Fruitbomen en bestuiving in de tuin: vakjargon & vaktaal voor een goede productie. 

Auteur : Guy De Kinder - www.houtwal.be

Lexicon-1 fruitrassen en bestuiving. 

 
VAKTERM VERKLARING

Aziatische peer, appelpeer, (Nashi)
Pyrus pyrifolia: appelpeer, Aziatische zandpeer, nashi, waterpeer

Pyrus pyrifolia (synoniem Pyrus serotina) Appelpeer, meloenpeer, waterpeer en Aziatische zandpeer (Nashi). Een appelvormige peer, welke in smaak en vastheid meer op meloenen lijkt dan op peren. Vooral geschikt voor fruitsla-schotels. Lees meer over appelperen - Pyrus pyrifolia

Basisras

Meestal wordt een basisras (vb. 'Jonagold') niet meer aangeraden om aan te planten. De beter gekleurde mutanten 'Jonagold' -Novajo ('NOVAJO', 'Jonagored' (MORREN'S JONAGORED) raadt men wel aan te planten. Een basisras is het oorspronkelijke ras.

Bestuiving

Het overbrengen van stuifmeelkorrels naar de stempel van een bloem. Dit kan op natuurlijke wijze gebeuren door de zwaartekracht, door de wind, door insecten, of op kunstmatige wijze met de hand zoals bij de Asimina triloba - Pawpaw.

Beurtjaargevoelig

Fruitrassen die slechts om de twee jaar rijkelijk vruchten dragen, noemt men beurtjaargevoelig. De tussenjaren met geen of weinig productie zijn de beurtjaren. Een draagjaar is het tegengestelde van een beurtjaar. Beurtjaargevoelige perenrassen zijn o.a. 'Doyenné du Comice' en 'Beurré Hardy'. Deze twee sterkgroeiende rassen zijn hierdoor niet aan te raden als bestuiver voor andere perenrassen. Ook de winterappels & keukenappels 'Schone van Boskoop' en 'Rode Boskoop' zijn door hun vroege bloei erg gevoelig voor beurtjaren en een misoogst.

Bevruchting

In principe de samensmelting van een kern van een stuifmeelkorrel (mannelijk) met het onontwikkelde zaad of de zaadknop (vrouwelijk). Dit leidt tot de vorming van een zaad.

Bewaarras

Winterras. Een fruitras welke heel gemakkelijk en lang te bewaren is. Bewaarrassen bij appel zijn  Malus 'Jonagold', 'Schone van Boskoop'. Goede of tamelijk goede bewaarrassen bij peren zijn o.a. Pyrus 'Conference', 'Concorde', 'Saint Rémy' en 'Comtesse de Paris', ..

Boom (fruitboom)

Een grote plant met een houtige stengel, met een onvertakt stamstuk of hoofdstam onder de vertakte kruin.

Chromosomen

Zeer kleine lichaampjes, ook wel kernlissen genoemd, in de kern van plantencellen. Ze dragen de erfelijke eigenschappen.

Cultivar 

Een afkorting van cultuurvariëteit (ook wel aangegeven als cv.). Dit zijn planten die uit een soort, variëteit of kruising zijn ontstaan of geselecteerd en die op vegetatieve wijze wordt vermeerderd, hetgeen inhoudt dat de genetische eigenschappen van de plant behouden blijven.

Cultuurvariëteit 

Zie cultivar 

CV. 

Zie cultivar. Aanduiding door ze tussen enkele haakjes te schrijven. Enkele voorbeelden van cv's of cultivars: 'Conference', 'Concorde', 'Elstar', 'Jonagold', 'Discovery', ...

Diploid (aantal chromosomen)

Een term voor een plant waarvan de cellen het normale aantal chromosomen bezitten. Elke cel bezit in dat geval van overeenkomstige chromosomen twee exemplaren, waarvan er een van de vaderplant en een van de moederplant afkomstig is. Diploïde rassen  hebben meestal goed stuifmeel. De meeste appelrassen zijn diploïd en hebben dus goed stuifmeel. (Er zijn ook enkele triploïde appelrassen met slecht stuifmeel).

Geregistreerd merk

Volgens de wetgeving in een aantal landen mag aan een product een merk worden toegevoegd. Een merk is een onderscheidingsteken. Het onderscheidt producten van het ene bedrijf, van die van een ander bedrijf. Een merk en merknaam is geen middel om de inhoud (kwaliteit) te beoordelen.

Hardheid

De stevigheid van een bepaalde vrucht. De laatste jaren streeft men naar zo stevig (hard) mogelijke vruchten. Harde vruchten hebben minder te leiden van het transport. Het uitstalleven blijft meestal ook beter. Zeer harde vruchten zijn o.a. Malus 'Braeburn' en Malus 'Mariri Red' (Rode Braeburn-mutant).

Herfstrassen

Fruitrassen met een beperkte koelhuisbewaring, bijv. bewaarbaar tot eind december. Bijvoorbeeld Pyrus 'Beurré Hardy' en 'Charneux' (syn. Légipont'). Zonder speciale koelcellen zijn de perenrassen 'Conference', 'Concorde', 'Durondeau' en 'Doyenné du Comice' maar enkele maanden bewaarbaar; het zijn dan herfstrassen.

Hybride

Kruising. Een plant verkregen door kruising van bijvoorbeeld twee verschillende variëteiten, ondersoorten, soorten of, bij uitzondering, geslachten. Zulke planten kunnen in hun eigenschappen het midden houden tussen de ouderplanten.

Kruisbestuiving

Bestuiving door een ander fruitras. Een ander ras levert stuifmeel voor de bevruchting. Dit zorgt bijna altijd voor een vergroting van de vruchtbaarheid.

Kruising

Hybride. Een plant verkregen door kruising van bijvoorbeeld twee verschillende variëteiten, ondersoorten, soorten of, bij uitzondering, geslachten. Zulke planten kunnen in hun eigenschappen het midden houden tussen de ouderplanten.

Merknamen

Volgens de wetgeving in een aantal landen mag aan een product een merk worden toegevoegd. Een merk is een onderscheidingsteken. Het onderscheidt producten van het ene bedrijf, van die van een ander bedrijf. Een merk is geen middel om de inhoud (kwaliteit) te beoordelen.

Mutant

Een spontaan optredende wijziging in de erfelijke samenstelling van de plant, tot uiting komend in takken met in vorm of kleur afwijkende bladeren, bloemen of vruchten. Dergelijke takken kunnen door stekken of enten worden vermeerderd. 

Nabloei (2de bloei)

Bloemen welke veel later verschijnen dan de eerste bloemen aan een boom. Bij peren (Pyrus communis) kan de hoofdbloei bijvoorbeeld rond half april zijn. Bij sommige perenrassen kunnen er in de maand mei, juni en juli nog een klein aantal (ongewenste) bloemen bij komen.

Nomenclatuur 

Wetenschappelijke naamgeving, in dit geval van de houtige gewassen. 

Parthenocarpie

De vorming van vruchten uit het vruchtbeginsel zonder voorafgaandelijke bevruchting. Parthenocarpie komt o.a. bij Pyrus communis 'Conference' en 'Saint Rémy' voor.

Ras, rasnamen, cv

Rasnamen of cultivars (cultuurvariëteiten, cv's) zijn variëteiten, ontstaan in cultuur, door selectie of kruising. Rasnamen mogen normaal niet uit Latijnse woorden bestaan. Ze zijn meestal in een internationale taal (Engels, ..) 

Resistente rassen

Rassen of fruitrassen die weerstand bieden aan ziekten en/ of plagen. De laatste tijd gebruikt men liever de term "tolerante rassen". Een lichte aantasting is sommige jaren mogelijk. Zie ook overzicht van ziekten en plagen op fruitsoorten.

Stoofpeer, keukenpeer
Pyrus communis sativa: Europese peer, gewone peer

Perenrassen welke bijna niet geschikt zijn als eetpeer. (Hard, steencellen, …) Meestal zijn ze goed te bewaren. Ze zijn bijzonder geschikt om in de keuken te verwerken. (Na koken vallen ze niet uit elkaar tot moes) Enkele stoofperen: Pyrus communis 'Saint Rémy', 'Gieser Wildeman' (Meer info zie perenrassen)

Synoniem

Het komt voor dat er twee of meer namen voor een ras worden gebruikt. (vb. Malus  'Schone van Boskoop', 'Goudrenet', 'Goudreinette'). Volgens internationale afspraken is de eerstgegeven naam (na 1753) de enige juiste, in dit geval 'Schone van Boskoop'. 

Taxonomie 

De systematische indeling van het planten- en dierenrijk in orden, suborden, families, geslachten en soorten, alsmede de (wetenschappelijke) benaming van deze groepen .  Zie ook taxonomische indeling fruitgewassen

Teeltwijze 

De techniek waarmee de planten/ bomen worden vermeerderd. (Veredelen/ enten) In een bredere context slaat het tevens op de wijze waarop de planten, na de vermeerdering op de kwekerij verder worden geteeld tot verhandelbaar materiaal. 

Tetraploid

Term voor een plant, waarvan de cellen tweemaal het normale aantal chromosomen bezitten. Zulke planten zijn vaak in alle delen groter, maar bloeien als regel later en zijn minder vruchtbaar.

Tolerant aan
bepaalde ziekten

Rassen/ fruitrassen die min of meer weerstand bieden aan ziekten en/ of plagen. De laatste tijd gebruikt men liever de term "tolerante rassen" dan "resistente rassen". Een lichte aantasting is sommige jaren mogelijk.

Triploid (aantal chromosomen)

Een plant met drie stellen chromosomen. Triploïden ontstaan gewoonlijk door kruising van planten met het normale aantal chromosomen en die met het dubbele aantal; ze zijn vaak geheel of gedeeltelijk steriel. Slecht stuifmeel en dus slechte bestuivers!
Appelrassen met slecht stuifmeel zijn o.a. 'Jonagold', 'Schone van Boskoop', 'Rode Boskoop' en 'Jacques Lebel'.
Een perenras met slecht stuifmeel is o.a. 'Saint Remy'

Tweehuizigheid (plant)

Op de plant zitten alleen vrouwelijke bloemen (stamperbloemen) óf alleen mannelijke bloemen (meeldraadbloemen). Actinidia deliciosa (kiwi) is meestal tweehuizig.

Tweeslachtigheid (bloemen)

De bloemen bevatten zowel stampers als meeldraden en zijn dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De kiwibes 'Issai' is tweeslachtig en kan zonder bestuiver vruchtjes geven.

Uitstalleven

De tijd dat een bepaalde vrucht in de winkel mooi en lekker blijft. Bepaalde appelrassen (vb. Malus 'Granny Smith' en Malus 'Pinova') hebben een zeer lang uitstalleven. Andere appelrassen (vb. 'Oogstappel' en 'Lena') hebben een zeer kort uitstalleven.

Variëteit, var.

Afgekort var. Groepen van planten die op een of meerdere eigenschappen afwijken van de soort en waarvan de eigenschappen in stand blijven bij vermeerdering uit zaad. 

Wetenschappelijke naam 

Wetenschappelijke naamgeving (of Botanische naam) van planten. Veelal in het Grieks of Latijn. Soms ook in andere talen (Duits, Engels, Frans, ..) Nomenclatuur is de leer of het vak die wetenschappelijke namen bestudeerd. Meer info over nomenclatuur en de betekenis van botanische plantennamen.

Winterrassen, bewaarrassen

Fruitrassen met een lange koelhuisbewaring, bijv. tot eind mei - juni - juli. In speciale koelhuizen of koelcellen zijn 'Conference', 'Concorde', 'Durondeau' en 'Doyenné du Comice' vele maanden te bewaren.
Perenrassen op een natuurlijke manier (zonder koelcel) lang bewaren zijn o.a. 'Saint-Rémy' en 'Comtesse de Paris'.

Winterstek, houtstek

Stekken kan in een groot deel van het jaar gebeuren. Worden stekken met blad genomen, dan spreekt men van zomerstek. Kiest men echter stekken zonder bladeren, dan noemt men die winterstek. Slechts een beperkt aantal gewassen is via winterstek te vermeerderen. Meer informatie over het stekken.

Zelfbestuiving

Zelffertiel. De bestuiving waarbij geen vreemd stuifmeel nodig is voor de bevruchting.

Zelf-fertiel

Zelf-vruchtbaar. Aanduiding voor een plant, speciaal een vruchtboom, die geen kruisbestuiving (bestuiving door een ander ras) nodig heeft om vruchten en zaden te vormen.

Zelfsteriel

Fruitrassen welke hun eigen bloemen en andere appelrassen niet kunnen bestuiven. Vaak zijn deze rassen ook triploïd. Appelrassen welke zelfsteriel zijn : Malus 'Schone van Boskoop', 'Mutsu', 'Jo.. (Appelbestuiving info)

Zomerrassen

Fruitrassen die direct van de boom verbruikt worden zonder koelhuisbewaring. Zomerrassen bij appel: Malus 'Sunrise', 'Discovery', 'Lena', 'Delcorf', 'Vista Bella', 'Summerred', 'James Grieve'. (Zie tabel met rasoverzicht appel)

Vervolg zie deel 2

  Voor meer teeltinformatie: zie boek "Groente & Fruit Encyclopedie

 

 Vragen of suggesties/ links? 
De Houtwal (Guy's website) 
Planten-nomenclatuur

https://twitter.com/gdekinder (twitter)

 


 Laatste aanpassing op 11/11/13
 
Copyright 1998, all rights reserved.

 

 

http://www.houtwal.be