| Mechanische bewaring | Bewaring in koelhuizen (koelcellen), waarbij alleen de temperatuur geregeld wordt. |
| Mechanische onkruidbestrijding | Met machines het onkruid vernietigen. (Vb. hakmachine). Zie ook artikel "onkruidbestrijding" |
| Mechaniseren | Het werk dat mensen of dieren deden, door machines laten doen. Bijvoorbeeld het oogsten mechaniseren. |
| Mediterraan klimaat | Zonnig
klimaat met hete, droge zomers en zachte winters; de meeste
regen valt gewoonlijk in de winter. Deze landen grenzen meestal
aan de Middellandse Zee of ondervinden er de invloed van. Nuttige weblink: Meditterane tuin met Eriobotrya japonica - Japanse mispel |
| Meeldauw, Witziekte | Schimmel die zich als fijn wit poeder vastzet op de bladeren en soms vruchten. Witziekte. Echte meeldauw en Valse meeldauw. Dit zijn twee verschillende schimmelziekten die op sommige druivenrassen kunnen voorkomen. Meer info |
| Meeldraad | Het gehele mannelijke voortplantingsorgaan van een bloem. |
| Meituiltjes | Het zijn zeer korte twijgjes van 5-10cm lang. Het zijn zeer goede vruchttwijgjes. Ze hebben meestal 3-4 bloembotten en eindigen op een bladoog. |
| Melksap, latex | Melkachtig sap welke na verwondingen ontstaan bij bepaalde planten zoals Ficus en Euphorbia. (Meestal giftig/ irriterend) |
| Meloenpeer, pepino, appelmeloen. | Wetenschappelijke naam Solanum muricatum. Speciale/ exotische fruitsoort die in Vlaanderen/ Nederland in serre/ kas geteeld moet worden. De vrucht behoort net als tomaten en aubergine tot de nachtschadigenfamilie (Solanaceae). De plant groeit struikvormig op en kan ongeveer 1 m hoog worden. |
| Mengmest | Een meststof voor planten die meer dan één van de hoofdmineralen stikstof, fosfor en kali bevat. |
| Mengtabel | Een tabel waarin staat welke scheikundige producten (pesticiden) men mag mengen om te spuiten. |
| merg | Een meestal wit gekleurd los weefsel in het centrum van de stengels,takken of jonge stammen;kleur,vorm en grootte vormen belangrijke winterkenmerken |
| Meristeem, deelweefsel | Een groeipunt aan een worteluiteinde of stengeluiteinde. Weefsel in de plant dat het vermogen behoudt zich te delen. (Bijv. cambium) |
| Meristeemcultuur, weefselteelt | Weefselkweek van knoppen of groeipunten om planten zonder virussen te kunnen kweken. Bijvoorbeeld bij anjers en gerbera. |
| Merkenrecht | Hiermee mag deze naam alleen met toestemming van de eigenaar gebruikt worden. Deze beschermde naam is voor allerlei producten en productgroepen te gebruiken. Zie ook nomenclatuur plantennamen en rassen |
| merknaam, merk | Volgens de wetgeving in een aantal landen mag aan een product een merk worden toegevoegd. Een merk is een onderscheidingsteken. Het onderscheidt producten van het ene bedrijf, Zie ook nomenclatuur plantennamen en rassen |
| Mest, meststof | Elk product dat een voor planten opneembare voedingsstof afscheidt. We onderscheiden organische mest en kunstmest. |
| Mestvork, riek (greep) | Een grote vork om tuinafval te verplaatsen of mest mee te verspreiden. (Meestal met 4 tanden) |
| Met voet snoeien | Dit betekent alles wegsnoeien, zo glad mogelijk. (Wordt meestal afgeraden) |