Houtwal.be --- Fruit ABC --- Tuin- en plantenlinks --- Index tuintaal, tuinbouwtaal  --- Tuintaal: ...

Tuintaal - betekenis/definitie tuinbouwtaal:

"vr"
plaatje index

Definitie/betekenis van begrippen i.v.m. tuinbouw & tuinieren: Vrije spil, vrij maken, vrouwelijke bloem, vruchtbaarheidsgordel, vruchtbaarheidsknip, vruchtbeurs, vruchtbaam, vruchtdunnen, vruchthout, vruchthoutsnoei, vruchthouttak, vruchtspoor, vruchtwisseling, teeltwisseling, vruchtzetting.

Vrije spil

Een spilvorm waaraan in principe niet wordt uitgebogen.

Te steil groeiende takken of twijgen worden weggesnoeid.

Vrijmaken

Een boom maakt zich vrij door wortelvorming boven de entplaats. Hierdoor gaat het groeiverzwakkend effect van de onderstam verloren.

vrouwelijke bloem

alleen stampers bevattend

Vruchtbaarheidsgordel

Een band, best van blik, zeer stevig bevestigd aan de voet van de stam (draad erom). Moet de vruchtbaarheid van de boom vergroten of vervroegen.

Vruchtbaarheidsknip

Men snoeit bij een tweejarige tak, tot op de bovenste gemengde knop in.

Vruchtbeurs of vruchtklier

Dit is een verdikking waar een pitvrucht heeft aangehangen. Het aantal vruchtbeurzen geeft een idee van de vorige dracht.

Vruchtboom

Een gekweekte boom waaraan fruit groeit. Bijvoorbeeld appelboom en perenboom.

Vruchtdunnen, uitdunnen

Het verminderen/ wegnemen van een aantal knoppen, bloemen of vruchten met de bedoeling de vruchtkwaliteit te verbeteren. De vruchten/ zaden zijn groter en bij uitzaaien heeft men meestal een betere groeikracht. Bloesemdunning en een vroege dunning van de jonge vruchten kan beurtjaren voorkomen. Zie ook vruchtdunnen bij appel & peer en dunnen van pruimen

Vruchthout

Het vruchthout draagt vruchten en wordt al dan niet vervangen, afhankelijk van het snoeisysteem.

Vruchthoutsnoei

Korte snoei, vooral toegepast op vormbomen. Wordt in de moderne fruitteelt verricht in de vorm van uitdunnen van vruchthout.

Vruchthouttak

Deze staan op de gesteltakken/ harttak en zijn niet-blijvend. In moderne appelaanplantingen spreekt men vanaf 2001 van vruchttakken i.p.v. gesteltakken. Zie ook artikel eenvoudige appelsnoei.

Vruchtspoor (druivelaar)

Een zijtak van de gesteltak van de wijnrank/ druivelaar waarop de vruchttak groeit. Het vruchtspoor verlengt elk jaar omdat de vruchttak op twee ogen wordt gesnoeid. Zie ook snoei van druiven

Vruchtwisseling, teeltwisseling Een groep van gewassen wordt opgevolgd door een andere groep in een vier- tot zesjaarlijks ritme. Ook genoemd Vruchtafwisseling en wisselbouw. Het regelmatig wisselen van het te telen gewas op dezelfde grond, om bodemmoeheid en andere ziekten, plagen en aantastingen te beperken.

Vruchtzetting

Het moment waarop de vruchten gaan groeien nadat de bloemen bestoven zijn.