|
Planten-
soort |
Beschadiger
(Ned) |
Beschadiger (Latin) |
Ziektebeeld |
Beschadigings-
plaats |
Tijdstip schade |
Voorkoming
schade |
Tolerante
rassen |
Gevoelige
rassen |
|
|
|
|
|
Zie
Groente & Fruitencyclopedie! |
|
Zie
Groente & Fruitencyclopedie! |
|
Ribes
uva-crispa, Ribes rubrum |
Bessenbladwesp,
kruisbessenbladwesp
|
Nematus
ribesii (Scopolii) en Pteronidea (Pteronus) ribesii
 |
Larven
kunnen de bessenstruiken op korte tijd kaal vreten. Larven zijn
meestal groen met zwarte kop en hebben grote zwarte wratten. |
Jonge
bladeren. |
|
Grond
in omgeving goed opkuisen (Overwintering larve in de grond)
Larven komen uit de grond in april. |
|
|
|
Ribes
rubrum, Ribes nigrum, R.uva-crispa |
Bessenglasvlinder
|
Synanthedon
tipuliformis (Clerck)
 |
Boorgangen
in oudere takken. Verwelkende bessentakken in de zomer. |
Takken |
|
Bessen
laat in het voorjaar snoeien. Snoeiwonden afdekken. Snoeihout
goed opruimen en verbranden. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Bessenspanrups,
Harlekijnvlinder
|
Abraxas
grossulariata
 |
Rupsen
verslinden bladeren, bloesems en jonge vruchten. Typische
spanrupsen met een wit-gele kleur met zwarte stippen. |
Bladeren |
|
Jonge
rupsen overwinteren meestal op de struiken. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Bessenknopmot,
Bessenspruitvreter
|
Incurvaria
(Lamparonia) capitella
 |
Rupsjes
boren zich in de zwellende winterknoppen en verwoesten de
inhoud. |
Winterknoppen. |
|
Overwintering
larve tussen de schorspellen tot februari. Schorspellen
opkuisen. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Bessenbladgalmug
|
Dasineura
tetensi (Rübsaamen)
 |
Bladgallen
in de scheuttoppen. Sterke bladmisvorming. |
Bladeren
van zwarte bes (Soms ook op rode en witte trosbes.) |
|
De
larve overwintert in een coccon in de grond. Omgeving goed
opkuisen. Scheuttoppen verwijderen en vernietigen. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Bloedblaarluis
|
Cryptomyzus
ribes
 |
Aangetaste
bladeren vertonen de zgn. bloedblaren. |
Bladeren. |
|
Aangetaste
bladeren tijdig vernietigen. Onkruid in nabijheid tijdig
opruimen. Door bessenstruiken te snoeien begin oktober ruimt men
een deel op. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Kleine
bessenluis
|
Aphis
schneideri (Börner) en A.grossulariae
 |
Sterk
gekrulde scheuttoppen t.g.v. zuigschade. Groenblauwe bladluizen
met lichte sifonen. Misvormde twijgen. |
Scheuttoppen.
Kolonies bladluizen in scheuttoppen. Zuigschade in de koppen. |
|
Zieke
scheuttoppen wegsnoeien en vernietigen. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Bessentakluis
|
Rhopalosiphoninus
ribesinus (van der Goot)
 |
|
Bessentakken
zijn soms massaal bezet met zwartglanzende wintereieren. |
|
Ouder
hout tijdig opruimen. Meer schade op beschaduwde struiken.
Snoeien einde september en snoeihout opruimen. (Lagere
overwinteringskans) |
|
|
|
Ribes
rubrum, Ribes nigrum, Vitis (kas) |
Gewone
dopluis
|
Parthenolecanium
corni (Bouché) en Eulecanium corni.
 |
Takken
bezet met moederdop en later met jonge dopluizen. Door
honingdauw en roetdauwschimmel bedekte vruchttrossen en
bladeren. |
Takken
en twijgen. |
|
Vanaf
juni tot april overwinteren de larven. Ze zuigen zich na de
winter vast. |
|
|
|
Ribes
rubrum, Vitis |
Wollige
dopluis
|
Pulvinaria
vitis (L.)
 |
Vrouwelijke
dopluizen hebben eizakken met witte wasdraden. |
Takken. |
|
Snoeien
in oktober - november ruimt een deel van de overwinterende
vrouwtjes op. |
|
|
|
Ribes
rubrum |
Bessenwortelluis
|
Eriosoma
ulmi (L.)
 |
Bladgallen
op iep (mei). Kolonies van bessenwortelluis op de bessenwortels.
Struik kan daardoor uitdrogingsverschijnselen vertonen. Talrijke
witte wasdraden. |
Wortels. |
|
Geen
bessen in de nabijheid van iepen (Ulmus) planten.
De gevleugelden vliegen in de voorzomer naar bessenstruiken. De
nakomelingen daarvan vestigen zich op de wortels van de bessen. |
|
|
|
Ribes
nigrum, R.uva-crispa |
Bessenrondknopmijt
|
Cecidophyopsis
ribis
 |
1 cm
dikke 'rondknoppen' zijn zichtbaar vanaf september. Knoppen
lopen niet uit in het voorjaar. (Figuur: A= gezonde knop; B=
aangetaste knop) |
Knoppen. |
|
Stekhout
dompelen in heet water. Hout met rondknoppen in de winter
wegnemen en zorgvuldig wegvoeren (in zakken). |
|
|
|
Ribes
nigrum, Ribes uva-crispa |
Amerikaanse
meeldauw, kruisbessenmeeldauw, witziekte
|
Sphaerotheca
mors uvae
 |
Scheuten
zijn wit bepoederd, nadien verkleurt de schimmellaag bruin. De
scheuten misvormen en de scheuttoppen sterven af, zodat de
nieuwe ogen uitlopen en ook besmet worden. |
Scheuttoppen. |
|
Tolerante
rassen zetten. Struiken zijn gevoeliger voor aantasting dan de
spilvorm. Geen bessen telen onder of naast bomen. Zieke toppen
verwijderen bij de wintersnoei. |
|
|
|
Ribes
rubrum, Ribes uva-crispa, R.nigrum |
Bladvalziekte,
bladvlekkenziekte, bladvalschimmel
|
Drepanopeziza
(Pseudopeziza) ribis,
Anthracnose
 |
Kleine
bruine vlekjes in de bladschijf. Later bladvergeling en massale
bladval. |
Bladeren. |
|
Overwintering
in de zieke afgevallen bladeren. Bladeren goed opruimen. |
|
|
|
Ribes
rubrum, ... |
Vruchtrot,
Botrytisvruchtrot, grijsrot
|
Botrytis
cinerea
 |
|
Bloesem,
bessen en soms jonge scheuten. |
|
Zorgen
voor een luchtig gewas dat snel kan opdrogen. Goed luchtig
snoeien. Geen bessen telen onder overhangende bomen. |
|
|
|
Ribes
rubrum, Vitis, ... |
Rode
puistjes ziekte, vuur
|
Nectria
cinnabarina (geslachtelijke vorm: Tubercularia vulgaris)
 |
Oranje-rode
puistjes op de stam of twijg. De schimmel groeit tot in het
gezonde hout en doet takken en zelfs de gehele plant afsterven. |
Jonge
twijgen en takken. Op dood hout en soms ook op levend hout. |
|
Dood
hout verwijderen tot in het levende en gezonde hout en
verbranden. De wonde nauwkeurig afdekken. Snoeihout onmiddellijk
en goed opruimen. Snoeien bij sneldrogend weer. |
|
|
|
Ribes |
Roestziekte |
diverse schimmels |
Oranje puistjes aan de bladonderzijde. |
Onderaan de bladeren |
|
Luchtig snoeien. Zorg dat de planten na regen
snel opdrogen. Laat geen hoog opgroeiende begroeiing toe. |
|
|
|
Ribes |
Taksterfte |
Eutypa |
Takken die afsterven |
|
|
Niet snoeien in december of januari. Snoei in
februari bij droog weer.
Plant geen gevoelige rassen op natte gronden. |
|
|
|
Ribes
rubrum, ... |
Kaligebrek,
potasgebrek, randjesziekte
|

|
Randen
van de bladeren verkleuren, krullen en verdorren. Oudste
bladeren vallen vroegtijdig af. |
Bladeren
(randen) |
|
In
het voorjaar bijmesten met kalium (potas). Op lichte gronden
spoelt kalium sneller uit en moet er jaarlijks bijgemest worden.
(Na een lange regenperiode op lichte gronden bijmesten met een
kaliummeststof) |
|
|