1. Algemeenheden bij Prunus domestica:
Wetenschappelijke naam: Prunus domestica
Betekenis wetenschappelijke naam:
Prunus is een oude Latijnse plantennaam met verwijzing naar de kersen
en pruimen; pruimenboom (Alle steenfruitsoorten dragen als geslachtsnaam
Prunus).
De soortaanduiding domestica betekent huiselijk, inheems,
(gecultiveerd) (Lat.: domus = huis)
Nederlandse naam: gewone pruimenboom, kwetspruim
2. Waarom vruchtdunning bij pruimenbomen toepassen?
- Minder kans op beurtjaren.
- Grotere en gezondere pruimen-vruchten die sneller kunnen rijpen.
- Gemakkelijkere pruimenpluk. Minder uitval t.g.v. schimmels en insecten.
- Minder kans op takbreuk. Bij niet-tijdig gedunde bomen kunnen
verschillende takken breken t.g.v. het overtollige gewicht.
- Tijdens het vruchtdunnen kan men beschimmelde vruchten (mummies) tijdig
verwijderen, zodat uitbreiding vermeden wordt. (Meestal t.g.v. Monilia
fructigena aantasting)
- De groei van de pruimenboom verbetert, zodat de vruchten beter kunnen
uitgroeien en de smaakkwaliteit stijgt. Het ras 'Victoria' dat
niet of te laat gedund wordt is nauwelijks eetbaar. Goed gedund is
het een lekkere vrucht.
- Hoger suikergehalte van de vruchten.
Bij de zomersnoei (en wintersnoei) is het belangrijk van een goed
evenwicht te bekomen tussen groei en vruchtzetting. De scheutlengte
op 1 groeijaar zou toch minimaal 20 cm mogen zijn.
Zie ook "Fruit-snoeikalender"
 |
Vruchtrot/ vruchtmummies bij pruimen.
Monilia fructigena |
3. Werkwijze bij het dunnen van pruimen.
Bij een goede vruchtdunning tracht men een evenwicht te krijgen
tussen de aanwezige bladeren en de vruchten. Per 20 cm mogen er
ongeveer 2 - 3 pruimen-vruchten blijven staan. (Men rekent soms ook op
ongeveer 25 gezonde bladeren per vrucht) Men houdt steeds rekening met
het ras. Bij grootvruchtige pruimenrassen zal men meer vruchten
verwijderen, zodat ze goed kunnen uitgroeien. (vb. 'Reine Claude
d'Oullins' en 'Monarch') Men tracht de vruchttrossen zoveel mogelijk op
twee of op één te zetten. (1 of 2 vruchten per tros behouden).
Indien de trossen te dicht bij elkaar staan, zet men de trossen per
één.
De vruchtstelen zal men steeds deels laten staan. Men knipt met een
dunschaar (of met de vingers) de vruchten van de vruchtsteel. Pruimenvruchten die onder de takken hangen en weinig zonlicht
krijgen, zal men zoveel mogelijk verwijderen. Bij het dunnen houdt
men ook rekening met de dikte en stevigheid van de vruchttak/
vruchttwijg. Op dunne vruchttwijgen (druiphout) zal men minder
vruchten behouden dan op dikkere vruchttakken. Vruchttakken die
door het gewicht tegen de grond gaan hangen, kan men doorknippen met
de snoeischaar of kan men met een touw omhoog binden. Bij het
opbinden van takken let men op dat de knopen niet kunnen insnoeren.
Men kan best grote lussen gebruiken aan de pruimentakken. Steil groeiende
takken kan men nu ook nog volledig wegzagen. Dit kan men vooral doen
als de pruimelaar zwaar beladen is. Laat steeds een kleine stomp (gerichte
voet) staan en zorg dat de schors niet kan afscheuren bij het
wegzagen van takken. Men kan de meeste pruimenrassen (langstelige rassen)
met de vingers dunnen. Men tracht steeds de vruchtsteel te behouden
aan de takken. (Vruchten afpitsen). Hiermee voorkomt men dat de
overblijvende vrucht gekwetst wordt aan de vruchtsteel, zodat deze
later ook zou afvallen. (Anders is er tevens een kans op een
groeistilstand) Bij kortstelige rassen kan men beter
dunnen met een dunschaartje of met een lichte snoeischaar. Tijdens
het vruchtdunnen kan men ook sterkgroeiende rugscheuten wegbreken. Indien
deze scheuten niet verhout zijn, kan men ze volledig wegnemen. De
gemaakte wonden genezen snel in de zomerperiode. Rugscheuten zijn
meestal minder productief en belemmeren de gezonde groei van de
overige twijgen. Grondscheuten (wortelopslag van de pruimenonderstam) zal
men tevens zo laag mogelijk wegnemen. (Uittrekken of uitsteken).
Wortels niet teveel beschadigen, of er komen nog meer grondscheuten!
Onvruchtbare en steilgroeiende takken kunnen tijdens het dunnen ook
verwijderd worden, zodat de boom luchtiger komt te staan. 4.
Tijdstip van pruimenvruchten te dunnen
Het vruchtdunnen kan men best zo vroeg mogelijk toepassen.
Meestal wacht men tot de natuurlijke vruchtrui (junirui) afgelopen
is. Vroeg dunnen heeft de voorkeur, omdat men dan sterkere
bloemknoppen krijgt voor het volgende jaar.
 |
Bij te vroeg dunnen (einde mei - begin juni) kan er soms later nog
een natuurlijke vruchtval volgen. |
Zeer vruchtbare pruimenrassen zoals 'Reine
Victoria' ('Queen Victoria') dragen jaarlijks goed en kunnen best
tijdig gedund worden, zodat ze een lekkere smaak kunnen krijgen.
Volgorde van
dunnen bij enkele fruitsoorten:
- Pruim (Prunus domestica), perzik (Prunus persica)
en abrikoos (Prunus armeniaca) - Peren (Pyrus) - Appel
(Malus domestica)
Voor meer teeltinformatie: zie boek "Groente
& Fruit Encyclopedie"
Succes als je het eens wil uitproberen!
Laatste aanpassing op
04/09/10
Dit artikel werd samengesteld door
G. De Kinder |