Houtwal.be --> Fruitencyclopedie --> Bijzondere besvruchten --> Witte moerbei - Morus alba
Fruit in de tuin: witte moerbei |
Vermeerderen en planten van vogellokkende
besdragende struiken of witte moerbeibomen. De wItte moerbezie past
zeer goed in grote tuinen en als losse, hoog opgroeiende haag.
De witte moerbei (Morus alba) is tamelijk gemakkelijk te vermeerderen. Voor grotere tuinen is hij geschikt als hoge losgroeiende haag. In kleinere bomen kan hij als grote struik of boom opgekweekt worden.
Overzicht:
Herkomst en naamgeving
Plantkundige kenmerken
Bloei en bestuiving
Schijnvruchten
Vermeerdering
Standplaats
Bodem
Planten
De witte moerbei (Morus alba) komt van nature voor in China. In het Engels white mulberry.
Morus heeft mogelijke twee betekenissen:
1) zwarte moerbei; moerbeiboom 2) dwaas, gek.
De soortaanduidingen niger, nigra en nigrum bet
alba (album, albus): betekent wit; verwijzend naar de
witroze vruchten
Meer lezen over de
oorsprong en verklaring van wetenschappelijke plantennamen: "ABC van
het plantenlatijn. Betekenis van botanische namen"
Het geslacht Morus behoort tot de Moraceae (moerbeifamilie) en is nauw verwant aan de zwarte moerbei (Morus nigra) en de vijg (Ficus carica).
De witte moerbei is goed winterhard en kan tamelijk oud worden. De witte moerbei wordt dikwijls als onderstam gebruikt voor de zwarte moerbezie.
De bladeren van de witte moerbei werden vroeger gebruikt voor de teelt van zijderupsen. De jonge twijgen van de witte moerbezie zijn grijsgroen en lichtbehaard. Er zijn ook diverse treurvormen te verkrijgen.

Sommige rassen zijn eenhuizig, anderen zijn tweehuizig. Bij tweehuizige rassen is kruisbestuiving wenselijk. Voor het bekomen van vruchten kan je daarom best meerdere exemplaren planten. De geelgroene, eenslachtige kleine bloemen verschijnen in mei en zijn weinig opvallend. De bestuiving gebeurt door de wind.

Moerbeivruchten zijn schijnvruchten en lijken op een kleine
framboos of braam. Ze rijpen rond einde juli en zijn eerst witgeel
en later lichtpurper. De vruchten zijn de helft kleiner dan deze van
de zwarte moerbei.
Het met water verdunde sap van rijpe vruchten wordt soms gebruikt om de mond te
spoelen tegen mondslijmvliesontstekingen.

De witte moerbei is tamelijk gemakkelijk te vermeerderen d.m.v. houtstek (winterstek). Soms worden ze ook vermeerderd d.m.v. afleggen of marcotteren. Stekken die van vruchtbare (oude) bomen worden genomen geven het snelste vruchten. Stekken van stevige
twijgen bewortelen beter dan deze van dunne twijgen.
Zaaien in april is ook mogelijk, waarbij dan ca 60% van de zaden in mei ontkiemen.
De witte moerbei is ook bruikbaar als onderstam voor de zwarte moerbei.

Lichtbehoefte. De witte moerbei groeit goed op een plaats in de zon ofwel in halfschaduw. De Morus alba is winterhard tot -26°C. Ook zeer warme standplaatsen worden verdragen.
Doordringbare, vochthoudende grond. Ook op zandgrond groeit deze witte moerbei goed.
De bomen verdragen heel goed droogteperioden.
Van oktober tot einde februari. Jonge struiken of bomen hergroeien beter dan oude exemplaren. Voorzie voldoende groeiruimte want de kleine bomen/ grote struiken bereiken een flinke omvang.
In grote tuinen zijn ze geschikt als losgroeiende haag waarin vogels graag vertoeven.
Snoeien is meestal niet nodig, maar wordt zeer goed verdragen. Zie "Fruit-snoeikalender"
Ook knotten is mogelijk, maar hierdoor zijn er enkele jaren geen vruchten.
Bronnen
Tuinkrantshop
| Bronnen "Groente- en Fruitencyclopedie", auteurs Luc Dedeene en Guy De Kinder. Uitgeverij Groenboekerij (Kosmos Uitgevers, Utrecht) |