Houtwal.be --> Fruit ABC-encyclopedie --> Vermeerderen fruitsoorten -> Overzicht veredelen -> Onderstammen bij het enten of oculeren
Auteur : Guy De Kinder - www.houtwal.be
- Sommige plantensoorten kan men vegetatief vermeerderen door stekken,
door marcotteren en door
aanaarden van moerbedden. Toch zal
men meestal de voorkeur geven aan veredelen (oculeren of enten/ griffelen) op een bepaalde onderstam.
De onderstam is het gedeelte van de boom dat de wortel draagt.
- Omwille van te sterke en ongelijkmatige groei wordt het zaaien meestal
niet toegepast. Enkel onderstammen van perzik, walnoot en
'Limburgse Boskriek' zal men toch zaaien.
Fruitbomen op een (zwakgroeiende) onderstam blijven meestal kleiner en geven vroeger vruchten. (Na 3 jaar vruchten i.p.v. soms 10-12 jaar te moeten wachten). Zaailingonderstammen groeien meestal veel sterker en zijn later vruchtbaar.
Zie ook "Afleggen en marcotteren"

* Men heeft een resistentie tegen ziekten (bodemschimmels) en virussen. Herinplant is mogelijk zonder grondontsmetting, door een iets sterker groeiende onderstam te gebruiken. Indien men normaal de appelonderstam 'M9' gebruikt, dan kan je voor herïnplant van appelbomen bijvoorbeeld de appelonderstam 'M26' gebruiken.
* Een aanpassing aan de grondsoort is mogelijk. Gebruik op slechtere gronden (zandgrond, zavelgrond) een sterkere onderstam. Men kan ook op slechtere (drogere) gronden fruitbomen of struikrozen planten. De grond mag niet te nat zijn! De beste gronden zijn leemgronden. Hierop heb je de hoogste productie en het minste bewaarproblemen.
* Men kan de stam vormen met de onderstam. Men kan de onderstam laten groeien tot op 1 m (1,20 m) en daar het ras oculeren. De appelonderstammen 'MM106' en 'MM111' zijn hiervoor te gebruiken. Meestal is het beter een tussenstam te gebruiken, dan de stam van de onderstam te hoog te laten groeien.

* Men kan onderstammen kiezen met een goed wortelgestel, zodat men later geen
steunpaal moet gebruiken. De appelonderstam 'MM106' heeft op latere leeftijd geen
steunpaal nodig. Ook zaailingen voor hoogstam appel, peer, pruim en kers hebben
op latere leeftijd geen steunpaal meer nodig.
![]() |
* Men kan verschillende fruitrassen op één fruitboomonderstam zetten. Dit kan interessant zijn voor fruitliefhebbers met weinig plaats of om de bestuiving en productie te verbeteren. (Dit is meestal niet bruikbaar voor beroepsfruittelers.) |
* Groeiregeling is mogelijk. Men kan reeds op kleine boompjes fruit krijgen.
Fruitbomen die geënt worden op zwakgroeiende onderstammen blijven veel kleiner
dan wortelechte fruitbomen. Wortelechte bomen zijn zaailingen ofwel bomen die
vermeerderd werden door stekken, afleggen en marcotteren.
* Vruchtbaarheidsregeling is mogelijk. Om geen 5 tot 10 jaar op de vruchten
te wachten, kan men door zwakke fruitboomonderstammen te gebruiken reeds het jaar na het
planten fruit plukken. Vooral bij okkernoten of walnoten, appel, peer en kiwi is
de vroegere productie opvallend.
Kiwizaailingen geven meestal pas na 8-10 jaar bloemen en vruchten. De geënte
kiwiplanten geven reeds na 2 jaar bloemen en vruchten.
Bij walnoten geven zaailingen pas na 10-12 jaar de eerste noten. De geënte
notenbomen zijn veel duurder, blijven gezonder en geven meestal na 3-5 jaar de
eerste noten.
* Bij het vermeerderen d.m.v. stekken, afleggen en marcotteren kan het soms 2-3
jaar duren vooraleer men een verkoopbare plant heeft. Door te veredelen (enten,
oculeren, ...) op een onderstam heeft men dikwijls na 1 jaar reeds een
verkoopbare plant.
Het onderhoud van een pas gegriffelde (geoculeerde) boom is meestal eenvoudiger
dan het onderhoud van marcotteerplanten.
Met een zoekrobot kan je zelf nog andere informatie
zoeken over oculeren. Gebruik de trefwoorden: oculeren, onderstammen, budding, grafting,
uitgangsmateriaal, vruchtboomkwekers, ...
Veel succes als je het zelf eens wilt proberen!
G. De Kinder - www.houtwal.be