Houtwal.be --> Fruit ABC-encyclopedie --> Vermeerderen fruitsoorten  -> Overzicht stekken -> Afleggen: algemeenheden


Fruit in de tuin: eenvoudige plantenvermeerdering.

Afleggen of marcotteren van planten vraagt weinig kennis!

 Auteur : Guy de Kinder -  www.houtwal.be

Afleggen is een methode van vegetatieve vermeerdering, waarbij een tak zo in de grond gebogen wordt, dat zijn top weer boven de grond uitkomt. Het afleggen kan o.a. bij hazelaar (Corylus avellana), druiven (Vitis vinifera) en diverse klimplanten toegepast worden.


Voordelen van afleggen.

Afleggen geeft meestal een goede beworteling.

Er is weinig risico op mislukking.

De planten worden op eigen wortel geteeld, waardoor hinderlijke wildopslag uitgesloten is.

Ook moeilijk te vermeerderen gewassen zijn zo te te kweken.

Meestal bekomt men stevige nakomelingen.

Er is voor de vermeerdering geen serre/ kas nodig.

Er zijn weinig nazorgen nodig.

Nadelen.

Het afleggen of marcotteren vraagt veel plaats. Moederplanten vragen veel ruimte.

De opbrengst per m² en per moederplant is lager dan bij de meeste andere vermeerderingsmethoden. De productie is bij jonge moederplanten erg beperkt.

Er is soms een langzame bewortelingsduur: van enkele maanden tot 3 jaar

Het eerste en tweede jaar is de productie soms zeer laag. De productie neemt de volgende jaren geleidelijk toe.

Bij sommige plantensoorten is er een eenzijdige wortelvorming, waardoor de planten gemakkelijk scheefwaaien. 

De moederplanten (moeren) en aanbevolen plantafstand.  

Start met stevige, goed gewortelde, soortechte planten die kort boven de grond worden afgesnoeid om zoveel mogelijk vertakkingen te geven. Ook is de beworteling dan vaak beter.

Van plantensoorten met houtige twijgen worden de planten schuin geplant om de jonge scheuten tot aan de grond te krijgen.

De plantafstanden zijn 0,30 tot soms 1,5 (2,5) meter in de rij. De plantafstand is afhankelijk van de groeihoogte en van de afstand tussen twee knoppen.

Kruisbessen en kwee kunnen nog dichter geplant worden.

Tussen de rijen laat men een afstand van 1,5 tot 2,5 m.

Werkwijze bij het afleggen.

De meeste planten worden afgelegd van zodra de groei beëindigd is, meestal juli of augustus. Van snelgroeiende soorten zoals hazelaar, moerbei, sering en esdoorn kunnen in het voorjaar jonge scheutjes ingelegd worden. Vijgen, pruimonderstammen en mirabelpruimen bewortelen vaak beter als de nog groeiende scheuten in juni worden afgelegd. Klimplanten, zoals kiwi's en druiven, worden meestal in het voorjaar afgelegd, van zodra de knoppen schuiven. Eenjarige twijgen van laanbomen worden vaak tussen december en april afgelegd.

Enkelvoudig afleggen:

Meerjarige scheuten van Acer (Esdoorn), Magnolia, Rhododendron en Vaccinium (blauwe bes)

De scheuten worden ontbladerd, behalve het topje, en naar de grond gebogen om ze in een gleuf te leggen.

De scheut wordt vastgelegd met een steen of een pin.

Eventueel kan de onderkant van de scheuten verwond worden.

In het voorjaar worden de bloemknoppen op de afleggers weggebroken.

Rugscheuten op de beugels worden weggenomen. Scheuten in het hart van de plant worden luchtig uitgedund.

Afhalen: meestal 2e voorjaar bij het schuiven van de knoppen, Magnolia na 3 jaar, Azalea in september.

Planten vermeerderen door afleggen. Afleggen van laag vertakkende plant.

Dubbel afleggen:

Bij gewassen die lange eenjarige scheuten maken die reeds in het jaar van afleggen inwortelen.

De moerplanten worden schuin geplant.

Aan één zijde van de plant wordt de jonge twijg over de ganse lengte in de grond gelegd.

Toe te passen bij o.a. Cornus alba, Cornus mas, Hydrangea paniculata, Acer negundo en Vaccinium corymbosum (blauwe bes).

Planten vermeerderen. Dubbel afleggen van lange eenjarige twijgen die gemakkelijk wortelen.

Slangvormig- of golvend afleggen:

Eénjarige scheuten, vroeg in het voorjaar (april) losmaken en slangvormig in en uit de grond buigen. Een gedeelte van de rank komt steeds boven de grond. Het ondergronds gedeelte vormt wortels en het bovengrondse deel vormt scheuten.

Bij klimplanten zoals Aristolochia, Wisteria, Passieflora, Vitis vinifera (druif), Actinidia arguta (kiwibes) en Actinidia deliciosa (kiwi)

Planten vermeerderen: Slangvormig of golvend afleggen van klimplanten.

Welke planten afleggen of marcotteren?

1) Enkelvoudig afleggen:

Amelanchier lamarckii (krentenboompje),  Camellia, Chimonanthus praecox, Schijnhazelaar, Erica Halesia (sneeuwklokjesboom), Ficus carica (vijgen), Hamamelis (Toverhazelaar), Morus nigra (Zwarte moerbei), Plataan, Syringa (Seringen), Tilia (Linde), Magnolia (beverboom), Ribes uva-crispa (kruisbes), Rhododendron, ...

2) Dubbel afleggen:

Acer, Alnus, Cornus, Cotinus (pruikenboom), Corylus avellana (Hazelaar) en Vaccinium corymbosum (blauwe bes)

3) Slangvormig afleggen:

Actinidia arguta (kiwibes), Actinidia deliciosa (kiwi), Passieflora (passievrucht), Vitis vinifera (druiven), ...
Verder ook nog Aristolochia, Lonicera en Wisteria.

Aanaarden of marcotteren.

Aanaarden gelijkt erg op het afleggen, maar alles gaat sneller en is eenvoudiger. De scheutbasis van een laag vertakte plant wordt met grond bedekt. Aan de scheutbasis van elke scheut worden wortels gevormd. De methode wordt voornamelijk toegepast voor het vermeerderen van fruitboomonderstammen. De plantafstand van de moerbedden is ongeveer 0,25 m op de rij en 1,25 (1,5) m tussen de rijen.

Er is lichte, vochthoudende grond nodig die ook een goede structuur heeft. Zware grond (klei) is ongeschikt.

De moerplanten worden soms schuin geplant (1). Hierop ontwikkelen zich sterke eenjarige scheuten (2). In het volgende voorjaar word de moederplant kort boven de grond afgeknipt. (3)

In mei en juni, als de scheuten 15-20 cm lang zijn, wordt er 2 tot 3 maal humusrijke grond tegen de scheutbasis gebracht (a, b). De laatste keer wordt er begin juli aangeaard. (4)

Begin december wordt de berm grond verwijderd. (5)

De jonge, ingewortelde twijgen worden afgeknipt en ingelegerd. (6)

Planten vermeerderen. Marcotteren door aanaarden van fruitboomonderstammen. Afleggen en marcotteren.

Plantensoorten te vermeerderen door aanaarden (Marcotteren door aanaarden):

Malus - Appelonderstammen,  Cydonia oblonga (Kwee), Castanea sativa (tamme kastanje), Chaenomeles japonica (dwergkwee), Daphne, Prunus – soorten (pruim- en kersonderstammen), Pteriocarya, Rhododendron, Syringa (sering), Tilia (Linde), Ribes uva-crispa (Stekelbes)

Marcotteren in de lucht.

Voor planten waarvan men geen takken in de grond kan buigen.
Jonge twijgen of scheuten worden lichtjes verwond en omgeven door vochtig mos of vochtige cocopeat. Alles wordt goed toegebonden met plastiek zodat het substraat niet kan uitdrogen.
Ook een omgekeerde PET-fles kan gebruikt worden om de jonge marcot met substraat te omgeven.
Er bestaan ook speciale potten welke gebruikt kunnen worden om in de lucht te marcotteren.

Planten vermeerderen. Speciale bewortelingspot (Rooterpot). De gele markering is de verwonding aan de jonge twijg. Rooterpot met substraat en beetje water. Omgekeerde fles met substraat omheen een jonge twijg.
Openklappende pot die met langblijvend vochtig substraat wordt opgevuld.
Infobron: www.rootrainers.co.uk
De pot kan bovenaan en opzij afgesloten worden. Langs boven kan er water gegeven worden dat beneden verzameld kan worden. Omgekeerde fles met vochthoudend substraat.




Ribes uva-crispa: kruisbes, stekelbes Actinidia arguta: kiwibes, kiwiberry Vaccinium corymbosum: blauwe bes, blueberry Chaenomeles: sierkwee, dwergkwee

 

Veel tuinplezier!

Guy De Kinder - www.houtwal.be
21/11/13

Bronnen - Literatuur - foto's :
Onderstammen vermeerderen door afleggen, stekken en zaaien.
Fruitindex bij plantennomenclatuur 

Weblinks plantenvermeerdering
Planten vermeerderen door stekken en enten

 
 

 

Vragen? Discussieforum en http://twitter.com/gdekinder