|

Overzicht
Zure
kersen/ morellen/ kriekenbomen -Prunus cerasus - zijn bij
biologische fruittelers en fruit-liefhebbers zeer gemakkelijk te kweken op een beperkte plaats.
Deze fruitbomen/ fruitstruiken blijven
relatief klein. Kruisbestuiving is meestal niet nodig, zodat één enkele
fruitboom
reeds zeer productief kan zijn.

Algemeenheden
bij het planten van zure kersen:
Naamgeving:
Wetenschappelijke naam: Prunus
cerasus (var. austera)
Nederlandse namen: morel, Waal, noordkriek, kriek/ krieken,
kriekelaar
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
Onderfamilie: Prunoidae (steenfruit)
Esperanto: merizo
In het spraakgebruik
(Vlaanderen/Nederland) komen er soms wat verwisselingen voor tussen
zoete en zure kersen.
Zure kersen worden soms ook morellen, Waalse en krieken genoemd.
Prunus avium = zoete
kersen en Limburgse Boskriek (= zaailing onderstam voor zoete kersen/
zure kersen)
Prunus cerasus = zure kersen. Het ras dat in Vlaanderen meest gekweekt
wordt zijn 'Noordkrieken' of 'Morel'. Vandaar dat men hier
spreekt van krieken. De naam kriekenboom/ kriekeboom is voor de meeste Vlamingen
duidelijker dan een zure kersenboom.
Zoete kersen worden in Vlaanderen meestal kortweg kersen genoemd. Bij
rijpheid zijn deze kersen zoet.
Betekenis van de
wetenschappelijke naam Prunus cerasus en Prunus avium:
- Prunus:
Van prune (Gr.) kersen en pruimen; pruimenboom. Diverse
steenfruitsoorten.
- cerasus: 1) Latijns voor kers of kersenboom 2) Van
Kerasun (Cerasus), een stad aan de Zwarte Zee.
- avium: Van avi (L.= vogel). De vogels eten
heel graag deze vruchten.
Meer lezen over de
afkomst en verklaring van Latijnse & Griekse plantennamen: "ABC van het
plantenlatijn. Betekenis van botanische namen".
Kruising van zoete kers
en zure kers:
Uit een kruising van Prunus avium en Prunus cerasus zijn
de kersenrassen
'Meikers',
'May Duke' (syn. 'Dubbele Meikers') ontstaan. Deze bastaardkersen worden soms
ook 'Anglaise Hâtive' en
'Tôt et Tard' genoemd.
Bruikbaarheid van zure
kersen:
 |
Zure kersen (Krieken/ 'Noordkrieken'/ 'Morel', Waal) zijn bij rijpheid
zuur of zuurzoet.
|
Voor vers gebruik zijn ze minder geschikt. Ze zijn
bijzonder geschikt voor confituur/ jam en voor andere
verwerkingsmogelijkheden. Afhankelijk van de cv zijn ze donkerrood of
roodzwart. Een zure kersenboom blijft veel kleiner dan een zoete
kersenboom. Zure kersen zijn veelal zelfbestuivend en zoete kersen
bijna nooit.
Onderstammen voor
kersenbomen:
Als onderstammen voor
kersen worden gebruikt: Prunus avium 'Colt', Prunus avium
'F12/1', Prunus avium 'Limburgse Boskriek', Prunus mahaleb en Prunus
GiSelA ('Gisella 5'). De kleinste fruitboomvormen heeft men op de 'Gisella 5'
onderstam. Het boomvolume is slechts 1/3 van op 'F12/1' gekweekte
bomen. Het boomvolume van zure kersen is veel kleiner dan bij zoete
kersen. Zure kersen geven veel dunne, afhangende twijgen.
Planten
van zure kersen:
Planttijdstip:
Van oktober
tot maart. De meest optimale boomgroei krijg je door te planten tussen oktober en
december.
Plantafstand voor kriekelaars:
Halfstammen worden 4 - 5 m van elkaar geplant.
Struikvormen en spilvormen worden op 3 - 5 m van elkaar geplant. Ruimer planten geeft gezondere
fruitbomen, welke
minder vatbaar zijn voor aantastingen.
Zure kersen kunnen als struik en als boom
opgekweekt worden.
Een goede standplaats
voorkomt schimmelproblemen!
Zure kersen hebben een voorkeur
voor een luchtige en zonnige plaats. Plant de struiken/ bomen niet tussen
andere bomen waar er onvoldoende luchtcirculatie is!! (Meer gevaar op
schimmelziekten).
Indien nodig kunnen ze ook groeien op een schaduwrijke plaats (noorden
locatie), maar de vruchten zijn dan nog zuurder en de vatbaarheid voor
bloesemmonilia kan dan groter worden. (Voor verwerking tot confituur/
jam is die zure smaak geen probleem!)
Zure kersenbomen hebben een
voorkeur voor drogere gronden.
Bloei en bestuiving bij zure kersen:
Vroegbloeiende kersenrassen hebben
meer kans op schade door lentenachtvorst dan laat-bloeiende rassen. (Zure
kersen bloeien meestal later dan zoete kersen). Op
laaggelegen percelen is er meer kans op vorstschade aan de bloesem. Laat
bloeiende kersenrassen zijn 'Gerema' en 'Karneol'.
Zure kersen zijn meestal zelfbestuivend en hebben
normaal geen
kruisbestuiving nodig. (Meer info hierover in rassenoverzicht: zie deel
2)

Schimmelziekten
en plagen bij zure kersen: (Opmaak:
De Kinder G.)
Monilia laxa- bloesemsterfte
De meest gevreesde
schimmelziekte is bloesemmonilia (bloesemsterfte). Heel wat rassen zijn hiervoor gevoelig. Een zeer
gevoelig ras is 'Noordkriek'/ 'Morel'/ 'Schattenmorelle'. Er bestaan
ook een aantal tolerante rassen zoals 'Gerema', 'Karneol' en 'Morina'.
Meer info in tabel met
rassenoverzicht. |
 |
|
| Monilia
laxa (Monilinia laxa, Sclerotina laxa) |
|
Monilia laxa (anamorf
Monilinia laxa) is te
herkennen aan de verwelkte bloesems, bladeren en jonge scheuten die
verdroogd aan de bomen blijven hangen. (zie
foto)
De infectie gebeurt overwegend via de bloei.
Uitbreiding van deze schimmelziekte kan voorkomen worden door regelmatig
de aangetaste twijgen weg te snoeien. Hierbij knip je steeds 20 cm van het
gezonde hout mee weg. Verwijder deze zieke twijgen zo vlug mogelijk uit de
omgeving.
Bloesemsterfte kan ook optreden bij sierkers, zoete kers, perzik,
abrikozen en amandelbomen.
Levenscyclus Monilia laxa
(Klik op de figuur om deze te
vergroten!)
|
 |
Rassenoverzicht
zure kers:
Zie deel 2
Voor meer informatie: zie boek "Groente
& Fruit Encyclopedie" en zie
ook "Fruit ABC -
Snoeikalender"

Laatste aanpassing:
04/09/10
De Kinder G. |