graafschop |
Een schep of spade om een gat in de grond te maken. |
Gracht (Greppel) |
1. Een kanaal in een stad. 2. Een kleine beek/ waterloop welke op privé-grond ligt. Deze wordt door de grondeigenaars/ pachters onderhouden. Een gracht mondt uit in een beek. |
Graskantenschaar, grasschaar |
Als gras over de rand van het gazon groeit, knip je het af met een graskantenschaar. Ook grasschaar. |
Graskantensteker |
Gereedschap om een graskant recht af te steken. |
grasmaaier, messenkooimaaier |
Een machine om gras af te snijden/ maaien. |
Grasmat, grasveld |
Een veld met gras. Bijvoorbeeld een voetbalveld, tuin of plantsoen. |
Grasmengsel |
Verschillende soorten graszaad. |
Grasvegetatie |
Verschillende grassoorten. |
Greppel |
Een smalle en ondiepe geul in de grond voor de afvoer van teveel water. |
Griend |
Met wilgenhakhout begroeide strook langsheen een rivier. |
Griffelhout, enthout |
Twijgen gebruikt om te enten (griffelen). Eenjarig griffelhout voor pit- en steenfruit wordt meestal in januari verzameld, gebusseld, geëtiketteerd en bewaard op een koele plaats. Zie rubriek enten & veredelen en weblinks plantenvermeerdering |
Groef, spitvoor |
Een spitvoor of greppel, waarin groenten overwinterd worden. |
Groei prikkelen. |
De groei prikkelen : Men stimuleert de groei om een grotere boomomvang te verkrijgen. Vooral bij zwakgroeiende appelrassen wordt de verlengenis jaarlijks ingeknipt op enkele bladknoppen. Zie ook Fruit & Groente Encyclopedie! |
Groei remmen |
De groei remmen is de groei beperken om zo de boomomvang te beperken. Zomersnoei remt de groei i.t.t. wintersnoei. Zomersnoei is erg nuttig bij druiven (Vitis vinifera), bij kiwi's (Actinidia deliciosa) en bij te sterk groeiende fruitbomen. |
Groei-explosie |
Exploderen of een groei-explosie betekent dat de groei extreem toeneemt. |
Groeifactor |
Iets dat invloed heeft op de groei van planten. Belangrijke groeifactoren zijn licht, lucht, water, temperatuur en voedingsstoffen. |
Groeimedium |
Grond of een ander materiaal (bijvoorbeeld steenwol), waar planten in kunnen groeien. |
Groeipunt, groeitop |
Het uiterste puntje van de stengel, welke is verantwoordelijk voor de lengtegroei. |
Groeiregulator |
Een stof die de groei van planten stimuleert of remt. |
Groeiring, Jaarring. |
De laag hout, die gewoonlijk in de loop van één jaar (jaarring), bij tropische bomen in één groeiseizoen gevormd wordt. |
Groeiseizoen |
De tijd waarin de gewassen groeien. Het groeiseizoen kan verlengd worden door het gebruik van kassen, plastiekfolie en groeidoek. Zie ook Fruit & Groente Encyclopedie! |
Groeistadia |
De groeistadia van en plant zijn: jeugdfase (juveniele fase), productiefase en ouderdomsfase. |
Groeistop |
Het verlies van het groeipunt (zomer) veroorzaakt een groeistilstand. Soms ook verlies van bloemen en fruit. |
Groeiterminologie. |
Diverse termen i.v.m. de groei en snoei van bomen en struiken. O.a. "het derde blad" betekent dat de boom drie jaar oud is. |
Groeivorm, habitus |
De natuurlijke groeiwijze. Vb. struik, treurvorm, zuilvorm. |
Groenbemesters |
Planten die gebruikt kunnen worden om organische stof in de bodem te brengen. O.a. Phacelia en snijrogge. |
Groenblijvend, Bladhoudend |
Wintergroen. Aanduiding voor een plant, gewoonlijk een boom of heester, die gedurende de winter zijn blad behoudt. In de plantennaam kan men dat dikwijls terugvinden. Zie ABC van het plantenlatijn. |
Groente |
Groenten zijn alle eetbare
gekweekte plantendelen. Afhankelijk van welk eetbaar deel, kunnen de
groenten ingedeeld worden naar: blad, stengel, knol- en wortel, bloem,
peulvruchten en vlezige vruchten. Worden
rauw of gekookt gegeten.
Zie
groenteweblinks Zie ook vergeten groenten of historische groenten. |
groenteteelt |
Het telen/ kweken van groenten. Lijst van groentegewassen in "ABC van het plantenlatijn". Zie ook Fruit & Groente Encyclopedie! |
Groenvoorziening |
Alle bedrijven die tuinen en parken aanleggen en verzorgen. |
Grondbestanddeel |
Een onderdeel van de grond. Bijvoorbeeld water, lucht en mineralen. |
Grondbewerking |
Door spitten, ploegen en te spitfrezen. Men zal hierbij de bovengrond (de teeltaarde/ bouwlaag) bovenhouden. Door de grondbewerkingen zal de grondstructuur en luchtigheid van de grond verbeteren. |
Grondboor, monsterboor |
Gereedschap om diep in de bodem een klein beetje grond weg te scheppen. Dat beetje grond wordt onderzocht. Ook monsterboor genoemd. |
Grondonderzoek, Bodemontleding |
Het laten onderzoeken van de grond op pH en aanwezigheid van mineralen. Op basis van deze bodemontleding kan men een juist bemestingsadvies geven. |
Grondontsmetting |
Het steriel of ziektevrij maken van de grond. |
Grondscheut |
Een krachtige scheut die aan de basis van de plant ontspringt. |
Grondsoorten |
Grondsoorten: zandgrond, leemgrond en kleigronden. Ook zeer veel tussentypes. |
Grondstaal, grondstaal |
Een klein beetje grond dat met een grondboor is geschept, en dat laat zien hoe de toestand van de gehele grond is. |
Grondstomen |
Het ontsmetten van de grond d.m.v. hete stoom. Hierbij worden alle aanwezige ziektekiemen en bodeminsecten gedood. |
Grondtype(s) |
Afhankelijk van de grondsamenstelling kan men deze indelen in verschillende grondsoorten: lichte grond en zware grond. |
Grondwater |
Holten en gangen in de grond vormen communicerende vaten. Ideaal zou zijn dat de grondwaterstand in de winter zou laag mogelijk is en in de zomer zo hoog mogelijk. O.a. blauwe bes (Vaccinium corymbosum) heeft graag een hoge grondwaterstand in de zomer. |
| Guttatie, pareltjes | Op de vruchtscheuten en de bladeren komen kleine (1 mm doorsnee), wit-doorschijnende pareltjes voor (= pareltjes). Komt vaak voor bij druivelaars en is vooral merkbaar bij een hoge luchtvochtigheid. Een natuurlijk verschijnsel dat niet storend is. |
Nuttige weblinks:
Tuinkrantenforum:
tuin- en plantenvragen
Blauwbessen, koningin der bessen
Groente
& Fruit Encyclopedie
Plantennomenclatuur
Planten interactief
Fruit
ABC
| Nieuw!
ABC van het plantenlatijn. Groente & Fruit Encyclopedie.Auteurs Luc Dedeene en Guy De Kinder. |