Verklaring van een aantal moeilijke/ speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw.
| Term | Syn. | Verklaring |
Cultigen |
Cultigenus | Een plantengeslacht dat enkel nog in cultuur voorkomt en waarvan geen voorouders meer in het wild gekend zijn. (O.a. Phaseolus en Musa - banaan) |
Cultivar, CV |
Ras | Een afkorting van
cultuurvariëteit (ook wel aangegeven als cv.) Meer info: zie Fruit ABC |
Cultivargroepen |
Ras- groepen | Een groepering van diverse cultivars. Deze groepen zijn gebaseerd op kenmerken die voor gebruikers van belang zijn. Zie ook "ABC van het plantenlatijn. Betekenis van botanische namen". |
Cultivator |
|
Gereedschap om de grond los te maken als er een harde korst aanwezig is. Handcultivators hebben meestal een lange steel en 3 of 5 tanden met ganzenvoet of lanspunt. |
Cultuur van planten |
Teelt | De teelt van gewassen of planten. |
Cultuurmaatregelen |
Teelt- maatregelen | Teeltmaatregelen met een gewasbeschermend of plaagbestrijdend effect. Ze hebben tot doel de weerstand van de plant tegen ziekten en plagen te verhogen. Meer info: zie Fruit ABC |
Cultuurplanten, cultuurgewassen |
Voedsel- gewassen | Cultuurplanten [Latijnse cultura = verzorging, aanbouw, veredeling] zijn uit wilde soorten ontstane voedingsplanten voor de mensen. |
Cultuurplantencode |
Een boek waarin de richtlijnen voor de naamgeving van cultuurplanten worden gegeven. (International Code of Nomenclature for Cultivated Plants). Zie rubriek nomenclatuur | |
Cultuurvariëteit: zie cultivar |
cv, ras | Kweekvariëteit of ras dat niet via zaad, maar door stekken of enten te vermeerderen is. Zie ook cultivar en stekkalender. |
Cultuurvlieder |
Plantensoort die verdwijnt met het oprukken van de cultuur van de mens. De omstandigheden zijn niet meer geschikt voor de soort om zich te handhaven. | |
Cultuurvolger |
Plantensoort die zich vestigt op terrein of in gebied nadat dit door de mens in gebruik is genomen. Veel akkeronkruiden zijn cultuurvolgers. | |
Curatief |
Genezend | Genezend van ziekte- of plaag-aantastingen. |
Curatieve bestrijding |
Genezende bestrijding | De aantasting wordt bestreden wanneer deze al aanwezig is. Preventieve bestrijding is het voorkomen van de aantasting. Zie rubriek "Ziekten en plagen bij fruit" |
Cuticula |
Opperhuid- deklaag |
'Huidje'. Het laagje vet- of wasachtige stoffen, dat de opperhuid bedekt en beschadigingen en vochtverlies tegengaat. |
Cv. |
Ras | Zie cultivar, rasnaam of ras |
Cyclische belichting |
Afwisselende belichting |
Men gaat afwisselend per afdeling de planten elk half uur 6 minuten belichten en laat ze dan 24 minuten in het donker staan. Wordt o.a. bij snijchrysanten 's winters toegepast om de groei te verbeteren. |
Cytokinine |
Een plantenhormoon dat o.a. de celdeling stimuleert. |
Bronnen: