Houtwal.be --> Fruitencyclopedie --> Groeiregeling --> Vruchtdunnen


Fruit in de fruittuin: onderhoudszorgen.
Vruchtdunning bij pitfruit en steenfruit.

 Auteur : Guy de Kinder - www.houtwal.be

 

Algemeenheden bij de vruchtdunning van pitfruit en steenfruit. Voordelen, tijdstip, werkwijze. Houtig kleinfruit wordt meestal niet gedund, maar het vruchthout wordt bij de wintersnoei meer uitgedund.

Planten van zoete kersen (Prunus avium)

1. De dunmethode is afhankelijk van de fruitsoort:

- Het uitdunnen is een jaarlijks terugkerend werk. Het is een noodzakelijk en tijdrovend werk. Pitfruit zoals Malus, Pyrus en Cydonia (appel, peer, kweepeer) en steenfruit (abrikoos, perzik, pruim) zouden jaarlijks gedund moeten worden. Zoete- en zure kersen (krieken) worden niet gedund.

- Houtig kleinfruit (bessen) worden meestal niet gedund. Een goede vruchthoutsnoei is hier de belangrijkste dunning.

- Bij druiven (Vitis vinifera) wordt het dunnen toegepast door per draagspoor slechts 1 trosdragende scheut te behouden en door te krenten (= de bessen van de trossen uitdunnen met een schaartje)

- Vruchtdunnen zal bij de meeste fruittelers meestal met scheikundige producten gebeuren. Een manuele correctie is veelal noodzakelijk.

- Rond einde mei kan men met de snoeischaar een extra vruchthoutsnoei toepassen. Dit gaat meestal zeer snel.

2. Waarom vruchtdunning toepassen bij fruitbomen?

- Minder kans op beurtjaren. (o.a. bij Malus domestica 'Schone van Boskoop'). Zeer vroeg dunnen is hiervoor noodzakelijk.

- Grotere en gezondere vruchten die vroeger kunnen rijpen.

- Gemakkelijkere fruitpluk. 

- Minder uitval t.g.v. schimmels en insecten. Verwijderde, aangetaste vruchten kunnen de overige gezonde vruchten niet meer infecteren. 
Tijdens het dunnen kan men beschimmelde vruchten (mummies) verwijderen, zodat uitbreiding vermeden wordt. Monilia-vruchtrot bij pruimen is hiermee te beperken. 

- Minder kans op takbreuk. Bij niet-tijdig gedunde fruitbomen kunnen verschillende takken breken t.g.v. het overtollige gewicht. Steilgroeiende takken breken gemakkelijk bij pruimenbomen. 

- De groei van de fruitboom verbetert, zodat de vruchten beter kunnen uitgroeien en de smaakkwaliteit stijgt. 

- Hoger gewicht en suikergehalte van de vruchten. 
Bij de zomersnoei (en wintersnoei) is het belangrijk van een goed evenwicht te bekomen tussen groei en vruchtzetting. De scheutlengte op 1 groeiseizoen zou toch minimaal 20 cm mogen zijn. Indien nodig in het voorjaar bijmesten met organische of samengestelde scheikundige meststoffen.

3. Hoeveel vruchten behouden per fruitboom? 

Op een laagstam volwassen appelboom/ perenboom laat men meestal niet meer dan 110 vruchten staan. Veel meer vruchten behouden per boom kan leiden tot een beurtjaar.

Bij een goede vruchtdunning tracht men een evenwicht te krijgen tussen de aanwezige bladeren en de vruchten. Per 20 cm vruchttwijg mogen er ongeveer 2  vruchten blijven staan. (Men rekent soms ook op ongeveer 25 gezonde bladeren per vrucht) Men houdt steeds rekening met het ras. 

Men tracht de vruchttrossen zoveel mogelijk op twee of op één te zetten. (1 of 2 vruchten per tros behouden). Indien de trossen te dicht bij elkaar staan, zet men de trossen per één ofwel verwijderd men enkele trossen.

Perzikvruchten zouden zodanig gedund moeten worden, dat de overblijvende vruchten 15 - 20 cm van elkaar staan.  Pruimen kunnen gedund worden tot ze ongeveer 10 cm van elkaar staan. Peren en appels worden soms gedund tot ze ongeveer 15 cm van elkaar staan.

4. Werkwijze bij het dunnen.

Mogelijkheden: 
- Uitdunnen van bloemknoppen.
- Uitdunnen/ uitnijpen van openstaande bloemen
- Inknippen van vruchthout op één of enkele bloemknoppen
- Manueel verwijderen van afgespeende vruchtjes met de schaar of met de vingers.

Manueel vruchten verwijderen:

Vruchten die onder de takken hangen en weinig zonlicht krijgen, zal men zoveel mogelijk verwijderen. Ze krijgen minder licht en smaken minder lekker.

Bij het dunnen houdt men ook rekening met de dikte en stevigheid van de vruchttak/ vruchttwijg. Op dunne, hangende vruchttwijgen (druiphout) zal men minder vruchten behouden dan op dikkere vruchttakken.

Vruchttakken die door het gewicht tegen de grond gaan hangen, kan men doorknippen met de snoeischaar of kan men met een touw omhoog binden. Bij het opbinden van takken let men op dat de knopen niet kunnen insnoeren. Men kan best grote lussen gebruiken aan de takken.

Dunnen van langstelige fruitrassen:

Men kan de meeste rassen (langstelige rassen) met de vingers dunnen. Men tracht steeds de vruchtsteel te behouden aan de takken. (Vruchten afpitsen). Hiermee voorkomt men dat de overblijvende vrucht gekwetst wordt aan de vruchtsteel, zodat deze later ook zou afvallen. (Anders is er tevens een kans op een groeistilstand)

Dunnen van kortstelige fruitrassen is moeilijker:

Bij kortstelige rassen kan men beter dunnen met een dunschaartje of met een lichte snoeischaar.

Dunnen van kleinvruchtige appelrassen

In de meeste gevallen en zeker bij de kleinvruchtige appelrassen  ('Elstar', 'Cox's O.P.', 'Gala', 'Civni') zal men de kleinste vruchten verwijderen, zodat ze goed kunnen uitgroeien. 

Dunnen van grootvruchtige appelrassen

Bij grootvruchtige appelrassen (o.a. 'Jonagold') die soms te dik worden  kan men de dikste vruchten en de kleinste vruchten verwijderen. Zo heeft men meer kans op vruchten van een middelmatige grootte. Te dikke vruchten zijn gevoeliger voor kurkstip en kunnen sneller vettig worden.

Zomersnoei tijdens het dunnen van fruitbomen:

Wegzagen steile takken

Steil groeiende takken kan men nu nog wegzagen. Dit kan men vooral doen als de fruit boom zwaar beladen is. Laat steeds een kleine stomp (gerichte voet) staan en zorg dat de schors niet kan afscheuren bij het wegzagen van takken.

Twijgen uitscheuren

Een nieuwe trend is de steil groeiende, onbruikbare twijgen uit te scheuren. Er is dan geen kans dat de onderliggende ogen nog uitlopen.

Rugscheuten wegbreken

Tijdens het dunnen kan men ook sterkgroeiende rugscheuten wegbreken. Indien deze scheuten niet verhout zijn, kan men ze volledig wegnemen.

De gemaakte wonden genezen snel in de zomerperiode. Rugscheuten zijn meestal minder productief en belemmeren de gezonde groei van de overige twijgen. 

Witziekte-pluimen verwijderen

Scheuttoppen bij appelbomen, welke aangetast zijn door de meeldauwschimmel kan men uitbreken/ wegknippen en verwijderen. Zo voorkomt men deels een verdere uitbreiding van deze schimmelziekte. Bepaalde appelrassen zijn erg vatbaar voor meeldauw (witziekte).

Wildopslag verwijderen

Grondscheuten (opslag van de fruitboomonderstam) zal men tevens zo laag mogelijk wegnemen. (Uittrekken of uitsteken). Wortels niet teveel beschadigen, of er komen nog meer grondscheuten.

4. Tijdstip voor het vruchtdunnen?

Het vruchtdunnen kan men best zo vroeg mogelijk toepassen. Meestal wacht men tot de natuurlijke vruchtrui (junirui) afgelopen is. Vroeg dunnen heeft de voorkeur, omdat men dan sterkere bloemknoppen krijgt voor het volgende jaar.

Bij te vroeg dunnen (einde mei - begin juni) kan er later nog een natuurlijke vruchtval volgen, zodat men bij de oogst minder vruchten bekomt dan voorzien.

Een vroege fruitdunning gaat meestal minder snel vooruit, omdat het dan moeilijk te bepalen is welke vruchttrossen moeten verwijderd worden.

Perenbomen die aangetast zijn door bacterievuur, zal men bij droog weer dunnen. De verspreidingskans van de bacteriën is dan veel kleiner.

Volgorde van dunnen van vruchten:

- Pruim en perzik (abrikoos)
- Peren
- Appel (Eerst de zomerrassen/ herfstrassen en later de winterrassen)

Nota:  Late vruchtval

Sommige fruitsoorten/ fruitrassen kunnen zonder tussenkomst alle vruchten laten vallen. Dit wordt meestal veroorzaakt door onvoldoende of geen bestuiving door een ander ras. 

Een ander gelijkbloeiend fruitras in de omgeving planten is meestal de oplossing. Soms kan je beter 2 bestuivers gebruiken dan slechts één. Sommige kersenbomen/ kersenrassen (Prunus avium) dragen beter en regelmatiger met 2 bestuivers.

Zelfbestuivende fruitsoorten die bestoven worden door een ander fruitras geven meestal dikkere vruchten die minder gevoelig zijn voor late vruchtval. Zelfbestuivers die NIET bestoven worden door een ander ras zijn dikwijls gevoeliger voor late vruchtval.

Tijdens de bloei is droog en warm weer gunstig voor een goede vruchtzetting. Te droge (schrale) lucht is ook niet goed, want dan kleeft het stuifmeel niet goed vast op de stampers. Een lange periode van erg droge lucht kan zelfs leiden tot een misoogst.

Dunschaartje voor het vruchtdunnen. Uitdunnen van overtollige vruchten.

 Voor meer informatie: zie boek "Groente & Fruit Encyclopedie"

plaatje index

Veel fruitplezier!
10/11/13

De Kinder G.

 

Bronnen - Literatuur - foto's :
 

Fruitindex bij plantennomenclatuur  
 
 

 

 

Vragen?

Stel uw fruitvragen, lees tips op twitter https://twitter.com/gdekinder en in de fruitblog "Inheems- en uitheemsfruit - FruitABC"