| Moederplant. Moerplant. | Elke plant die (soms jaren achtereen) gebruikt wordt om er van te vermeerderen. Zie ook vermeerdering van fruit |
| Moerbedden | Het telen van de onderstammen voor de teelt van de fruitbomen. De onderstammen van appel, peer en pruim worden op moerbedden vermeerderd. Zie ook vermeerderen van fruitsoorten en onderstammen. |
| Moerbei | Vruchten van de witte moerbei (Morus alba) of van de zwarte moerbeiboom (Morus nigra). De moerbeiboom is afkomstig van Midden-Azië en werd vroeger gebruikt voor zijderupsenteelt. Moerbeivruchten zijn een echte delicatesse en zijn moeilijk te bewaren. Meer teeltinfo: rassen, snoei, vermeerdering en verzorging van moerbeibomen |
| moerplant, moederplant | Planten die bij uitstek eigenschappen van een bepaald gewas vertoont en daarom door de kweker wordt gebruikt om stek van te snijden of om af te leggen |
| Mollusca, Weekhuidigen. | Dit is de hoofdafdeling waartoe de slakken behoren. |
| Monocotylen, Eenzaadlobbige | Zie eenzaadlobbigen. |
| Monstername | Monstername is een onderdeel van een controle die wordt uitgevoerd. Hierbij worden zowel de plant zelf, de grond als het gietwater bemonsterd/ gecontroleerd. |
| morfologie | De vorm en structuur van een organisme of een deel van een organisme. De studie van vorm en structuur. |
| Mossen (tax.) | De mossen horen taxonomisch bij de sporenplanten. Men kan de mossen indelen in bladmossen (Musci) en levermossen (Hepaticae). Zie ook "ABC van het plantenlatijn" |
| mozaïekziekte | Dit is een virusziekte die zich uit met geelachtige vlekken. Vele tomatenrassen zijn vatbaar voor mozaiekvirus, waardoor de productie sterk afneemt. Meer info over oude tomatenrassen |