| Niet-wintergroen | Aanduiding voor (vaste)planten welke in de winter hun blad verliezen. Ook bladverliezende planten genoemd. |
| Niet-winterhard | Een plant is niet-winterhard als ze zelfs lichte vorst niet overleeft. |
| Niet-wortelechte planten, geënte planten. | Planten die niet op hun eigen wortel staan. Ze zijn geënt op een onderstam. O.a. de meeste pitfruit- en steenfruitsoorten worden geënt op een onderstam en zijn dus niet wortelecht. Meer informatie over enten, oculeren en veredelen. |
| Niet-zaadvaste planten | (Cultivars) De eigenschappen van de moederplanten blijven niet behouden bij het zaaien. Planten die niet hetzelfde blijven als ze via zaad worden vermeerderd. Kiwiplanten kunnen gezaaid worden om onderstammen te bekomen. Meer info over kiwi zaaien. |
| Nitraat, NO3 | Een stikstofmeststof die snel door de planten wordt opgenomen. |
| Nomenclatuur | Wetenschappelijke naamgeving, in dit geval van de houtige gewassen. Weblinks plantennomenclatuur. en betekenis van plantennamen |
| Noord-Hollandse snoei | Een speciale aangepaste snoeimethode voor intensieve plantsystemen (drierijensysteem) welke rond 1980 opgang vond. |
| Noord-Hollandse spil | Een harttak bekleed met lichte horizontale vruchttakken, bezet met kort vruchthout. |
| Noordpijl | De pijl op een tekening die de windrichting aangeeft. (Die het noorden aanwijst) |
| noot | een harde droge vrucht. Zie ook Fruit ABC |
| Noot: (plantk.) | Het vruchtvlees is verhard tot hout. Het beschermt het zaad. |
| nootje, nootvrucht | een kleine, droge, eenzadige vrucht of de pit van een vlezige vrucht |
| noten | Verzamelgroep van planten met droge vruchten. Tot deze groep behoren Corylus avellana (hazelnoten), Juglans regia (okkernoten/ walnoten), Castanea sativa (tamme kastanjes) en Prunus dulcis (amandelnoten). Noten zijn rijk aan eiwitten, onverzadigde vetten en aan de vitaminen B, E en foliumzuur. Voor meer informatie zie Fruit ABC - online fruitencyclopedie |
| Normale langloten, | gewone twijgen. Normale langloten: (gewone- of houttwijg). Lengte 30-40 (60)cm. |
| Normale takken. | Deze is meerjarig en heeft een doorsnede van minstens 3 cm. |
| Normale vruchttwijg. | Is eenjarig. Lengte 20-30 (40)cm. (= middelmatige ontwikkeling). Bij de basis staan er 2-3 stippelogen en verder over zijn lengte flinke bladogen. |
| NPK | Hoofdvoedingselementen welke de plant nodig heeft. N = (nitrogen) Stikstof, P = fosfor (phosphor), K = kalium (potas). Zie ook bemesten van fruitsoorten. |
| Nuttige insecten (Benefical-) | Niet-schadelijke insecten. |