Houtwal.be -->  -- Fruit ABC -- Tuin- en plantenlinks -- Index tuintaal, tuinbouwtaal  -->   Tuintaal: Br...


Tuintaal (tuinbouwjargon):

"Br"
Naar overzicht van tuinjargon

Verklaring van een aantal moeilijke/ speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw. 

O.a. braakgrond, braakland, braam, braamstruik, bractee, schutblad, brandhaar, brandnetelblad, breedkapper, breedwerpig zaaien, broedbolletje, klister, broedknop, broeibak, broeibed, broeien, broeikas, broeikaseffect, broeistoof, broeivoor, broek (boombroek), broekbos, broektwijg, broekscheut, broes, broeskop, broezen, bronskleurige druif

TERM SYN VERKLARING1

Braakgrond

Braakland Landbouwgrond die niet in gebruik is; braakliggende landbouwgrond. Braakland noemt men akkeroppervlakten die één of meerdere jaren niet gebruikt worden om de grond te laten herstellen.

Braam

  Een kleine beschadiging aan metalen (ijzeren) gereedschap. Het komt door het slijpen of stoten op een ander hard voorwerp. Na het slijpen van een entmes & oculeermes moet men de braam verwijderen door heen en weer over een harde houten plank te wrijven. Zie ook rubriek veredelen, enten en oculeren van onderstammen.

Braamstruik

braambes Een doornige struik, vooral langs bosranden in het wild voorkomend, waaraan de braambessen groeien. Rubus fruticosus. Zie rubriek Rubus: snoeien van braambessen en frambozen

Bractee

schutblad   Schutblad, een omgevormd blad onder een bloem.
Braam, braambes   Vruchten/ bessen van de braambessenstruik (Rubus fruticosus). Gemakkelijk houtig kleinfruit om te leiden langs een draad of schutting. Bramen groeien goed op vochtige gronden. Meer brameninformatie: snoei, rassen, planten en ziekten.

Brandhaar

  Een haar, bestaande uit één grote, knotsvormige cel, die gevuld is met een giftige vloeistof.

Brandnetelblad

  Een virusziekte, vooral bij zwarte bessen, die onvruchtbaarheid en bladmisvorming veroorzaakt.

Breedkapper

  Een kas met een hogere en bredere kap dan 3,20 meter van de Venlokas. Bijvoorbeeld 6,40 meter, 9,60 meter of 12,80 meter.

Breedwerpig zaaien

  Het gelijkmatig verdelen over het zaaibed (dus niet op rijen). Het zaad in wijde bogen uitstrooien.

Broedbolletje

klister   Een kleine, onvolgroeide bol, vaak gevormd aan de basis van volgroeide bollen of aan de stengels boven de grond, zoals bij sommige soorten Lilium (Lelie). Zie lijst bloembollen en knollen

Broedknop

  Zich in de bladoksel ontwikkelende knop waaruit een nieuwe plant kan ontstaan. (o.a. bij lelies)

Broeibak

  Een constructie waarin een voldoende vochtige atmosfeer en warmte heersen om zaailingen en stek zich goed te laten ontwikkelen en bewortelen.

Broeibed

  Warmteontwikkelende hoop stalmest (paardenmest) bedekt met teelaarde.

Broeien

  Gewassen (kasteelten) door warmte sneller laten groeien. (Zie ook bij broeivoor!)

Broeikas

  Een broeikas is een meestal platte bak waar planten in voorgetrokken worden (broeien) om later uitgeplant te worden.

Broeikaseffect (milieu)

  Een bijkomende opwarming van het lagere deel van de atmosfeer en het aardoppervlak, doordat sommige gassen in de atmosfeer de invallende zonnestraling doorlaten

Broeikaseffect (serre)

  Kortgolvig licht kan door het glas heen. Het langgolvig licht (vb. infrarood) kan er bijna niet doorheen.

Broeistoof

  Verwarmd bakje waarin men kan zaaien of stekken.

Broeivoor

  Een voor of put waarin veel natgemaakt stro wordt gedaan, samen met ammoniaknitraat. De vertering zorgt voor een verhoogd CO2 -gehalte en de nodige bodemwarmte.

Broek van de boom

  Deze zit binnenin en onderin de boom. Er is geen rechtstreekse zonlichtpenetratie (zonlicht-doordringing) mogelijk. Een aangepaste snoei van fruitbomen, laat lichttoetreding tot beneden toe.

Broekbos

  Dit is een bos op een vochtige bodem die laag gelegen is. Broekbossen liggen meestal in de uiterwaarden. De meest voorkomende plantensoorten zijn Els, Wilg en Es

Broektwijgen

broekscheuten.   Deze twijgen of scheuten ontstaan in de broek van de boom.

Broes

broeskop   Onderdeel van een gieter. Het uiteinde van een gieter of tuinslang, met veel kleine gaatjes.

Broezen

  Het met een broes / broeskop nat maken van planten, kasvloeren e.d. Een broes is een op een waterslang of gieter te plaatsen hulpstuk dat fijne gaatjes heeft.

Bronskleurige druiven

  Soms kleuren de druiven minder goed; ze hebben bij rijpheid een kleur tussen roze en groen i.p.v. donkerblauw. De druiven zijn dan brons gebleven.  Zie rubriek druiven
Naar overzicht van tuinjargon