Verklaring van een aantal moeilijke/ speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw:
TERM |
SYN | VERKLARING1 |
Blaadje |
Deelblaadje | Elk afzonderlijk blaadje van een samengesteld blad. Okkernoten of walnoten (Juglans regia) en vlier (Sambucus nigra) hebben een samengesteld blad. |
Blad, bladeren |
Plantenonderdeel dat instaat voor de fotosynthese (bladgroenverrichting) en verdamping. | |
Bladaarde |
Bladgrond | Gedeeltelijk vergane dode bladeren, die afgebroken zijn tot een bruine, rulle massa, die iets heeft van turfmolm. |
Bladanalyse |
Een onderzoek naar de voedingssamenstelling in een plantenblad. Op basis van deze analyse kan er een voedingsadvies gegeven worden. | |
Bladbemesting, bladvoeding |
Bladvoeding | De plant bijmesten via het blad. Een tijdelijk tekort kan hiermee verholpen worden. Een te sterke dosis of toepassing bij te zonnig weer kan bladverbranding veroorzaken. |
Bladgal |
Bladuitwas | Een uitwas of gezwel op bladeren veroorzaakt door bacteriën, mijten of door galwespen. Bladgallen komen o.a. voor bij walnoten en trosbessen. Zie ook weblinks plantenziekten en plagen |
Bladgroen |
chlorofyl | Een groen pigment van de chloroplasten in de plantencel dat in staat is energie uit het licht te absorberen. |
Bladgroente |
Bladgewas | Een groente waarvan de bladeren (en eventuele bladstelen) worden gegeten. Voorbeelden van bladgroenten zijn kropsla, spinazie, veldsla, notensla/ rucola, witloof en groenlof. Zie ook weblinks groenten en vergeten groenten. |
Bladgroenverrichting |
Fotosynthese, assimilatie | Het proces waarbij suiker wordt gemaakt uit water en koolzuurgas, onder invloed van licht. Verloop: koolzuurgas + water + licht + bladgroen --> suiker + zuurstof |
Bladhark |
Bladrijf
|
Een grote, grove kam met een houten steel om bladeren bij elkaar te brengen. |
Bladherbicide |
Een chemisch kruidenbestrijdingsmiddel dat pas bij de opname door bladeren werkzaam is. | |
Bladhoudend |
Wintergroen, groenblijvend | Gewassen die ook in de winter het blad behouden. Voorbeelden zijn Prunus laurocerasus, Aucuba, Taxus, Skimmia, ... |
Bladklier |
Aan de voet van de bladschijf zitten op de bladsteel bolvormige orgaantjes. | |
Bladknop |
bladoog, houtknop, vegetatieve knop. |
Een knop in een bladoksel waaruit zich een scheut of een loot ontwikkelt die uitsluitend bladeren draagt. |
Bladlitteken |
bladspoor, bladbasis |
Op de plek waar het blad vastzit, wordt scheurweefsel gevormd. Tenslotte zit het blad alleen nog vast met de vaatbundels. |
Bladluis |
Een 6-potig insect. Bladluizen scheiden een zoete honingdauw af die door de mieren wordt gegeten, die in ruil de luizen beschermen tegen belagers. Oorwormen en Lieveheersbeestjes kunnen vele bladluizen opruimen. Zorg voor zoveel mogelijk diversiteit in fruitsoorten, zodat er een natuurlijk evenwicht is. Zie ook weblinks plantenziekten en plagen | |
Bladmerk |
|
Een litteken op de tak, dat het blad na afvallen achterlaat. |
Bladoksel |
|
De hoek tussen de stengel en de bladsteel. In de bladoksel bevindt zich meestal een knop. |
Bladplant |
bladkamerplant | Een (kamer)plant met opvallend sierlijke bladeren. Zie weblinks |
Bladrand |
|
Er zijn verschillende manieren hoe de bladrand kan zijn gevormd. Gaafrandig, gekarteld, getand, gezaagd, .. (En: leaf margin) |
Bladroller |
De larven hiervan leven in een huisje van opgerolde en dichtgesponnen bladeren. Zie ook weblinks plantenziekten en plagen | |
Bladrozet |
wortelrozet, rozet | Een bloem of plant heeft een bladrozet als de bladeren allemaal onderaan de stengel groeien. Bijvoorbeeld bij een paardenbloem. |
Bladschimmels |
Bladschimmels worden in een compost soms niet volledig gedood. Bladschimmels bij appel (Malus) zijn schurft en echte meeldauw. Meer info: zie Fruit ABC en rubriek plantenziekten en plagen op fruitsoorten | |
Bladstek |
Een heel blad of een stukje blad waaruit een nieuwe plant groeit. Een aantal kamerplanten met een dik vlezig blad kunnen hiermee vermeerderd worden: Saintpaulia, bladbegonia, Streptocarpus en Sansevieria. Weblinks vermeerdering. | |
Bladval |
Aan het einde van het groeiseizoen vormt de stengel een kurkachtig laagje tussen blad en stengel, waardoor het blad afvalt. De bladvalschimmel kan vroegtijdige bladval veroorzaken bij trosbessen (Ribes rubrum, Ribes nigrum) Zie weblinks plantenziekten | |
Bladval loofbomen |
Door het afnemen van de daglengte en het verlagen van de temperatuur ontstaat er een verkurking aan de bladsteel, waardoor het blad afvalt. Hierdoor wordt uitdroging voorkomen. | |
Bladval naaldbomen |
Het uitdrogen van de de meeste
naaldbomen (en Ilex) wordt voorkomen doordat de naalden voorzien zijn van
een waslaag die de verdamping sterk verhinderd. Bladval in de herfst is
hierdoor meestal niet nodig. Enkel de Larix (lork) is een naaldboom die toch
zijn naalden laat vallen in de herfst. Weblinks biologie |
|
Bladverkleuring |
Bladchlorose | Chlorose of bruinverkleuring.
Bladverkleuring kan ontstaan door een tekort aan de hoofdelementen (N, P,
K) of meestal aan een tekort aan sporenelementen (Mg, Mn, Fe, ...). Ook
een te lage of te hoge pH van de grond kan bladchlorose geven. Weblinks ziekten |
Bladverliezend |
niet-groenblijvend | Aanduiding voor planten, die aan het einde van het groeiseizoen hun blad verliezen. De term wordt speciaal gebruikt voor bomen en heesters. Bijna alle inheemse fruitsoorten zijn bladverliezend. |
Bladvoeding |
bladbemesting | Een oplosssing van voedingsstoffen die op het blad wordt gespoten en zo wordt opgenomen. |
Bladvormen |
De vorm van het blad. Bijvoorbeeld afgeknot, driedelig, drietallig, dubbel drietallig, dubbel geveerd, eivormig, .. Zie ook weblinks biologie | |
Blancheren |
Het korte tijd (enkele minuten) koken van in te vriezen levensmiddelen om de geur en smaak beter te behouden. | |
| Blauwe bes | Amerikaanse trosveenbes, blauwbes | Vruchten/bessen van de blauwe bessenstruik (Vaccinium corymbosum). Wordt soms ook foutief als blauwe bosbes vertaald. Plantenfamilie Ericaceae (Heidekruidfamilie). Alle planten van dit geslacht vragen zure, humusrijke grond of grond met een lage pH. Meer teeltinformatie van blauwe bes: planten, bestuiving, rassenkeuze, snoei, oogst en verzorging. |
Bleken |
Etioleren | De methode om stengels en/ of bladeren van sommige groentegewassen, zoals witloof, van licht uit te sluiten. Gebleekte twijgen bewortelen beter. |
Blikvanger |
solitair | Een gewoonlijk wat hoger opgroeiende plant, die alleen staat middenin een regelmatig beplant bloemperk om een contrastwerking, kleur en/ of vorm te bereiken. |
Blinde greppel |
Door overgroeiing onzichtbaar geworden greppel. | |
Blinde knoppen |
vertraagde bot | De knoppen zijn onvoldoende ontwikkeld en lopen dus niet uit. |
Bloeden |
het tranen | Het wegvloeien van sap uit plantenweefsel die beschadigd zijn. (Na snoei) Het verlies van sap uit de plant; vooral door snoeien in de lente. Komt o.a. voor bij Betula, Juglans en Vitis. Druiven (Vitis vinifera) kan je daarom beter in december of januari snoeien. |
Bloei |
Het moment waarop de bloemen opengaan. | |
Bloeitypen |
Weblinks biologie | In de plantkunde maakt men een onderscheid tussen twee bloeitypen: de tweeslachtige en de eenslachtige bloemen. |
Bloembollen |
Weblinks | Bollen en knollen, welke om hun sierlijke bloemen geplant worden. Een bol bestaat in feite uit een aantal verdikte opeengedrukte bladeren. Zie weblinks planten |
Bloemdek |
Een algemene term voor de bloembekleedsels, die gebruikt wordt als deze niet duidelijk in een kelk en een kroon gedifferentieerd zijn. bijv. Tulipa en Hyacinthus. | |
Bloementeelt |
Het laten groeien en verzorgen van potplanten, perkplanten en snijbloemen. Deze planten zijn meestal kruidachtig en/of niet winterhard. Weblinks en plantendatabases en plantengidsen. | |
| Bloemgewassen | Bloemgroente | Groep van groenten waarvan de ongeopende bloemen worden gebruikt. O.a. bloemkool en broccoli. |
Bloemknoppen |
Generatieve knoppen |
Bloemknoppen bestaan louter uit bloemen. Kersenbomen hebben bloemknoppen. Meer info: zie Fruit ABC |
Bloemschikken |
bloemsierkunst | De leer van de bloemen kunstvol te schikken. Zie ook weblinks bloemschikken. |
Bloesem |
Fruitbloemen | Ander woord voor bloem; het wordt vooral gebruikt voor de bloemen van fruitbomen. |
Bloemdunning |
Bloesemdunning, bloemensnoei | Het verwijderen van een deel van de bloesem van een fruitboom, vaak om het probleem van de beurtdracht te corrigeren. Door een aantal bloemen te verwijderen is er minder gevaar op beurtjaren. Zie fruit links |
Blokbeplanting |
Beplanting van vele rijen van één (fruit)ras naast elkaar. Blokbeplantingen geven sommige jaren een minder goede vruchtzetting. Zie fruit links | |
|
|