Er is een groot verschil in
gevoeligheid voor ziekten en plagen tussen de verschillende fruitsoorten
en -rassen. Een fruitgewas dat normaal groeit is meestal minder vatbaar voor plagen
en ziekten. Ruim planten, matig bemesten en regelmatig snoeien maakt de planten minder
vatbaar.
Overzicht
1.Algemene plagen
in de fruittuin:
Bladluizen bestrijden met oorwormen:

Diverse soorten bladluizen komen voor. Ze zuigen sap uit bladeren
en scheuten en veroorzaken het krullen van de bladeren. Plakkerige
bladeren t.g.v. honingdauw volgen op een aantasting.
Op stikstofrijke gronden is er meer schade van bladluizen dan op arme
gronden. Oorwormen kunnen heel veel bladluizen opruimen. Om de
oorwormenpopulatie te vergroten kan je vanaf mei allerlei
schuilplaatsen aanbrengen in bomen en struiken. Zwarte en onderaan
geperforeerde plastic zakjes gevuld met stro of houtsnippers zijn zeer
geschikt als nestplaats voor oorwormen. Ook horizontaal hangende
bosjes riet- en bamboestengels van ca 25 cm lang geven een goede
schuilplaats aan oorwormen, gaasvliegen en lieveheersbeestjes.
Lees verder over nestplaatsen maken voor oorwormen.
Rupsen op kruisbessen verjagen met geurplanten

De rupsen van de kruisbessenbladwesp (Nematus / Scopolii
ribesii) zijn ongeveer 2,5 cm lang en
lichtgroen met zwarte vlekjes. Ze kunnen op vanaf mei op korte tijd alle bladeren
van kruisbessen opeten.
De verschillende bladetende rupsen kunnen biologisch bestreden worden
met het bacteriepreparaat Bacillus thuringiensis aizawai.
Ook kunnen sterk geurende planten in de
nabijheid een aantasting sterk verminderen of
soms voorkomen. Bladeren en scheuten (dieven) van tomaten die op of
onder de planten gelegd worden kunnen aantastingen van rupsen
voorkomen.
Lapsnuitkever of taxuskever veroorzaakt
onderdgronds veel schade aan druiven, Vaccinium en aardbeien
De volwassen kever en larve van de Otiorrhynchus
sulcatus is vooral schadelijk op
druiven, blauwe bosbessen en aardbeien. De roomkleurige larven vreten
ondergronds aan de wortels. De kevers vreten 's nachts aan de
bladeren. Signaalplanten zijn o.a. Primula (sleutelbloem) en struikbonen
(Phaseolus vulgaris). In de
handel kan je parasiterende aaltjes Heterorhabditis megidis en
Steinernema carpocapsae kopen.
2.Schimmelziekten op
fruitgewassen:
Echte meeldauw of witziekte kan op jonge scheuten
en vruchten van appelbomen schade geven

De schimmel Podospaera leucotricha komt voor bij appel, peer en kwee. De
schimmel overwintert op de jonge twijgen. Bladeren en jonge scheuten
zijn misvormd en wit bepoederd. Op de vruchten kan een netvormige
verruwing voorkomen. De grootste infectie vind plaats in
mei en juni, bij groeizaam en droog weer.
Een eerste infectie kan er reeds in april zijn!
Zieke twijgtoppen kunnen in de winter weggesnoeid
worden. Tijdens het groeiseizoen (april, mei, juni) kan je regelmatig
de aangetaste kruidachtige delen wegnemen en vernietigen. Aangetaste
scheuten kan je herkennen aan de wit bepoederde jongste
bladeren.
Sommige
appelrassen zoals 'Jonathan', 'Summerred', 'Santana' en 'Idared' zijn erg vatbaar.
Preventieve gewasbeschermingsmiddelen zijn spuitzwavel en kalkzwavel.
Perenschurft- Venturia pirina geeft donkerbruine
vlekken op peren- en kweevruchten
De schimmel Venturia pirinia - perenschurft komt voor bij peer en kwee. De
schimmel overwintert op de twijgen en de afgevallen bladeren.
Schurft wordt gekenmerkt door olijfgroene tot zwarte vlekken op het blad en ruwe plekken op de takken. Op de bladeren, jonge scheuten en vruchtbeginsels ziet men olijfgroene tot donkerbruine vlekjes, die viltig worden door conidiënvorming. Perenvruchten vertonen bruine tot zwarte vlekken en de schil gaat makkelijk barsten. Op den duur wordt het blad geheel zwart, verschrompelt het en valt af. Jonge scheuten en takken vertonen opgezwollen plekken die later openbarsten, waardoor een ruw uiterlijk ontstaat: takschurft. Van hieruit gaan in maart-april zich reeds de
eerste sporen verspreiden.
De sporen overwinteren in afgevallen bladeren. Zorg voor een meer luchtige boom (snoeien) waarbij de takken niet te dicht op mekaar zitten. Steeds goed bladeren opruimen. Een vroege behandeling met bijv. koperoxychloride is aan te bevelen. Er is verschil in
soortgevoeligheid.
Zieke twijgen kunnen in de zomer en winter weggesnoeid
worden. Tijdens het groeiseizoen (mei, juni, juli) kan je regelmatig
de aangetaste kruidachtige delen wegnemen en vernietigen.
Sommige rassen zoals 'Brederode', 'Concorde',
'Winterjan' en 'Zwijndrechtse Wijnpeer' zijn minder gevoelig.
Preventieve gewasbeschermingsmiddelen zijn o.a. koperoxychloride.
Bloesemmonilia of bloesemsterfte bij zure kersen

Monilia laxa veroorzaakt verwelkte bloesems,
bladeren en jonge scheuten die nadien verdrogen.
Verwijder en vernietig regelmatig de aangetaste twijgen tot in het
gezonde hout. Gebruik hierbij een scherpe snoeischaar.
Ook zoete kersen, sierkersen, perzik, amandel en abrikoos kunnen
aangetast worden. Jaarlijks gesnoeide bomen worden minder aangetast
dan ongesnoeide bomen.
Bestrijding bloesemmonilia:
- Minimaal drie keer spuiten met een fungicide (schimmeldodend middel) tijdens de
bloeiperiode van de zure kersen.
- Uitbreiding van deze schimmel is te voorkomen door regelmatig
(wekelijks) zieke twijgen weg te knippen en te verbranden of mee te
geven met de groencontainer. Knip steeds 15-20 cm gezond hout mee weg!
- Luchtig gesnoeide kriekelaars zijn minder vatbaar dan ingesloten,
dichtgroeiende bomen/struiken.
Niet alle zure kersenrassen worden aangetast door Monilia laxa
Bijzonder gevoelig/ vatbaar is het ras 'Morel' (= 'Noordkrieken').
Bij voorkeur Monilia tolerante (Monilia resistente) rassen aanplanten.
Monilia-tolerant zure kersenrassen zijn o.a. 'Gerema' en 'Safir'.
('Vowi',
'Elmer', 'Gorsemkriek' en 'Kelleriis' zijn mogelijk ook minder
gevoelig voor Monilia). Monilia tolerante rassen zijn moeilijk te vinden in tuincentra/ boomkwekerijen.
Ook bij de zgn. tolerante rassen is sommige jaren een kleine
aantasting mogelijk.
Cyclus/ verloop van Monilia laxa-bloesemsterfte:

3.Bacterieziekten.
Bacterievuur of perenvuur op perenbomen en soms
ook op appelbomen
Ziekteverschijnselen
Deze bacterie (Erwinia amylovora) kan verschillende
pitvruchtsoorten aantasten. Zeer vatbaar zijn de Crataegus monogyna (eenstijlige-
of witte meidoorn) en de perenrassen die veel nabloei geven. De
perenrassen 'Triomphe de Vienne' en 'Clapp's Favourite' zijn bijzonder
vatbaar.
Ook sommige appelrassen,
Sorbus, Cotoneaster en Pyracantha kunnen soms aangetast worden.
Bloemtrossen en scheuttoppen verwelken en verdrogen
plotseling en verkleuren bruinzwart.
Bestrijding van perenvuur:
Zaag en knip zieke takken voldoende diep weg en
vernietig ze. Dek de wonden af met een wondhelend product.
Snoeigereedschap na gebruik ontsmetten.
4.Onkruidbestrijding en
afweren van schadelijke vogels
Brahma kippen
Brahmakippen zijn zeer geschikt om klein onkruid op te
ruimen. Afgevallen, zachte appels en kleine insecten worden ook
opgeruimd.
Een bijkomend voordeel is dat spreeuwen en eksters zouden verjaagd worden
door deze bijzondere Indische kippen.
Voor meer informatie: zie boek "Groente
& Fruit Encyclopedie"
Veel fruitplezier!
Laatste aanpassing:
02/09/10
G. De
Kinder |