Houtwal.be --> Fruit ABC-encyclopedie --> Appeloverzicht -> Wollige appelbloedluis (Malus domestica)
Door
Guy De Kinder - www.houtwal.be
Wollige bloedluizen zijn "wollige luizen",
doordat ze bedekt zijn met watte-achtige wasafscheidingen, waaronder de kolonies
worden gevormd. Bij het platdrukken blijft een bruinrood sap aan uw vingers
kleven. De bestrijding van deze plaag is niet gemakkelijk.
Bij aantasting door appelbloedluis ontstaan woekeringen (appelbloedluiskanker)
en barsten in het oude hout. Daardoor ontstaan secundaire aantastingen die
kunnen leiden tot het afsterven van het aangetaste gedeelte. Wollige bloedluis kan soms erg storend
zijn. Vorig jaar problemen gehad met deze speciale bladluizen? Maak nu
schuilplaatsen voor oorwormen in de bomen. Zaai of plant Oost-Indische kers
(Tropaeolum) onder uw appelbomen. Wollige bloedluis wordt geparasiteerd door Aphelinus mali,
een kleine wesp.
Appel, sierkwee, dwergmispel, vuurdoorn en meidoorn. Sommige appelrassen en bepaalde appelonderstammen zijn meer vatbaar dan andere.
Tijdens de maanden november- december en januari -
februari.
Als larven en volwassen insecten. Jonge larven verdragen koude. Ze overwinteren
in spleten van schors, kankerwonden, wildopslag en aan de stambasis.
Tijdens zachte winters zitten ze ook op snoeiwonden. De larven (0,6-1,3 mm
groot) zijn melig grijs tot roodbruin.
Vanaf februari-maart, bij een temperatuur van 4-5°C. In april verspreiden de larven over de boom.

Vroege voorjaar: wasafscheiding door de overwinterende jonge larven. Bloedluizen
beschermen zich met een wasafscheiding tegen alle mogelijke vijanden en
insecticiden.
Vanaf mei tot juli start de afscheiding van witte
wasdraden. De bloedluizen vormen kolonies in de bladsteeloksels. Door de
zuigactiviteit ontstaan er woekercellen
(wondweefsel) aan de onderzijde van scheuten en takken. De bloedluizen hebben
een zuigsnuit en onttrekken plantensap uit bladeren en jonge scheuten. Op de
zuigplekken
kunnen aantastingen van vruchtboomkanker en appelglasvlinder ontstaan.
De bloedluis heeft 8-12 generaties per jaar.
Tak met bloedluiskanker. De bloedluizen veroorzaken opzwellingen die later door vruchtboomkanker worden aangetast.
In augustus bij warm en droog weer verminderen de
aantastingen. Meestal worden de bloedluizen onder controle gehouden door de
verhoogde parasitering door de sluipwesp
(Aphelinus mali) en doordat de oorwormen veel bloedluizen opruimen.
Geparasiteerde luizen lijken op zwarte mummies.
Doordat er minder roofvijanden (sluipwesp,
oorwormen) zijn, kan de aantasting in september toenemen. Door het frisse en
natte weer is meer uitbreiding mogelijk.
Door het pletten van deze luizen komt er een rode vloeistof naar buiten. Bij de
pluk kan deze vloeistof vieze plekken maken op de kledij.
In de herfst kunnen de waterloten ernstig aangetast worden zodat de pluk bemoeilijkt wordt.
| I | II | III | IV | V | VI | VII | VIII | IX | X | XI | XII | ||||||||||||
| Larve in rust | Larve actief | ||||||||||||||||||||||
| 8 tot 12 nieuwe generaties | gevleugelden | ||||||||||||||||||||||
| Larve actief | Larve in rust | ||||||||||||||||||||||
Bij temperaturen lager dan 4 graden Celsius, stopt de
ontwikkeling en vermenigvuldiging van deze luizen. Overwintering vanaf half november tot ca half
februari.
Actieve larven die zuigschade veroorzaken vanaf half februari tot einde maart en
in het najaar.
Er zijn vanaf half maart tot ca einde september talrijke overlappende
generaties. Het is daarom belangrijk in het voorjaar te starten met preventieve
maatregelen.
In oktober en november verspreiden de gevleugelde bloedluizen zich.
De kolonies kunnen behandeld worden met een fijne
schildersborstel (kwast) groene zeep of plantaardige olie te smeren. Op jonge twijgen kan een straal ijskoud water ook wel helpen. Bij
ernstige aantasting is het beter van de gehele twijg weg te knippen en te
vernietigen.
Verwijder in oktober-november alle wildopslag en maak de boomspiegel vrij van
onkruid zodat de overwintering moeilijker wordt.

Behalve de de kleine sluipwesp (Aphelinus mali) zorgen ook lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven voor een biologische controle. De sluipwesp is het meest actief in verlaten boomgaarden die niet behandeld worden met gewasbeschermingsproducten.

Ook de gewone oorworm (Forficula auricularia) kan zeer veel wollige bloedluizen
opruimen. Oorwormen zijn nachtdieren. Overdag zitten ze graag verstop op donkere
plekken. In een boomgaard kunnen dat spleten en holtes achter de schors zijn, de
ruimte tussen blaadjes of vruchten. 's Avonds komen ze uit hun schuilplaatsen en
zoeken ze de omgeving af naar voedsel.
Oorwormen eten bladluizen, bladvlooien, insecteneieren (appelmade/fruitmot), kommaschildluizen en kleine rupsjes. Ook eten ze plantaardig voedsel zoals algen, jonge blaadjes en soms aan rijpende vruchten.

Hang in april en mei stenen potten gevuld met stro in de bomen, waarin de
oorwormen een nest kunnen maken.
Ook zwarte plastieken, geperforeerde zakjes gevuld met stro zijn een goede schuilplaats voor oorwormen.
Isomobekertjes gevuld met ribkarton zijn eveneens geschikt als nestplaats voor oorwormen.

Ook het planten of zaaien van de eenjarige bodembedekker Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) onder appelbomen is nuttig om talrijke nuttige insecten in
leven te houden. Een meerjarige bodembedekker is hondsdraf (Glechoma
hederacea)
Met een kleine schildersborstel kunnen de meeste wollige bloedluizen verwijderd worden, zodat de schade beperkt blijft. Controleer vanaf einde mei tot einde september wekelijks uw appelbomen!
Boek: "Schadelijke en nuttige insecten en mijten in fruitgewassen" van A. van Frankenhuyzen
Brochure: "Gewasbeschermingsgids. De belangrijkste
ziekten en plagen in de fruitteelt en hun waarnemingen." (PCF, Sint-Truiden)
Nestplaatsen voor
oorwormen maken