meestal planten aan een draad. De rijen lopen bij voorkeur Noord- Zuid, zodat men een optimale belichting kan krijgen. De plantafstand in de rij is 1,2 of 1,4  (1,5) meter van elkaar. Tussen de rijen is de afstand 1,8 tot 2 meter.
- Openlucht-tafeldruiven zal men bij liefhebbers meestal telen aan een zuidenmuur of een oostenmuur. Dit kan d.m.v. draden ofwel aan een vrijstaand latwerk.
Een afscheidingsdraad met grote gazen is ook heel goed geschikt om druiven te laten groeien.
Men kan ook 3 grote palen in de grond kloppen, in de vorm van een driehoek, op een onderlinge afstand van ongeveer 1 (1,5)m. Hieraan kan men een grofmazige afsluitingsdraad vastmaken. Hier kan men dan één, twee of drie druivelaars aan planten.
- De gemakkelijkste teeltwijze in openlucht, is als een horizontale snoer. Hiervoor kan men de druivelaars op ongeveer 2 (3) meter van elkaar planten. 
Elke druivelaar voorziet men van een steunstok zodat hij mooi  verticaal kan groeien. Na enkele jaren wordt een stevige zijtak bijna horizontaal uitgebogen. (Iets boven het horizontale is best) Dit kan reeds op de hoogte van 1 meter, maar het kan ook boven een raam of deuropening gebeuren op bijv. 2 meter hoogte.

Constructie van draadramen voor sterke groeiers:

O.a. voor 'Dornfelder' , 'Philip' en vele schimmeltolerante rassen.

 

Benodigdheden:

Betonnen palen of metalen palen van 2,5 m lengte. (Doormeter ca 8,5 cm, eindpalen ca 10 cm doormeter)
Horizontale buigzame draden van 2,2 mm dikte en draadspanners
Ankerdraad van 3mm dikte en verzinkt
Steunstokken of dunnere plantpalen van ca 1,5 m om naast de druivelaar te plaatsen (bamboe of houten paal)
Vitis vinifera - tafeldruiven. Draadramen maken voor sterke groeiers.

Werkwijze

De palen komen ca 60-70 cm in de grond.
De horizontale draden komen op een hoogte van:
0,70 (0,75) , 1,10 , 1,46 en de bovenste op 1,82 (Soms worden er nog 2 extra draden op 1,46 en op 1,64 aangebracht)

Aanleg horizontale legger met 2 armen en vericaal groeiende druivensnoer:


Druivelaar- Vitis vinifera. Bovenaan: horizontale legger met 2 armen. Onderaan: verticale snoer.- Men kan de druivelaar ook als een rechte (verticaal groeiende) snoer behandelen. De plantafstand is dan 1,20 (1,5) meter. De onderhoudsnoei is hier in het algemeen wat ingewikkelder.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Vormsnoei bij druiven de eerste jaren:  

 

- Vormsnoei bij het planten van de druiven: (1ste jaar): 

In januari de jonge druivelaar op 3 ogen/ knoppen terugsnoeien. Zie ook "Fruit-snoeikalender"

Tijdens de zomer de sterkste scheut verticaal omhoogbinden aan een steunstok. (De overige zwakkere scheuten innijpen op 2 bladeren) 
Meestal wordt een eenjarige druivelaar tussen einde juli en half augustus ingetopt op maximaal 1,5 meter zodat de scheut meer kan uitrijpen en minder zal uitdrogen in de winter.
Laat onderaan op de stam alle bladeren en takjes zitten zodat de stam beter kan verdikken.

- Vormsnoei druiven tweede jaar: 

Men snoeit de twijg van het vorige jaar in op 1/3 van zijn lengte. (2/3 verwijderen). Tijdens de zomer zijscheutjes welke lager dan 40 (50) cm staan innijpen op 2 bladeren. 

- Vormsnoei druiven derde jaar:

 Men snoeit de verlengenis (het nieuwe gegroeide deel van het vorige jaar) in op 1/3. Zijtwijgjes welke lager dan 40 (50) cm staan kan men volledig verwijderen. Het overige zijhout kan dan reeds op 2 tot 3 ogen/ knoppen ingesnoeid worden. Dit is dan de eerste onderhoudssnoei. Hierop kunnen/ mogen de eerste druiventrossen komen. 
 

Schimmelziekten en beschadigers bij druiven:

De belangrijkste schimmelziekten bij druiven zijn Echte meeldauw (Oidium) en Valse meeldauw (Peronospora). 
Botrytis (grijsrot/ smeul) kan bij enkele druivenrassen ook problemen geven.
Af en toe komt er ook schade van de wijngaardgalmijt voor. (Te herkennen aan de bobbels op de bladeren en witte spinselvlekken onderaan het blad)
In de kas (serre) kunnen spintmijten (rode spin, bonespintmijt) ook veel zuigschade toebrengen aan de druivenbladeren.
Bij het rijpen kunnen wespen en vogels schade toebrengen aan de rijpe druiven (bessen).

Vervolg: zie afzonderlijk artikel over ziekten en plagen bij druiven.

Verplanten van een 5- tot 8-jarige druivelaar

Vraagje van een lezer: 
Kan ik een 8-jarige druivelaar nog verplanten in de maand februari?

Antw.:

Dat kan nog, maar vraagt toch wat extra inspanningen en geduld!
Ten eerste zou ik de voorkeur geven aan verplanten in november. Ik vermoed dat het dringend is, dus dat het nu moet. Dat verplanten in februari kan, maar is minder goed dan verplanten in november. 
Tracht de druivelaar uit te steken met zo'n groot mogelijke doel/ wortelkluit.
Snoei de hoofdtak/ stam voor 1/2 tot 2/3 in tot op een jonge twijg. 
Alle jonge twijgen snoei je in tot op 2 knoppen.
Je bekomt dus een tamelijke korte hoofdtak met allemaal korte stompjes.

Tracht indien mogelijk te verplanten met zoveel mogelijk grond aan die wortels. Indien toch alle aarde afvalt van de wortels, dan zal je druivelaar ook nog hergroeien, maar zwakker blijven het eerste jaar.

De bedoeling van dat streng terugsnoeien is een maximale hergroei te bekomen. Druiven houden niet van verplant te worden en durven gemakkelijk afsterven of wegkwijnen.

Laat het eerste jaar en tweede jaar geen trossen aan de druivelaar staan, daar dit de plant teveel uitput.
Indien de nieuwe twijgen een pink dik worden op het einde van dit jaar, dan kan je proberen enkele trosjes volgend jaar te laten staan.
De eerste jaren na het verplanten moet alles gericht zijn op een goede hergroei.

Maak na het herplanten de hoofdtak van de druivelaar mooi vast aan een steunstok of draad. Dek rond de stam de grondoppervlakte af met een dikke laag half verteerde compost (mulch). Laat hierbij de stam vrij zodat deze kan opdrogen. Strooi ook wat kalk onder die compost, want druiven houden van een kalkrijke, droge grond.

Voor meer teeltinformatie: zie boek "Groente & Fruit Encyclopedie"

 

Bronnen - Literatuur - foto's :
Literatuurbronnen:
- Plantenziekten: bescherming van cultuurgewassen en openbaar groen, door A. Hallemans. (6de uitgave - 1993)
- Brochure "Fruit voor uw tuin". Vlaams Promotiecentrum voor Agro- en Visserijmarketing - VLAM , vzw. 1000 Brussel. 
- "Groente- en Fruitencyclopedie", auteurs Luc Dedeene en Guy De Kinder.
Uitgeverij Groenboekerij (Kosmos Uitgevers, Utrecht)

 
Terug naar Index druivenartikels

Voor een verklaring van de gebruikte vaktermen: 
Zie rubriek "tuintaal/ lexicon". 

Stel uw fruitvragen, lees tips in de fruitblog "Inheems- en uitheemsfruit - FruitABC"

 

Dit artikel werd samengesteld door G. De Kinder  - www.houtwal.be

 Laatst bijgewerkt op 09/11/13

© Copyright 2000, Guy De Kinder, alle rechten voorbehouden, www.houtwal.be