| Term |
Synoniem |
Verklaring |
| Epidemiologie |
|
De leer en het
ontstaan en het verloop van ziekten en plagen.
Zie rubriek plantenziekten en plagen op fruitsoorten. |
| Epidendron |
|
Een
plant die op een boom groeit. Bijv. Viscum album (maretak)
groeit op populier, appel- en perenbomen. |
| Epidermis |
Opperhuid |
De oppervlakkige laag cellen onder de cuticula. |
| Epifyten |
epiphyten
 |
Een plant/
fungi, die op een andere plant groeit, maar er geen voedsel aan
onttrekt. |
| Epipre-adviessysteem |
|
Samenvoeging
van Epi- (epidemiologie) en Pré- (prediktie). Computervoorstelling
van het verloop van ziekten en plagen. |
| Erfscheiding |
|
De grens tussen
twee erven, meestal toebehorend aan twee verschillende eigenaren. |
| Ergonomie |
|
De studie van
de verbetering van de werkomstandigheden. Bijvoorbeeld een studie
van de lichaamshouding tijdens het werk. |
| Ergosterol |
|
Bepaalde
vetsoort die tussenkomt bij de vorming van celmembraan (Alleen bij
de hogere draadschimmels) |
| Ergosterol-remmers
(EBI) |
|
Een type
fungicide dat de ergosterolsynthese en ook de werking ervan in de
schimmelcellen blokkeert. (Erosterol Biosynthese Inhibitieoren) Zie
weblinks plantenziekten. |
| Erosie |
Bodemerosie
 |
Het afslijten
van de grond door wind en regen. Duindoorn (Hippophae rhamnoides)
en hazelaar (Corylus avellana) zijn bijzonder geschikt om bodemerosie te voorkomen.
Groenbemesters zijn ook erg nuttig om bodemerosie te voorkomen. |