Fruit
in de fruittuin: onderhoudszorgen.
|
|
Waarom bloesemschade bij fruitbomen voorkomen? Algemeenheden bij lentenachtvorst. Hoe vorstschade aan fruitbloesems voorkomen? Rechtstreekse lentevorstbestrijding. Invloed van teeltmaatregelen. Steenfruit (abrikoos, perzik, kers, pruim) bloeit vroeger dan pitfruit (appel, peer) en is dan ook gevoeliger voor bevriezen van de bloemen.
Tijdens de bloei zijn diverse fruitsoorten/ vruchtensoorten heel gevoelig voor koude. Vroeg bloeiende fruitsoorten hebben meer kans op vorstschade dan laatbloeiende fruitsoorten. Vroegbloeiende fruitsoorten zijn abrikozenbomen, perzikbomen, nectarinebomen, amandelbomen, pruimenbomen en kersenbomen. Sommige bloeien reeds rond half maart en de bloesems lopen dan veel risico op bevriezen. Gesloten bloemknoppen verdragen lichte nachtvorst.
Soms is er direct geen schade te zien, behalve op enkele plaatsen of op lager gelegen percelen. De schade is soms beperkt tot een bepaalde hoogte in de fruitbomen. De volgende schade is soms waarneembaar:- Verminderde vruchtzetting (Minder vruchten) - Kleiner aantal pitten of geen pitten die doorgroeien. Dit veroorzaakt meestal een grotere vruchtrui/ junirui. - Vorstkringen/ verruwingen aan de vruchten. Vroegbloeiende rassen zijn gevoeliger voor LNV.
Goed ontwaterde grond zonder laagten (nat, koude-zakken). Met
beschutting, vooral aan de Noordoost-zijde.
Een goede beschutting langs het noorden, het oosten en noordoosten om de koude lucht te werken is zeer gunstig.
Steenfruit (Prunus soorten) bloeit meestal vroeger dan pitfruit (appel en peer).
Schade door lentevorst zal hier sneller optreden dan bij appel en peer.
Kiwibessen/ minikiwi's (Actinidia
arguta):
Probeer de jonge scheuten bij vorstgevaar te beschermen met
gaatjesplastiek ofwel met groeidoek/ vliesdoek. De jonge
scheuten mogen de plastiek niet raken of ze bevriezen. Eventueel
kan je oliebranders gebruiken om de vorst te weren.
Vroegbloeiende fruitrassen zijn
gevoeliger voor vorst. Laatbloeiende rassen geven meestal een
betere en regelmatigere productie. Ook sommige vroeg uitlopende druivenrassen zijn gevoelig voor lentenachtvorstschade en dus een misoogst. Plant geen gevoelige druivenrassen op een laaggelegen, nachtvorstgevoelig perceel.
Zorg dat de warmte overdag
gemakkelijk de grond in kan. Maak de boomstroken vrij van oud
blad, gras en onkruid. Hou de grasstroken kort gemaaid. Bewerk de
bovengrond niet kort voor de bloei, doch bevochtig een droge
boomspiegel, zo mogelijk de dag vooraf. Hierdoor verbeterd de
warmte-opname door de grond. Zorg dat het fruitgewas voor de nacht
weer droog is, anders is hier meer kans op vorstschade.
Bij de meeste fruitkwekers zal men over het fruitgewas beregenen in de periode dat er nachtvorst is tijdens de bloei. Meestal zal men bij een temperatuur van 0° C starten met de beregening. Bloesem, vruchtjes en plantendelen worden tijdens nachtvorst constant nat geregend. Het water bevriest (verliest warmte) en staat deze warmte af aan de omgeving.
Het laatbloeiende, lange vruchthout kan in nachtvorstjaren nog een oogst(je) geven. In nachtvorstgevoelige percelen kan men bewust wat lang hout laten groeien. Als het nachtvorstgevaar geweken is kan men dit lang vruchthout alsnog wegsnoeien.
Nachtvorst reduceert het aantal bloemen in meer of mindere mate. Een goede bestuiving van de overblijvende bloemen vergroot de kans op vruchtzetting.
Fruitbomen geplant in een goed voedzame
groeimidden blijven gezond, vormen sterke bloemknoppen en zijn
beter tegen nachtvorst bestand. Een goede kaliumvoorziening in de
grond is ook nuttig.
- Verwarming van de lucht met olie- of gasbranders. - Nachtvorstbestrijding door beregening - Nachtvorstbestrijding door een sterke luchtverplaatsing (windmachines)
Planten afgedekt met los stro zijn meer beschermd tegen LNV (lentenachtvorst). Beter is ze ineens ook af te dekken met plastiekfolie. Aardbeiplanten die nog niet bloemen hoeven normaal niet beschermd te worden tegen de vorst. Zorg dat de plastiek de planten niet kan raken.
Aanbevolen is hiermee tot ruim na de bloei te wachten. Vanaf mei kan men probleemloos mulchen. Een te vroege bodembedekking met mulch hindert de warmte-opname en warmte-afgifte tijdens de bloei van de fruitgewassen en kan zo meer vorstschade in de hand werken.
Warmte uitstraling wordt hier eveneens verhinderd. De groei, bloei en oogst wordt vervroegd, zodat hiermee ook meer kans op lentevorstschade is.
Zorg dat de plastiekfolie de bloemen niet raakt, anders is er toch vorstschade mogelijk.
Vroeg snoeien kan een bloeivervroeging geven en mogelijk zo meer kans op nachtvorstschade. Snoei vroegbloeiende en gevoelige rassen na de bloei.
Een losgemaakte bovenlaag van de grond heeft een isolerende werking, waardoor het nachtvorstgevaar erboven toeneemt.
Bij gevaar voor zware nachtvorst, nadat de druivelaars reeds zijn uitgelopen moet je de kas tijdig sluiten, zodat er nog voldoende warmte in de kas kan blijven. (Normaal zal men overdag zoveel mogelijk luchten) Maak de grond overdag vochtig zodat er meer warmteopname mogelijk is. Voor meer informatie: zie boek "Groente & Fruit Encyclopedie" Fruitig tuinplezier! |
|||||||||||||||||||||||
|
Bronnen
- Literatuur - foto's :
|
|