Klasse, (Classis) (Nomenclatuur) |
Een belangrijke taxonomische groep, tussen orde en afdeling. Bij de planten heeft men de klasse tweezaadlobbigen en eenzaadlobbigen. Zie ook nomenclatuurrubriek |
kleinfruit, houtig kleinfruit |
De groep van bessendragende
heesters:
aalbessen/trosbessen, kruisbessen,
frambozen, bramen, taybessen... Vooral kleine tuinen zijn heel geschikt voor de teelt
van houtig kleinfruit. Zelfs in potten kunnen een aantal
zachtfruitsoorten goed groeien. Om teleurstellingen te voorkomen
kies je best kleinfruitrassen (Ribes, Rubus en
Vaccinium) uit die weinig vatbaar zijn voor
schimmels. Voor meer teeltinfo zie Fruit ABC en fruitboek |
Kliefbeitel, Entbeitel |
Een soort mes gebruikt om de onderstam te splijten als voorbereiding op het enten d.m.v. de spleetgriffel. Zie rubriek enten |
Kliksnoei |
Bij het perenras 'Conference' wordt de eenjarige verlengenis van de gesteltakken en harttak op 1 cm ingeknipt. Zie verder bij perensnoei. |
Klimaatscomputer |
Procescomputer voor het klimaat te regelen in kassen en andere besloten ruimten. |
Klimplant, vruchtdragende klimplanten |
Een plant die steun nodig heeft om rechtop te blijven staan. Hij klimt omhoog tegen een muur, boom of andere plant. Ook leiplant. Actinidia deliciosa (kiwi), Vitis vinifera (druiven), Rubus fruticosus (bramen) en Passiflora (Passievrucht/passiebloem) zijn de belangrijkste vruchtdragende klimplanten. |
Klonenselectie |
Bij één en hetzelfde ras gaat men op zoek naar een plant met betere eigenschappen, die men dan verder zal kweken. O.a. bij Prunus domestica 'Altesse Simple' (kwetspruimen) zoekt men naar betere klonenselecties die opvallen door hun productiviteit, smaak en zwakke groei. Betere/productievere klonen van kwetspruimen zijn o.a. 'Jojo', 'Top' en 'Elena' . Zie rubriek pruimen. |
Kloon |
Een organisme waarvan de nakomelingen, door de wijze waarop het organisme is vermenigvuldigd (vegetatief) dezelfde genetische eigenschappen bezitten als het organisme zelf. |
Kluitplant |
Veelal wordt door boomkwekers het plantsoen met kluit geleverd. De wortels worden met de omringende grond verpakt en bijeengehouden met bijvoorbeeld jute. O.a. Vaccinium corymbosum (blauwe bes) kan beter als kluitplant geplant worden. Zelfs 5- of 10-jarige blauwe besplanten kunnen met grote kluit nog verplant worden. Zie rubriek blauwe bessenteelt |
Knipboom |
Het is een tweejarige boom, waarbij alle twijgen ontstaan uit het bovenste oog van de 1-jarige boom in de kwekerij. Wordt o.a. bij Malus domestica (appelbomen) toegepast. |
Knol |
Reserveorgaan bestaande uit een gezwollen stengel, zoals bij Crocus, of wortel zoals bij Dahlia. Dik, vlezig, gewoonlijk onderaardse deel van stengel of wortel. In plantennamen betekent rapus en tuber (Lat.= knol). Zie ook "ABC van het plantenlatijn" |
Knoop
|
Het meestal iets verdikte gedeelte van de stengel, waar bladeren, knoppen en zijtakken ontspringen. De plaats aan de stengel, waar de bladeren zijn ingeplant. (EN.: node) |
Knop, Oog |
Een dichtopeengedrongen spruit, gewoonlijk beschermd door dicht over elkaar liggende schubben. |
knopval |
Het laten vallen van de bloemknoppen |
Knotten |
Het regelmatig terugsnoeien van bomen en struiken tot een vast punt boven de grond. Zo ontstaat een kroon met een beperkte omvang. Het knotten van fruitbomen is erg nadelig voor de productie. |
Nieuw!
Groente & Fruit Encyclopedie.Auteurs Luc Dedeene en Guy De Kinder. |