Verklaring van een aantal moeilijke/ speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw.
Term |
Synoniem | Verklaring |
Dolomietmergel |
Dolomietenkalk |
Een kalkmeststof (calciummagnesiumcarbonaat)
die afkomstig is uit de Dolomieten (gebergte) en die gegeven
wordt ter verbetering van de structuur van de grond en om de pH te
verhogen. Deze kalkmeststof moet 6 maanden op voorhand toegediend worden, omdat ze slechts zeer traag werkt.
Dolomiet heeft een slakkenwerende effect. Zie ook bekalken van een fruittuin. |
Dominantie van de kop/ top |
|
Regulerende invloed van de eindknop (a) op de groei van een stengel, waardoor de ontwikkeling van de zijknoppen (b) wordt geremd. Als de top verwijderd wordt is de dominantie doorbroken. Jonge rozenoculaties worden getopt boven het 5de echte blad om meerdere vertakkingen te krijgen. Zie vermeerdering |
Dominantie- verschuiving |
Een dominerend voorkomende (planten)parasiet wordt teruggedrongen door een sterk aangroeiende soort. | |
Dominerende eindknop |
De eindknop groeit harder dan de andere aanwezige knoppen. (Zie bij "dominantie van de kop"). | |
Dompelen (stekken) |
De stekken gedurende enkele
seconden geheel in een groeistofoplossing onderdompelen om de
beworteling te verbeteren. Zie weblinks vermeerdering |
|
Donkerkiemers |
|
De meeste zaden moeten in het donker zitten om optimaal te kunnen kiemen. (o.a. Salvia en Actinidia - gewone kiwi). Na de ontkieming hebben de jonge zaailingen wel veel licht nodig. Zie ook fruitvermeerdering. |
Dons (druiven) |
Donslaag, dauwlaag |
Op de druivenbessen (Vitis vinifera) en blauwe bessen (Vaccinium corymbosum) komt van nature een donslaag voor. Het dons ontstaat door het afschilferen van de beshuid, waardoor deze een matte kleur krijgt. Kwaliteitsdruiven vertonen bij aankoop deze dons. |
Doorbloeiend, remontant |
Remontant, remonterend, herbloeiend. | Planten die meerdere keren per groeiseizoen bloeien, bijvoorbeeld de meeste moderne rozen en sommige aardbeirassen zoals Fragaria x ananassa 'Rapella', 'Selva', 'Ostara' en 'Mara des Bois'. Soms ook herbloeiend of remonterend genoemd. |
Doordringbaarheid (grond) |
|
De doordringbaarheid van de grond is goed als de wortels diep in de grond kunnen groeien. Lupinen als groenbemester verbeteren sterk de doordringbaarheid van de grond. Sommige planten (1) kunnen bijzonder diep doordringen met hun wortels en doorstaan beter droge periodes. De bewortelbare zone (a) is afhankelijk van de grond- en plantensoort. |
Doordraaien |
Planten, bloemen, groente en fruit worden vernietigd als er geen kopers zijn, of als de geboden prijs op de veiling te laag is. | |
Doorlatendheid (grond) |
De hoeveelheid water die de grond kan opzuigen en doorlaten. | |
Doordragende aardbeien |
Remonterende aardbeien | Deze geven onafgebroken vruchten vanaf half juni tot en met half september en nog langer als ze worden beschermd met een plastic tunnel of kas. 'Rapella', 'Mara des Bois' en 'Ostara' zijn doordragende rassen. |
Doorgaande selectie |
Bij elke teeltcyclus een selectie van planten met de beste eigenschappen kiezen om verder te kweken. Kies daaruit de beste planten en gebruik die als uitgangsmateriaal om verder te vermeerderen. | |
Doorgedraaide producten |
Onverkochte producten. Producten welke men niet kan verkopen aan een vooraf vastgestelde minimumprijs. | |
Doorn |
|
Een scherp, puntig, houtig plantendeel, ontstaan uit een veranderd takje, steunblad, bladsteel of blad. O.a. bij meidoorn (Crataegus). |
Doorplukken, tussenplukken |
Overplukken | Een manier van oogsten waarbij niet alles in één keer wordt geplukt. Het appelras 'Jonagold' moet in meerdere keren geplukt worden. Zie fruitrassen en mutanten. |
Doorschieten |
Opschieten | Het te vroeg produceren van bloemen en zaad kan veroorzaakt worden door een koudeperiode. Andijvie en witloof zijn erg gevoelig voor vroegtijdig opschieten en mogen daarom niet te vroeg gezaaid worden. |
Doorspoelen, uitlogen |
Uitspoelen | Het overmatig beregenen van de serregrond, met de bedoeling van overtollige zouten door te spoelen. Voor de teelt van aardbeien of kropsla na tomaten is doorspoelen meestal noodzakelijk. |
Doorwas (bloemkool) |
Kleine groene blaadjes groeien in de bloemkool. Ontstaat meestal door te sterke groei en te sterke stikstofbemesting. | |
Doorwortelen |
Het stadium dat de wortels van een potplant door de drainagegaten van de pot heen groeien en in de ondergrond verder hun voedsel opzoeken. Door de potplanten regelmatig te verzetten wordt het doorwortelen enigszins verhinderd en worden de planten steviger. | |
Doosvrucht |
|
Een droge of iets vlezige, openspringende vrucht, gewoonlijk met losse zaden. O.a. bij Fagus sylvatica en Aesculus |
Dopvrucht |
|
Een droge, éénzadige, niet openspringende vrucht, waarbij de zaadhuid en vruchtwand niet zijn vergroeid. Ze valt in zijn geheel af. O.a. Betula, Clematis, Corylus en Ranunculus. Soms ook Achenium genoemd. |
Doseren |
In hoeveelheden verdelen en toedienen. Bijvoorbeeld een (kleine) hoeveelheid voedsel aan de planten geven. | |
Dosering spuitproduct |
Een spuitvloeistof moet een bepaalde hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bevatten om de schadeveroorzaker te bestrijden. Uitgedrukt in g of ml/ liter water of per oppervlakte. Weblinks plantenziekten en plagen. |