| TERM |
SYN. |
VERKLARING
|
atrium
|
|
De
binnenplaats die geheel door de woning is
omsloten. Een zonnige, warme binnenplaats is bijzonder
geschikt voor vijgen (Ficus carica), passievruchten (Passieflora)
en
kiwibes,
kiwiberry of gladde kiwi (Actinidia arguta).
Zie
ook
Fruitencyclopedie ABC |
Attractantia
|
Chemische
insectenferomonen
|
Chemische synthesen die natuurlijke
insectenferomonen imiteren. |
Auticide
|
|
Bestrijding met biologische methoden van
schadelijk bevonden dieren. |
autochtoon
|
inheems
|
Inheems in een bepaalde streek.
Inheemse fruitsoorten zijn o.a.
hazelaars en tamme kastanje. |
Autofertiel
|
|
Door zelfbestuiving vruchtdragend.
O.a.
Zure kersen
- Prunus cerasus zijn zelfbestuivend.
Zie
Fruitencyclopedie ABC |
Autogamie
|
Zelfbevruchting
|
Autogamie is zelfbevruchting van een
bloeiwijze (van dezelfde bloeiwijze of van een andere
bloeiwijze van dezelfde plant) door het eigen stuifmeel. |
autosteriel
|
|
Vruchtbomen die alleen
vruchten dragen, na
bestuiving door andere bomen die niet noodzakelijk tot dezelfde
cultuurvariëteit behoren. |
Autotrofe planten
|
|
Zelfopbouwende planten, door toedoen van de
chlorofyl-synthese. (Bladgroenverrichting) |
Autotroof
|
|
Synthese van organische stoffen uit
anorganische stoffen. (bijv. bij de fotosynthese) |
auxine
|
bewortelings-
hormoon, plantenhormoon
|
Bewortelingshormoon, gebruikt bij het stekken.
(Merknaam Rhizopon. Het actieve product is I.A.Z., N.A.Z. of
I.B.Z.). Voor meer info zie vermeerderingslinks
en
vermeerdering van fruitsoorten |
Auxotrofie
|
|
Eigenschap van een organisme, waarbij het
afhankelijk is van de aanvoer van bepaalde chemische stoffen
van buitenaf om te kunnen groeien. |