Fruit in de fruittuin: dunnen van pruimen
Vruchtdunnen is bij sommige pruimenrassen een jaarlijks
terugkerend en vermoeiend werk. Sommige pruimenrassen zijn bijzonder vruchtbaar
en moeten tijdig worden gedund. Dunnen is noodzakelijk om een goede kwaliteit
te bekomen, takbreuk te voorkomen en om beurtjaren te voorkomen. Verzamel de
uitgedunde, aangetaste vruchten en vernietig ze, door ze in een diepe put te
begraven.
Naamgeving bij pruimen:
Wetenschappelijke naam: Prunus domestica.
Prunus is een oude Latijnse plantennaam met verwijzing naar de kersen
en pruimen; pruimenboom. Alle steenfruitsoorten dragen als geslachtsnaam
Prunus.
De soortaanduiding domestica betekent huiselijk, (inheems,
gecultiveerd) (Lat.: domus = huis)
Familie: Rosaceae - Rozenfamilie
Onderfamilie: Prunoideae - steenfruit
Cultuurvariëteiten: o.a. 'Victoria', 'Sanctus
Hubertus', 'Opal' en 'Altesse Simple'.
Voordelen van pruimen te dunnen:
- Betere kwaliteit. De overblijvende vruchten groeien
beter uit en worden smakelijker. Bij o.a. 'Victoria' (syn. 'Queen
Victoria, 'Reine
Victoria') zijn de niet gedunde vruchten klein, flauw en smakeloos,
terwijl de uitgedunde vruchten lekker zijn.
- Tijdig dunnen voorkomt dat in draagjaren takken
uitscheuren onder het gewicht van de vruchten. Via deze wonden kunnen
schimmels zoals de loodglansziekte infecteren en later de boom doen
afsterven.
- Tijdig dunnen voorkomt bij sommige rassen de kans op
beurtjaren. Een beurtjaar is het tegengestelde van een draagjaar. In een
draagjaar draagt te boom veel vruchten. In een beurtjaar zijn er weinig of
geen vruchten.
- Bij het dunnen kunnen kleine, beschadigde en misvormde
vruchten verwijderd worden zodat de pluk vlotter kan verlopen. Vruchten
aangetast door insecten (fruitmot, pruimenzaagwesp of steenrups, ...) kunnen beter verzameld
worden en vernietigd worden, zodat verdere uitbreiding voorkomen wordt.
Vernietiging van aangetaste vruchten is mogelijk door de aangetaste
vruchten enkele dagen in water te zetten of door ze in een diepe put te
begraven.
- Goed gedunde bomen kunnen vroeger
geplukt worden.

Tijdstip om pruimenbomen te dunnen:
- Vroeg dunnen (mei - juni) geeft de beste resultaten.
- Vruchthoutsnoei einde april of begin september is voor
sommige rassen een mogelijkheid. Opletten met de wintersnoei want sommige
rassen (o.a. 'Victoria') is bij snoei heel vatbaar voor de
loodglansschimmel. Wintersnoei verhoogt de infectiekans op de
loodglansschimmel en de boom sterft later af.
Zie ook "Fruit
ABC - Snoeikalender".
Waarmee pruimenbomen dunnen?
Langstelige rassen kunnen met de vingers gedund worden.
Kortstelige rassen kunnen met een dunschaartje of met een smalle
snoeischaar uitgedund worden. De vruchtsteel van de te verwijderen
vruchten wordt doorgeknipt met de dunschaar.
Afhangende takken kunnen ook met een gewone snoeischaar terug gesnoeid
worden.
Hoeveel pruimen dunnen?
Laat per 20 cm tak ongeveer 2-3 vruchten staan en reken op
ongeveer 25 gezonde bladeren per vrucht. Hou ook rekening met het ras; bij
grootvruchtige rassen zoals 'Reine Claude d'Oullins', 'Belle de Louvain'
en 'Monarch' zult u meer vruchten moeten verwijderen om ze goed te laten
uitgroeien. Kleinvruchtige rassen zijn o.a. 'Reine-Claude Crottée',
'Mirabelle de Metz' en
'Mirabelle de Nancy'.
Andere oorzaken van te kleine pruimenvruchten:
- Een te zwakke groei geeft ook kleine vruchten. De grond
mag niet te arm zijn aan voedingsstoffen. In het vroege voorjaar kan
bijmesten om de groei te bevorderen met organische meststoffen nuttig
zijn.
- Pruimenbomen verdragen geen te natte grond. De boomgroei
verzwakt dan ook.
- De scheutlengte bij je pruimelaar zou jaarlijks toch minstens 20 cm moeten bedragen.
- Bij een te zwakke groei worden de bomen meer vatbaar
voor aantastingen van de ongelijke houtkever. Deze maakt gangen in de
stam, waardoor de bomen langzaam afsterven.
- Zelfbestuivende rassen
zijn meestal zeer vruchtbaar en
moeten zeker jaarlijks gedund worden. Meer informatie over bestuiving:
Meer teeltinfo op
deze site en vooral in de "Groente
& Fruit Encyclopedie"
Bronnen:
Noordelijke Pomologische
vereniging.