basisras
|
Een basisras is het
oorspronkelijke fruitras, waaruit later diverse mutanten
(verbeteringen) ontstaan zijn. vb. 'Jonagold' is een basisras
van appels en 'Jonagored' is een donkerrode mutant. |
bestuivers
|
Fruitrassen welke zeer geschikt
zijn als stuifmeelleverancier. Om veel kersen te bekomen, kan
u best drie verschillende gelijkbloeiende kersen bij elkaar
planten. Voor appel-, peren- en pruimenbomen is het meestal
voldoende twee gelijkbloeiende rassen bij elkaar te planten.
Zeer goede bestuivers voor appelbomen zijn o.a. 'Discovery' en
'James Grieve'. |
bloeitijd
|
Het bloeitijdstip kan
vroeg, middentijds en laat zijn. Ook tussenvormen zijn mogelijk. Voor
een goede bestuiving moeten de verschillende fruitrassen ongeveer
gelijk bloeien. Zie
bestuiving bij appelbomen,
bestuiving bij
perenbomen ,
bestuiving
bij pruimenbomen en
bestuiving bij kersenbomen. |
cv (ras)
|
Cultivar. Een afkorting van
cultuurvariëteit (ook wel aangegeven als cv.). Dit zijn
planten die uit een soort, variëteit of kruising zijn
ontstaan of geselecteerd en die op vegetatieve wijze wordt
vermeerderd. Vegetatief vermeerderen kan door middel van
stekken,
afleggen
en
enten. |
diploid ras
|
Elke cel bezit in dat geval
van overeenkomstige chromostomen twee exemplaren, waarvan er
een van de vaderplant en een van de moederplant afkomstig is.
Meestal goed kiemend stuifmeel. |
kruisbestuiving
|
Bestuiving door een ander
fruitras. Voor een goede bestuiving (vruchtzetting) moeten de 2
elkaar bestuivende fruitrassen ongeveer gelijktijdig bloeien. |
lentenachtvorst
|
Nachtvorst tijdens de bloei.
Meestal zeer nadelig voor de vruchtzetting. Lage percelen en
vroegbloeiende fruitrassen zijn gevoeliger. Lentenachtvorst is
te voorkomen door paraffinepotten te laten branden naast de
fruitbomen.
Steenfruit (pruimen, perziken, abrikozen en kersen) bloeien
vroeger dan pitfruit (appel- en perenbomen) en zijn daarom
gevoeliger voor lentenachtvorst. |
meeldauw
|
Witziekte. Echte meeldauw.
Schimmelziekte op scheuttoppen. Komt voorzal voor op
appelbomen (Malus domestica) |
RGF
|
project de recherche Ressources
Génétiques Fruitières (Gembloux). Deze
(appel)rassen zijn zeer aangeraden voor liefhebbers. Ze hebben
een (zeer) goede weerstand tegen de meeste schimmelziekten. |
schimmelziekten
|
Aantasting door schimmels
(zwammen). |
schurft
|
Schimmelziekte op bladeren
en vruchten. Een soort van zwarte vlekken. Schurft komt vaak
voor op appel- en perenbomen. |
synoniemen
|
Een andere (oudere)
benaming. (Afkorting syn.) |
tolerant
|
Het vermogen van een plant
om de ontwikkeling van een parasiet te ondergaan, zonder
duidelijke ziektetekens te vertonen. |
triploid
|
Een plant met drie stellen
chromosomen. Deze fruitrassen hebben slecht stuifmeel. (Ze zijn
steriel) Slechte bestuivers!
Triploïde rassen (met slecht stuifmeel) zijn o.a. 'Jonagold',
'Schone van Boskoop' en 'Saint Rémy'. |
vruchtboomkanker
|
Schimmelziekte op twijgen,
takken, stam en harttak. Kan voorkomen op sommige appelrassen.
Meer lezen over ziekten op fruitsoorten. |
zelfbestuiving
|
Zelffertiel. De bestuiving
waarbij geen vreemd stuifmeel nodig is voor de bevruchting.
Zelfbestuivende pruimenrassen zijn o.a. 'Opal', 'Sanctus
Hubertus', 'Victoria', kwetspruimen en mirabelpruimen.
Meer lezen over bestuiving bij pruimenbomen. |