Houtwal.be --> -- Fruit ABC -- Tuin- en plantenlinks -- Index tuintaal, tuinbouwtaal --> Tuintaal: Af...
Plantenjargon & tuintaal: deel A
"Af"
| TERM | SYN. | VERKLARING |
Afbinden |
toesnoeren |
Het te strak - of bij het niet nakijken van bindsels door diktegroei veroorzaakt- aanbinden, zodat de stengel gekneld raakt en bvb. gevoeliger is voor breuk. Plantenetiketten aan fruitbomen en bessenstruiken kunnen na enkele jaren insnoeren. Zie zorgen na het planten. |
Afbuigen |
Het horizontaal binden/ buigen van twijgen of gesteltakken. Het tegengestelde is omhoog binden of opbinden. door het uitbuigen zal de vruchtenproductie bij de meeste fruitboomsoorten verbeteren. Meer info: zie Fruit ABC |
|
Afdekken |
1. Het aanbrengen van een laag organisch materiaal, rondom de planten. 2. Het leggen van dennentakken e.d. op lage planten om vorstschade te voorkomen. |
|
Afdeling (taxonomie) |
divisie, devisio |
De hoogste rang in het plantenrijk. Men heeft de afdeling zaadplanten (Spermatophyta) en de afdeling sporenplanten (Cryptogamae). Zie rubriek nomenclatuur - taxonomie |
Affiniteit |
Verenigbaarheid |
Goede of slechte vergroeiing van het geënte ras met de onderstam. Sommige perenrassen (Pyrus communis) vergroeien niet of moeilijk met kwee (Cydonia oblonga) Zie vermeerderingslinks en verwantschap bij het veredelen (enten, oculeren) |
Afgedragen hout |
afgedragen twijgen. |
Hierop hebben vruchten gehangen. Het is te herkennen aan de vruchtbeurzen bij appel- en perenbomen. |
Afgeknot |
Vorm van bladeren, of andere plantenorganen, die plotseling eindigen, alsof de top er afgehakt is. |
|
Afgeleide klasse (taxonomie) |
|
Een afgeleide klasse is een uit een andere klasse ontstane klasse, die de eigenschappen van die klasse heeft geërfd. Zie rubriek nomenclatuur - taxonomie |
afgeleide stengel |
|
Organen die reservevoedsel bevatten waarmee ze een rustperiode kunnen overleven. O.a. Solanum tuberosum (aardappel- |
Afgerijpt |
Uitgerijpt. |
Zie uitgerijpt. |
afgraven |
|
Weggraven of door graven gelijk maken. |
Afharden |
Het langzaam gewennen van planten, die onder glas
gekweekt zijn, aan buitencondities. |
|
Afhouder |
|
Een blokje dat dient om een stam of tak weg te houden van zijn paal of steun om schade door wrijving te voorkomen. |
Afleggen |
Een wijze van vegetatieve vermeerdering, waarbij een tak zo in de grond gebogen wordt, dat zijn top weer boven de grond uitkomt. Kan o.a. bij hazelaar (Corylus avellana), druiven (Vitis vinifera) en klimplanten toegepast worden. Zie ook rubriek vermeerdering en afleggen, aanaarden & marcotteren |
|
Aflegger |
zinkeling |
Een plant, verkregen doordat takken of ranken van de moederplant de grond raakten en wortels vormden. Braambessen en taybessen kan men vermeerderen met topafleggers. |
Aflopend blad |
|
Blad waarvan de bladsteel zich langs de stengel bevindt. |
Afnijpen |
Innijpen |
Een wortel of stengel van een plant met de nagel korter maken. Hierdoor wordt de vertakking bevorderd. |
Afpennen |
Lichten |
Het afpennen is het doorsnijden van de penwortel (pinwortel). Bij zaailingen van walnoten en perzik zal men de pinwortel (hoofdwortel) doorsnijden zodat er meer zijwortels worden gevormd. |
Afrijpen druiven |
|
Vanaf de kleuring van de bessen zal de vruchtscheut verhouten: hij wordt bruin van kleur. Deze verhouting noemt men het afrijpen. Goed afgerijpte twijgen hebben een betere weerstand tegen de winterkoude. Zie ook rubriek fruitlinks. |
Afschilferend |
|
Schors, die na verloop van tijd loslaat van de stam, in plakken (Platanus) of in repen (Betulus en Vitis). |
Afschrikkende vogelgeluiden |
Valkenkreten kunnen andere vogels afschrikken. Voorgeprogrammeerde vogelkreten kunnen zonder regelmaat afgespeeld worden en zo vogelschade aan rijpe kersen voorkomen. | |
Afslibbaar deel |
|
Het gedeelte van de grond dat uit heel kleine korrels bestaat. |
Afspoelen (planten) |
|
Het gebladerte bevochtigen zonder de grond te doordrenken. |
Afstand op de rij |
Plantafstand |
De afstand tussen twee planten op dezelfde rij. Deze afstand is meestal afhankelijk van de plantgrootte die de planten later bereiken. |
Afsteken |
Wortelsnoei |
Het wegnemen van overtollige graskanten, stukken overblijvende plant e.d. met behulp van een spade of ander tuingereedschap met scherp blad. Meer info: zie Fruit ABC |
Afvallend |
|
Een in de tijd beperkte functie hebbend; wordt vooral gebruikt voor planten, die hun bladeren in de winter verliezen, maar ieder orgaan kan afvallen. |
Afweerplant |
|
Een plant die bij dieren mijdgedrag oproept (slakken: Hyssopus, Salvia, Thymus; mieren: brandnetel, kruizenmunt; witte vlieg: Tagetes). Zie ook rubriek plantenziekten & plagen. |
Afwisselend |
Aanduiding voor een bladstand waarbij de bladeren in twee rijen tegenover elkaar aan de stengel staan, zodat een waaierachtig effect ontstaat. Zie ook biologielinks |
|
Afwitten |
|
Als de temperatuur in de (Vitis - druiven) serre boven de 30 °C. komt of als de zonnestraling te sterk is, wordt de serre belommerd met een wit mengsel van kalk en water. Zie verder druivensnoei en teelt |
Afwrijvend snoeien |
Afstropen |
De pasgevormde scheutjes kun je probleemloos met de hand afwrijven. (mei-juni). Scheuten die op de bovenkant van de gesteltakken ontstaan kan men zo verwijderen. |
Afzet |
|
De verkoop van tuinbouwproducten. O.a. via veiling, groothandel, kleinhandel, thuisverkoop, ... |
Afzetten van bosplantsoen |
De takken/ stammen iets boven de grond afzagen. O.a. bij Alnus (els) en Castanea sativa (tamme kastanje). | |
Afzuigen |
|
Het op elkaar enten van ent en onderstam, terwijl beide vast staan en goede wortels hebben. (vb. Lycopersion e.- tomaat). Zie ook rubriek vermeerdering (veredelen & enten) |
|
Bronnen
- Literatuur - foto's : |