Houtwal.be --> Fruit ABC-encyclopedie --> Vermeerderen fruitsoorten  -> Overzicht veredelen -> Oculeren of schildgriffelen (1): doel, werkwijze, materialen en nazorgen


 Planten vermeerderen in de fruittuin: Planten ongeslachtelijk vermeerderen door enten, griffelen of oculeren

 * Fruitbomen in de zomer enten: oculeren of schildgriffelen:

Fruitplanten vermeerdering door oculeren/schildgriffelen in augustus. De onderstam wordt T-vormig aangesneden en er wordt een schildje ingeschoven en toegebonden. Voorkom mislukking: laat het oculatiehout niet uitdrogen, werk op actief groeiende onderstammen, werk proper en snij de overtollige schors af voor het toebinden.

 Auteur : Guy de Kinder - www.houtwal.be

Overzicht planten vermeerderen door middel van oculeren:
Wat verstaat men onder oculeren, schildgriffelen of enten met één oog (oogenten)?
Voordelen en nadelen van het oculeren.
Voorbereiding onderstam.
Tijdstip om te oculeren.
Aansnijden onderstam.
Voorbereiding oculatiehout.
Het snijden zelf van de oculatie.
Het plaatsen en aanbinden van de oculatie.
Bindmaterialen bij het enten of oculeren
Oorzaken van mislukking.
Latere zorgen na het oculeren.
Waarom onderstammen gebruiken?
URL-adressen i.v.m. oculeren.
 

Oculeren, oogenten of schildgriffelen is een vermeerderingsmethode voor houtachtige planten. Het is een vrij eenvoudige vorm van enten of griffelen.
Het bestaat uit het plaatsen van een knop (oog = oculus) van de gewenste cultivar (ras) met een stukje bast in een T-snede onder de bast en tegen het cambium (delingsweefsel) van de onder- of tussenstam.
Het is een methode van vegetatief (ongeslachtelijk) vermeerderen, waarbij een deel van het ras of de cultuurvarieteit (cv.), zodanig wordt verenigd met een worteldragend deel, dat ze een nieuwe plant vormen.
 

* Men heeft slechts zeer weinig enthout of oculatiehout nodig. Per scheut kunnen alle goed ontwikkelde ogen, voornamelijk uit het middengedeelte van de scheut, worden gebruikt. Bij winterentingen heeft men meestal 2-3 knoppen nodig per enting.
* De griffeling lukt zeer gemakkelijk. Het slagingspercentage is vaak hoger dan bij enten. Winterentingen geven meestal een lager resultaat door tegenvallende weersomstandigheden.
* Het werk kan zeer vlug gedaan worden. Een goed geoefend persoon kan er 100 (tot 200) per uur zetten. Het aanbinden wordt dan door een andere persoon gedaan.
* Het oculeren is eenvoudiger en kan sneller uitgevoerd worden dan het enten.
* Men heeft kleine wonden die snel toegroeien. Sommige wonden bij de winterentingen groeien zeer traag toe.
* Men heeft geen entwas nodig.
* Er wordt 's zomers geoculeerd onder gunstige weersomstandigheden.

* Er kan alleen worden geoculeerd bij goed weer (droog weer).
* Het oculatiehout moet de juiste rijpheid hebben.
* De bast of schors moet goed loslaten van de onderstam.
* De oculaties moeten met veel zorg worden dichtgebonden.
* De onderstammen mogen niet te dik of te oud zijn en moeten goed groeien zodat de schors goed loskomt.

Men oculeert hoofdzakelijk vanaf 1/2 juli tot begin (half) september. In deze periode is de cambiumactiviteit het hoogste. Dit is van belang voor de vergroeiing van het oog met de onderstam. Een eerste voorwaarde is dat de schors nog goed loskomt van de onderstam, d.w.z. dat het cambium nog gezwollen en actief is. Het cambium is een deelweefsel onder de schors. Er kan alleen met succes bij droog weer worden geoculeerd.
Een periode van warm en zonnig weer is gunstig voor de lukking van de oculaties.

Niet alle gewassen worden op eenzelfde tijdstip geoculeerd. Er zit een bepaalde volgorde in:

Prunus: (Sier-) pruim (Prunus domestica), en (Sier) perzik (Prunus persica): juli (augustus)
Prunus: sierkers (Prunus serrulata) en zoete kers (Prunus avium): juli
Malus domestica (appel, sierappel): augustus
Pyrus communis (gewone peer) en Pyrus pyrifolia (appelpeer): augustus
Cydonia oblonga (kweepeer/ kweeappel): augustus

Rozen (Rosa Hybriden): juli-augustus Planten vermeerderen door oculeren of schildgriffelen. Rosa: bottelroos
 * De fruitboomonderstammen voor de griffeling opsleunen. Opsleunen of opsnoeien betekent de onderste zijtakjes wegsnoeien.
* Bij onvoldoende groei van de onderstammen moet deze aangewakkerd worden door vooraf snelwerkende stikstofmeststoffen te geven. (Niet te veel stikstof geven !)
Indien de groeistilstand te wijten is aan droogte dan moet men water geven of op regen wachten. (In 2007 is extra water geven niet nodig) * Bij de opgesleunde onderstam maakt men op een goed bereikbare effen en propere plaats een T-vormige insnijding (Een horizontale snede van ca 0,5 cm en een verticale snede van ca 2,5 cm). Het beste komt deze insnijding langs de windzijde (westen). Later is er dan minder kans op uitwaaien van de oculatie.
* Als men met verschillende personen werkt dan is het beste van allemaal de insnijding langs dezelfde kant te maken.
* De insnijding komt voor laagstam fruit- en sierbomen meestal op 15 (10) tot 20 cm boven de grond. Tussenstammen moeten op 40 cm vanaf de grond worden geoculeerd. Bij struikrozen moet de insnijding op de wortelhals (wortelkraag) komen (in de grond). Men zal struikrozen hiervoor eerst "afaarden". Door te oculeren op de wortelhals voorkomt men dat er later teveel grondscheuten komen. Met het spateltje aan het mes (of soms met de snede van het mes), kan men vlot de schorslippen van de "T" losmaken.
  * Het oculatiehout moet van rasechte, gezonde en goed groeiende moederplanten worden gesneden. Indien mogelijk, moet het hout genomen worden van virusvrije moederplanten.
* Men gebruikt eenjarige ("ditjarige") scheuten, die goed belicht zijn door de zon. Bloemknoppen zijn meestal ongeschikt voor oculaties.
* Onmiddellijk na het knippen van de oculatiescheuten, moet men de bladschijven verwijderen om de verdamping grotendeels stil te leggen. Men kan de oculatiescheuten enkele uren of enkele dagen in een natte doek bewaren. (In de koelcel kan men oculeerhout enkele dagen tot enkele weken {4} bewaren bij ongeveer + 10° C )
* Om de oculaties vlot te kunnen snijden moet men zorgen voor een vlijmscherp en proper mes. Sommige (handige) personen snijden eerst de oculatie en daarna de "T" in de onderstam. Voor beginnelingen is het beter van eerst de "T" te snijden in de onderstam.
Planten vermeerderen: Oculatiescheuten ontbladeren om uitdroging te voorkomen De oculatiescheut waarvan de schildjes moeten gesneden worden, wordt eerst ontbladerd. Soms laat men hierbij de bladstelen staan.
Verwijder de top van de oculatiescheut, want deze is te kruidachtig en de ogen zijn niet goed ontwikkeld. (De beste bladknoppen van een goed ontwikkelde scheut zitten in het middendeel)
Het ontbladeren en aansnijden van de oculatie gaat het gemakkelijkste als de scheut omgekeerd wordt vastgehouden.
Meestal neemt men de oculatiescheut (twijg) omgekeerd vast in de linkerhand. Men snijdt dan onderaan de twijg een schorsreepje af van ongeveer 2 cm lang, voorzien van een oog . (Vandaar de naam schildgriffel !)

Dit schorsreepje moet over de gehele lengte de cambiumlaag vrij hebben. Het mag slechts weinig of geen hout bevatten. Men bekomt dit laatste door het schildje zeer dun te snijden ofwel door het schildje iets dikker te snijden en dan het hout eruit te pellen (zgn. zwaluwstaartje).

Gepast snijden van het oculatieschildje:

Planten vermeerderen: Gepast snijden van de oculatieschildjes Snijden van de oculatie:

a. Niet voldoende diep aangesneden

b. Te diep aangesneden. Het hout (rechts) is niet of moeilijk te verwijderen.

c. Gepast aangesneden oculatie. Het hout is gemakkelijk te verwijderen en heeft onderaan een V-vormig uitzicht.

Verloop van het snijden van de oculatie en de onderstam:

Planten vermeerderen: Het aansnijden van de oculatie of schildgriffel. 1. Aansnijden van de oculatie. Begin ca 2 cm boven de knop en maak een snijdende beweging met het mes, zodat een dunne schijf wordt afgesneden. Door onder de scheut een vinger te houden als steun is het gemakkelijker juist te snijden.
2. Een goed gesneden oculatie heeft het uitzicht van een schildje, is ca 3 cm lang en is voorzien van een goed ontwikkelde bladknop (oogje). Het knopje staat ca in het midden van het schildje.
3. Maak een horizontale en een verticale snede in de onderstam (T-vorm).
4. Met het mes kan de schors voorzichtig losgemaakt worden.
5. Bij sommige messen is er een speciaal spateltje om de schors los te maken.
6. Schuif het schildje met knop in de T-vormige wonde.
7. Met het mes of met de vinger kan het schildje zoveel mogelijk naar beneden geschoven worden.
8. Snij bovenaan de overtollige schors van het schildje af. De schors van het schildje mag niet hoger dan het bovenste van de "T" komen. Let op dat het schildje niet op de grond valt, want dan worden de snijwonden vuil.
 


 

Verloop van het oculeren of schildgriffelen.

(Klik op de afbeelding om deze te vergroten)

1. Snijden van de schildgriffel of oculatieschildje van het gewenste ras. Op het schildje staat een bladsteel en een bladknop.
2. T-vormige snede in de onderstam, waarbij met het mes de schorslippen worden losgemaakt.
3. Inschuiven schildje in de T-vormig aangesneden onderstam. Soms gebruikt men het bladsteeltje als handvat om het inschuiven te vergemakkelijken.
4. Toebinden van de oculatie, zodat het schildje goed aansluit op de onderstam. Zorg dat er geen snijwonden meer zichtbaar zijn en dat alles waterdicht afgesloten is.
5. Indien raffia gebruikt werd voor het toebinden, dan moet deze na 14 dagen losgesneden worden, zodat insnoeren voorkomen wordt. Bij het gebruik van andere materialen is dat doorsnijden niet nodig. De rubberachtige flexiband komt van enkele weken of maanden vanzelf los.
6. Het volgende voorjaar wordt de geoculeerde onderstam boven de oculatie afgeknipt, zodat de knop van de oculatie kan uitgroeien.

 Heeft men geen bladsteeltje dan gebruikt men het (bovenste) uiteinde van de schors om het schildje op zijn plaats te zetten. Men let erop dat het oogje steeds naar boven zit. Men bindt zodanig aan dat het oogje goed aansluit op de onderstam. Als men met flexiband werkt (grijsblauwe elastiekjes), dan wordt het oogje vrijgelaten.

* Flexiband (oculeer-elastiek): 

een 0,6 cm brede en 16 (18) cm lange elastische (grijs-blauwe) rubber, die na enkele weken uiteen valt onder invloed van het zonlicht (U.V.-stralen).
(Liefhebbers gebruiken soms ook gewone elastieken rekkers uit de keuken.)

* O.S.V. Fleischhauer no. 4 ("okulette"): 

een bijna vierkante dunne elastische, wit-gele rubber (zgn. rozenrekker) met als afmetingen 4 cm x 2,5 cm, die over de oculatie wordt gespannen en aan de achterzijde met een "nietje" wordt vastgezet. Het aanbinden gaat zeer vlug. Deze rubber wordt ook volledig afgebroken onder invloed van het zonlicht (U.V.-stralen). 

* 'Ribonstrip': 

Dit is een 1 cm brede en meestal 20 cm lange doorzichtige plastic. De oculatieplaats wordt hiermee volledig dichtgebonden, zodat de oculatiegalmug geen kans krijgt om eieren af te zetten. Het nadeel is dat de Ribonstrip niet vanzelf verteert en daarom ongeveer 6 weken na het oculeren losgesneden moet worden. 

*Raffia:

 Vroeger werd veel raffia gebruikt. Deze raffia is nog te vinden in tuincentra en in winkels voor bloemschikmaterialen.

Methode van toebinden:

Planten vermeerderen: Oculatie of schildgriffel toebinden met flexiband.
Toebinden met flexiband of met gewone elastiek.
Begin aan de bovenste snede en ga zo omlaag. Laat de knop van de oculatie net zichtbaar. Maak het geheel goed stevig vast!
Toebinden met de zgn. rozenrekkers (Rechthoekige rubberlap met nietje). Deze rekker wordt over de volledige oculatie vastgemaakt.
* Onvoldoende verwantschap tussen oculatie en onderstam.
* Het oculeerhout was te kruidachtig of uitgedroogd.
* De onderstammen waren niet voldoende actief en de schors kwam moeilijk los.
* Onvoldoende scherp mes.
* Het schildje of oogje is te ondiep aangesneden. Er wordt te weinig cambium overgebracht, waardoor het vergroeien van het oog moeilijker verloopt.
* Het oogje is te diep aangesneden. Door het vele hout in het oog is een goede aansluiting van het cambium met de onderstam moeilijk. Bij steenfruit moet het hout zeker verwijderd worden!
* Het oogje aan de kant van de wonde teveel aangeraakt met de vingers.
* De tijd tussen het snijden en het plaatsen was te lang.
* Het oogje is op zijn kop gezet in de onderstam.
* Vuil op de wonden van de cambiumlagen.
* De overtollige schors van het schildje is niet (of onvoldoende) afgesneden na het inschuiven in de onderstam.
* Onvoldoende zorg bij het aanbinden.
* Regen gekregen tijdens het oculeren.
* Het oculatiehout was niet vers genoeg.
* Onderstammen zijn veel te dik en er werd op geen jong gedeelte geoculeerd.
* Onderstammen stonden te dicht op elkaar, waardoor de belichting onvoldoende was.
* Te vroeg op het seizoen geoculeerd. 
* Teveel regen gedurende een week na het oculeren.

Oculatiegalmug

* In sommige boomkwekerijgebieden moet men direct na het opschonen of opsleunen en na het oculeren spuiten tegen de oculatiegalmug. Woont u niet in een boomkwekerijstreek dan is die oculatiegalmut geen probleem! (Meestal is dit spuiten overbodig voor liefhebbers)

Controle lukking oculatie

* Na 2 weken kan men zien of de oculatie gelukt is. De enting is gelukt als de bladsteel bij aanraking afvalt (en geel van kleur is). Men kan dit ook controleren aan de schors van het schildje dat nog mooi groen is. Indien de oculatie mislukt is dan kan men soms nog onmiddellijk herkansen ofwel later chip-budden ofwel in het voorjaar de engelse griffel toepassen.

Ribonstrip en raffia lossnijden

* Indien men aangebonden heeft met Ribonstrip of met raffia, dan moet men deze na 6 weken (najaar) lossnijden om ingroeien en verstikken te voorkomen.

Geoculeerde onderstammen afsnoeien:

* Op "stomp" snoeien tussen half maart en einde maart. Een 10 tot 20 cm boven de oculatie (soms ook vlak erboven) zal men de onderstam afsnoeien. De oculatie is hierdoor verplicht tot uitlopen.

Planten vermeerderen: Afknippen geoculeerde onderstam.

Verticaal aanbinden van de oculatiescheuten

* Aan de "stomp" binden van de oculatie-scheut vanaf mei. De scheut moet minstens 15 cm lang zijn om te kunnen aanbinden. Later zet men stokken (bamboestokken) aan de onderstammen om de oculatiescheut verder aan te binden. Hierdoor krijgen we een mooie rechte boom.

Maatregelen om de oculatiescheut te doen vertakken:

* Struikrozen (Rosa) nijpt men in om ze te doen vertakken. Tijdens de maanden april/ mei zal men ze boven het 5de echte blad innijpen.
* Bij appelbomen (Malus domestica) en sommige soorten steenfruit kan men de bovenste blaadjes regelmatig wegnemen (= "pluizen"), om vroegtijdige zijscheuten te krijgen. Appeloculaties kan men ook behandelen met speciale vertakkingsmiddelen.

Stompen boven oculatiescheut wegknippen:

* "Stompen" wegsnoeien einde augustus - begin september. Men snoeit ze weg schuin tegen de uitgegroeide oculatie. Laat men de stompen staan, dan gaat de oculatie schuin groeien. De stomp moet zo volledig mogelijk weggesneden worden, zodat de wonde zo vlug mogelijk overgroeid wordt. Soms strijkt men de ontstane wonde in met een wondhelend product. De maand augustus is het meest geschikt omdat de wonde dan nog goed kan genezen.


Het gebruik van onderstammen bij het oculeren of bij chip-budding.

Waarom gebruikt men onderstammen ?
Voordelen van het gebruik van onderstammen?
Artikel onderstammen opvragen.

 

 

Publicaties en adressen i.v.m. oculeren: zie weblinks "vermeerdering"

Veel succes als je het zelf eens wilt proberen!


Index veredelen & enten

Suggesties en opmerkingen?   http://twitter.com/gdekinder