Houtwal.be ---
Fruit ABC ---
Tuin- en
plantenlinks --- Index
tuintaal, tuinbouwtaal --- Tuintaal: ...Plantentaal, tuintaal, vaktaal"Da - Dh"Verklaring van een aantal moeilijke/ speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw.
O.a. daglengte, dagneutraal, dakberegening, daksproeier, dakpansgewijs, dalgrond, dauwpunt, decoratief groen, decoratieve plant, dekheesterrand, dekken, afdekken, dekschubben, dekstro, dekvrucht, delen, scheuren, dendrografie, dendrologie, denitrificatie, denneappel, denappel, desinfecteren, ontsmetten, determineren.
|
Term |
Synoniem | Verklaring |
Daglengte |
Lichturen per dag |
De bloemknopaanleg is bij veel planten afhankelijk van de daglengte. Men heeft korte dagplanten, lange dagplanten en dagneutrale planten. |
Dagneutrale planten |
Indifferente planten. | Het licht heeft geen invloed op de bloemaanleg. Bloemaanleg vindt plaats onafhankelijk van de daglengte. O.a. tomaten, rozen en Gerbera. |
Dakberegening |
Daksproeiers, bovenberegening |
Een beregening op het dak van een kas (serre). Hiermee kan een goede temperatuurdaling bekomen worden. |
Dakpansgewijs |
Elkaar dicht overlappend; gewoonlijk gebruikt voor schubben, schutbladen of bladeren. Het toebinden van een enting gebeurt ook dakpansgewijs, van beneden naar boven. | |
Dalgrond |
De grondsoort die onder het afgegraven hoogveen zit. Vermenging van de bovenste laag mosveen met het dekzand. | |
Dauwpunt |
De temperatuur, waarbij waterdamp begint te condenseren. Bij het condenseren gaat de waterdamp van de gasvorm over naar de vloeibare vorm (water). | |
Decoratief groen |
Groenvoorziening met als hoofddoel een sierlijke achtergrond. | |
Decoratieve plant |
Sierplant. | Een plant die louter om zijn sierwaarde wordt geteeld en niet voor voedsel of economisch gewin. |
Dekheesterrand |
Dekheesters moeten zo snel mogelijk een terrein of ruimte afsluiten. Deze grote heesters moeten inkijk voorkomen en de ruimte afbakenen. | |
Dekken |
afdekken | Het afdekken van een plant als bescherming tegen vorst (of tegen licht). |
Dekschubben |
|
Schubben van een kegel, die bij de naaldhoutsoorten de zaden beschermen. |
Dekstro |
Stro dat gebruikt wordt om de bollen en planten tegen vorst te beschermen. | |
Dekvrucht |
|
Een gewas waaronder een ander gewas groeit. Dit kan tevens een bodembedekker zijn of een groenbemester. Onder een dekvrucht (bvb. graan) wordt bijvoorbeeld de ondervrucht rode klaver gezaaid. Onder appelbomen kan je als ondervruchten Tagetes en Tropaeolum laten groeien. Sommige ondervruchten kunnen nuttige insecten lokken, zodat de dekvrucht gezonder kan opgroeien. |
Delen |
Zie scheuren. Zie rubriek vermeerdering | |
Dendrografie |
Bomen- beschrijvende studie | De studie van bomen of het beschrijven van bomen. |
Dendrologie |
|
Boomkunde. Een deel van de botanische wetenschap die zich speciaal richt op de studie van houtige gewassen. |
Denitrificatie |
Stikstofomzetting |
Omzetting van nitraat in stikstofgas door bodembacteriën. |
Dennenappel |
Dennenappel, sparappel |
Vrouwelijke, houtige kegel van een den, waarin zich tussen de zaadschubben zaden kunnen bevinden. Typisch voor de naaktzadigen. |
Desinfecteren |
Ontsmetten | Het grondig schoonmaken van grond, planten of gereedschap om bacteriën, schimmels en ander ongedierte te doden. |
Determinatie |
Het bepalen tot welke soort of welk ras een bepaald exemplaar (plant, dier, vrucht) behoort. Zie determineerschema's. | |
Determineren |
Naamsbepaling |
Het uitzoeken met welke plant of fruitras je te maken hebt en hoe die soort heet. Dat doe je door de kenmerken die je aan de plant ziet in een determineer-schema op te zoeken. Zie ook biologielinks |
Bronnen:
|
|