Houtwal.be --- Fruit ABC --- Tuin- en plantenlinks --- Index tuintaal, tuinbouwtaal  --- Tuintaal: ...

Tuintaal (tuinbouwjargon):

"Ge"
plaatje index

Verklaring van een aantal moeilijke of speciale vakbegrippen i.v.m. tuinieren en tuinbouw: gebreksverschijnsel, gecoat zaad, geconcentreerde meststof, geŽnte grond, geŽtioleerd, gefileerd, gehard, geknot, geladderd, geleidingsvermogen, gelobd, gemengde knoppen, genealogie, genenbron, genenmanipulatie, generatief, generatieve groei, generatieve vermeerdering, genotype, genus, geslachtsnaam, geophyten, gepild zaad, geregistreerd merk, geslacht, genus, geslachtshybride, gesloten kas, gesloten systeem, gespecialiseerd bedrijf, gesteltakken, getand, geveerd, gevleugelde vruchten, gevoeligheid, gevuldbloemig, gevulde bloem, gewasbescherming, gewasstadium, gewasverzorging, gewone stel, gezaagd

gebrekverschijnsel, chlorose

Het verkleuren van de bladeren t.g.v. een tekort aan voedingsstoffen. (Geel of rood). O.a. druiven zijn erg gevoelig voor een tekort aan magnesium, mangaan of ijzer. Zie bladchlorose bij druiven en  zie ook weblinks plantenziekten

Gecoat zaad

Zaden die met een dunne laag pesticide zijn omhuld. Het is een filmpje welke rond het zaad zit. Zaad dat helemaal bedekt is met een stof tegen bodemziekten. Groentezaden voor tuinders worden dikwijls gecoat, zodat de kiemplanten niet aangetast worden.

Geconcentreerde meststof

Een (scheikundige) meststof met veel voedingsstoffen.

GeŽnte grond

Grond, die organismen bevat, welke voorkomen op de oorspronkelijke (natuurlijke) groeiplaats.

GeŽtioleerd (geŽtioleerd)

Term voor het abnormaal lang, dun en bleek zijn van planten, dat wordt veroorzaakt door gebrek aan licht. GeŽtioleerde plantendelen kunnen geen chlorofyl/ bladgroen aanmaken omdat er geen licht aanwezig is. Bij de teelt van bepaalde groenten zoals witloof (Cichorium intybus) en asperges (Asparagus officinalis) maakt men gebruik van het etioleren.

Gefileerd, langgerokken plant

Lange, weke, slappe plant. Door onvoldoende licht of door een te dichte plantafstand.

gehard

in staat de koude te verdragen. In de kas opgekweekte planten worden afgehard voor ze in openlucht worden geplant.

Geknot

De boom wordt met regelmatige tussenpozen tot op een bepaalde hoogte teruggesnoeid. Hij blijft hierdoor dunne takken vormen. Typische knotbomen zijn Alnus (els), Salix (wilg), Fraxinus (es), Het knotten kan gebeuren van januari tot maart. GeŽnte bomen kunnen beter in maart-april geknot worden.

geladderd

Benaming voor merg, dat op een aantal horizontale stukjes na verdwenen is. O.a. Gewone walnoot/ okkernoot (Juglans regia) heeft geladderd merg. Walnoten zijn moeilijk te enten. Zie ook notenindex

Geleidingsvermogen

De aanwezigheid van bodemzouten wordt aangetoond met de bepaling van het geleidingsvermogen.

Gelobd

Bladinsnijdingen, die niet tot het midden van de zijnerven reiken.

Gemengde knoppen

Bevatten bloemen en bladeren. Gemengde knoppen worden bij pitfruit meestal foutief bloemknoppen genoemd. Gemengde knoppen komen voor bij appel, peer, kweepeer en mispel.

Genealogie

Leer van de ontwikkeling en verwantschap van geslachten (families), geslachtsrekenkunde.

Genenbron

Genen zijn de dragers van de erfelijke eigenschappen in de celkern;

Genenmanipulatie

Genetische manipulatie. Een techniek waarbij de genen van een chromosoom in een ander organisme worden overgebracht.

Generatief, geslachtelijk

Heeft te maken met het mannelijk of vrouwelijk geslacht. Ook geslachtelijk. Bijvoorbeeld generatieve/ geslachtelijke vermeerdering. Zie rubriek zaaien van planten.

Generatieve groei

De aanleg van bloemknoppen. Bij fruitbomen en aardbeien worden de bloemknoppen in de maanden augustus-september aangelegd.

Generatieve vermeerdering

Vermeerdering d.m.v. zaaien (hogere planten) of door sporen (varens en schimmels). Ook geslachtelijke vermeerdering genoemd. Zie weblinks plantenvermeerdering

Genotype

Inwendige en uitwendige erfelijke eigenschappen van een individu.

Genus, geslachtsnaam

Geslacht. De eerste naam in een wetenschappelijke naam. 1, Een eenheid in het plantenrijk, bestaande uit een groep van verwante soorten. Zie ook "ABC van het plantenlatijn"

geophyten

Bol - , knol- en wortelstokgewassen.

Gepild zaad, gepilleerd zaad

Pillenzaad. Zaden die omhuld werden. Meestal met een diameter van 3-3,5 mm. In de omhullingen kunnen insecticiden en fungiciden zitten. Groentezaden voor tuinders worden dikwijls ook gepilleerd verkocht en zijn veel gemakkelijker machinaal uit te zaaien.

geregistreerd merk

Tegen betaling zijn deze merken tijdelijk (10/ 20 jaar) beschermd/ geregistreerd.

geslacht of genus

Een groep verwante soorten met veel gemeenschappelijke kenmerken, zoals Iris. Voor de betekenis van geslachtsnamen: zie "ABC van het plantenlatijn. Betekenis van botanische namen".

Geslachtshybride

Een hybride, verkregen door het kruisen van planten behorende tot twee verschillende geslachten. Aanduiding met een X voor de eerste naam. (o.a. X Cupressocyparis)

Gesloten kas

Planten houdt men gesloten wanneer ze worden gekweekt in een met glas of plastic afgesloten ruimte, waar een hoge R.V. heerst.

Gesloten systeem

Een manier van telen waarbij geen water en voedingsstoffen in grachten/ riolering worden geloosd. Het water wordt opgevangen en steeds opnieuw gebruikt.

Gespecialiseerd bedrijf

Een bedrijf dat slechts ťťn gewas teelt. (Vb. enkel tomatenteelt)

Gesteltakken of draagtakken

Dit zijn zware takken die blijvend op de harttak staan. Ze zijn echter dunner dan de harttak. In zeer moderne aanplantingen hebben de appelbomen gťťn gesteltakken meer. Men heeft er enkel vruchttakken die af en toe vervangen kunnen worden. Zie fruitlinks

Getand

Term voor een bladrand die stompe instulpingen en spitse uitstulpingen heeft, zoals Ilex.

Geveerd

Aanduiding voor een blad, dat verdeeld is in verscheidene paren tegenover elkaar staande blaadjes. Fraxinus (es) heeft geveerde bladeren.

Gevleugelde vruchten

Vruchten die voorzien zijn van ťťn of meerdere lijsten of vlezige of bladachtige aanhangsels. Zie biologielinks

Gevoeligheid

Het vermogen van een ras om op een parasiet, virus of abiotische factor met ziekteverschijnselen te reageren.

Gevuldbloemig, gevulde bloem

Dubbel of halfdubbel. Bloemen met een abnormaal groot aantal kroonbladeren worden gevuldbloemig, dubbel of halfdubbel genoemd.

Gewasbescherming

Behandeling met pesticiden om de planten (gewassen) gezond te maken of houden. Een aantal fruitrassen zijn ziektetolerant en hoeven geen extra behandelingen te krijgen.  Voor meer info zie Groente & Fruit Encyclopedie en weblinks plantenziekten

Gewasstadium, groeistadium

De groeifase of jeugdfase van het gewas. Als het gewas in zijn laatste groeistadium is, is hij volwassen. Gezaaide fruitsoorten hebben 4 -10 jaar een sterke jeugdgroei en geven pas nadien bloemen en vruchten. Zie ook fruitvermeerdering

Gewasverzorging

Zorgen dat het gewas groeit zoals men wil. Bijvoorbeeld door te steunen en te toppen.

Gewone stek

Winterstek (zonder bladeren) die boven en onder een oog wordt geknipt. Meestal gebruikt voor sierheesters en bessenstruiken die gemakkelijk wortelen. O.a. aalbessen (Ribes rubrum, Ribes nigrum). Zie weblinks vermeerdering en zie rubriek stekken van planten

Gezaagd

Als de tanden van een zaag. Wordt gezegd van een bladrand met scherpe in- en uitstulpingen. O.a. bij tamme kastanje (Castanea sativa). Zie ook weblinks biologie en determinatieschema's

 

Naar overzicht van tuinjargon