Houtwal.be --> -- Fruit ABC -- Tuin- en plantenlinks -- Index tuintaal, tuinbouwtaal --> Tuintaal: In...
| In bloei trekken | Planten bij een temperatuur van 12 tot 18°C kweken, zodat ze eerder gaan bloeien. Bijvoorbeeld tulpen of seringen. |
| in-vitrocultuur | De opkweek van planten in laboratoria en op kunstmatige voedingsbodems. |
| in-vivocultuur, in-vivoteelt | De teelt in volle veld of de teelt buiten het labo in een serre (kas). |
| Inboeten | Het opnieuw inplanten op plaatsen waar andere planten zijn weggevallen. |
| inboetplicht | Planten die niet groeien worden gratis vervangen. (Begrip in de tuinaanleg) |
| Incubatietijd | Tijd die verloopt tussen het begin van een infectie en het zichtbaar worden van de ziektetekens. Zie rubriek plantenziekten |
| Indicatorplanten, wijzerplanten | Ook bodemwijzerplanten genoemd. Deze planten/ onkruiden vertellen ons iets over de bodem. Muur en kleine brandnetel zijn kalkminnende onkruiden die ook aangeven dat de grond voedselrijk is. Madeliefjes, boterbloem en wilgenroosje zijn zuurminnende planten. Kweekgras groeit best als de grond uitgeput is en weinig organische stof bevat. Kruipende boterbloem groeit goed op natte en zure gronden. Zie ook "ABC van het plantenlatijn." |
| Infectiedruk | Het aantal infectiehaarden en de weersomstandigheden bepalen samen de infectiedruk. |
| Ingraven potten | Een poreuze pot tot aan de rand ingraven in de grond of in een speciaal bed met sintels, turfmolm of zand. |
| inheems | Niet door de mens geïmporteerd. Afkomstig uit de eigen streek. Streekeigen planten. |
| Inhoud | 1. Onderdelen van de praktijkopdracht. 2. Maat voor volume. Bijvoorbeeld de inhoud vn een fles melk is een liter. |
| Inkapselen | Formuleringswijze waarbij de werkzame stof omhuld wordt met een inerte stof, waardoor enerzijds het directe contact met de gebruiker met het middel verminderd wordt … |
| Inkuilen, Inlegeren | Wijze van opslag van een aantal knolgewassen of bomen en heesters. Bewaren van plantenmateriaal in een smalle kuil op een beschutte plaats. Winterstekken of houtstekken worden dikwijls tijdelijk ingekuild aan een noordenmuur. Zie rubriek veredelen. |
| Inleggen | Het in de grond vastzetten van een
tak voor vermeerdering door afleggen. |
| Inmodderen, pralineren | De wortels bedekken met een dunne brij van 1/3 koemest en 2/3 leem. |
| Innijpen | Zie toppen |
| Inplantinghoeken (twijg/ tak) | Takken en twijgen kunnen een op verschillende manieren ingeplant staan op de harttak of op een gesteltak. |
| Inrollen | Na het zaaien moet het zaad met een laag grond bedekt worden. Dit kan voor gazons gebeuren door met een zware rol aan te drukken. |
| Insecten: vretende, zuigende | Kleine diertjes met zes poten en meestal met twee paar vleugels. Veel insecten zijn schadelijk voor planten. Twee groepen: vretende insecten en zuigende insecten. Zie ook "Ziekten en beschadigers van fruitsoorten" |
| Insectenferomonen | Afscheidingen van insecten die als stoffen in de atmosfeer komen en als signaalstoffen door soortgenoten worden opgevangen. (Communicatiemiddel voor insecten) |
| Insecticide | Een middel ter bestrijding van insecten; insectendodende werking. |
| Insecticide zeep | Een speciaal geformuleerde zeep, welke weinig schadelijk is voor de planten, dat bepaalde (schadelijke) insecten kan doden. Nuttige insecten worden dikwijls ook gedood. |
| Insectivoor, Vleesetend | Zie vleesetend. Insectenetend. |
| Insnoeien of inknippen | Je snoeit in het eenjarige hout voor een betere vertakking en groeiprikkeling of dracht. |
| Intact | Volledig; niet in stukken. In goede staat of ongeschonden. |
| Internodium of lid | Dit is de afstand tussen 2 bladeren of ogen (knoppen). Het gedeelte van een stengel dat tussen twee knopen zit. |
| Intracellulair | In de cellen |
| Invoegingsgriffel | Een methode waarbij men de onderstam eerst splijt, vooraleer er een kleine driehoek uit te kerven. In de driehoek komt dan een driehoekig aangesneden ent. Zie fruitvermeerdering |
| Irrigatie | Akkers of een perceel water geven. |