| Term |
Synoniem |
Verklaring |
Eén steek diep
|
Een
spade diep
 |
Het
spitten tot op
een diepte van een spade (20-25 cm). Meestal toegepast om de grond
zaai- of plantklaar te maken. |
Eenassige
trekker
|
motoculteur,
tweewielige trekker
 |
Een
kleine trekker op 2 wielen die vooral in de tuinaanleg wordt gebruikt. Bijv. met maaibalk voorop of met grondfrees erachter.
Soms ook motoculteur of tweewielige trekker genoemd. |
Eenhuizige
planten
|
 |
Een plant die
zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen draagt. (Bijvoorbeeld Corylus
en Juglans).
Zie
notenrubriek |
Eenjarige
|
|
Een plant die
zijn levenscyclus van zaad tot zaad voltooit in de loop van één
seizoen; een plant die binnen 1 jaar groeit, bloeit, zaad vormt en
afsterft. Ook therofyt genoemd. Men onderscheidt inheemse eenjarigen
en uitheemse eenjarigen. |
Eenjarige
perkplanten, eenjarig perkgoed.
|
Eenjarig
perkgoed
|
Eenjarige,
kruidachtige sierplanten die omwille van hun sierwaarde in perken,
borders en bloembakken worden geplant. De meeste eenjarige
perkplanten worden tussen januari en april gezaaid. Een aantal kunnen ook
in het najaar gestekt worden. Hun planttijdstip is meestal vanaf 10
mei. Ze bloeien alleen tijdens de zomermaanden. |
Eenjarige
twijg
|
 |
Scheuten die gedurende het voorbije
seizoen uit de knoppen gegroeid zijn.
Na de bladval zijn het geen scheuten meer maar twijgen. Zie ook
eenvoudige snoei van appelbomen. |
Eenjarige
veredeling
|
Eenjarige
enteling |
Een geënte boom van slechts één jaar oud.
(Zie weblinks
Fruitvermeerdering) |
Eenjarige
vertakte boom
|
Eenjarige
geveerde boom
|
Bomen met
vertakkingen of twijgen ontstaan gedurende het eerste jaar in de
kwekerij. (Afbeelding van een eenjarige vertakte
boom) |
Eenmaalbloeiend
|
|
Een plant (bijv. een roos) die een hoofdbloei heeft en daarna de rest van het seizoen uitgebloeid is. |
Eenmalig fust
|
|
Een verpakking
die je maar één keer gebruikt en daarna weggooit. |
Eenslachtige
bloemen
|
|
Eenslachtigheid.
Een bloem die slechts een geslacht heeft, dus hetzij mannelijk,
hetzij vrouwelijk, noemt men eenslachtig. O.a. bij Corylus en
Juglans. Zie
notengroep. |
Eenvoudig
bloemigen
|
Apetalae
|
Bij deze groep
van de tweezaadlobbigen is de bloem zeer eenvoudig. Men heeft
dikwijls eenslachtige bloemen. O.a. Corylus, Juglans. |
Eenzaadlobbigen
|
Monocotylen
 |
Een groep van
bloeiende planten die gekenmerkt wordt door het bezit van slechts
één zaadlob in ieder rijp zaad. (Soms ook Liliatae genoemd)
O.a. grassen, graangewassen, bamboe, mais en prei. |
Eesten (van
zaden)
|
|
Het
kunstmatig
drogen van zaden met warme lucht. Schimmelaantasting wordt
hiermee voorkomen. |