Houtwal.be --- Fruit ABC --- Tuin- en plantenlinks --- Index tuintaal, tuinbouwtaal  --- Tuintaal: ...

Tuintaal - betekenis/definitie tuinbouwtaal:

"wi"
plaatje index

Definitie/betekenis van begrippen i.v.m. tuinbouw & tuinieren: wieden, wijkers, wijnbes, wijnstok, druif, wilde plantentuin, wilde scheuten, wilde vruchten, wildopslag, wilgentenen, windbestuiver, windende stengel, windgevoelig, windschade, windscherm, windsingel, windvorst, windworp, winterbedden, winterbescherming, winterbloeier, wintergroen, winterhard, winterkenmerk, winterknoppen, winterland aanleg, winterrassen, winterrust, wintersnoei, winterstek, wisselstandige bladeren

Wieden

Het met de handen verwijderen van onkruid, inclusief de wortels. In de biologische teelt van fruit en groenten neemt het wiedwerk heel wat tijd in beslag.

Wijkers

Bomen, die in een blijver-wijker-beplanting na een aantal jaren (5-10) moeten worden verwijderd, omdat men niet meer met werktuigen door de aanplant kan rijden.

Wijnbes, Japanse wijnbes, Japanse braambes

De Japanse wijnbes is een bijzondere bladverliezende, kleinfruitsoort die bijzonder geschikt is als leiplant in fruit- en siertuinen. De witroze bloemen verschijnen in juni-juli en zijn niet gevoelig voor de lentenachtvorst. Mits een goede standplaats (vochthoudende grond en veel zon) kan deze bijzondere kleinfruitsoort in de vroege zomer bloeien en enkele maanden later reeds eetbare vruchten geven. Oorspronkelijk is de plant afkomstig uit Noord China en Japan. Meer lezen over de Japanse wijnbes - Rubus phoenicolasius.

Wijnstok, wijnrank, Druif

Druif. Vitis viniferaSommige druivenrassen zijn ook geschikt voor teelt in openlucht. Plant steeds op een warme, zonnige plaats in de tuin. Een muur die naar het oosten of zuiden gericht, is ideaal. Plant steeds aangepaste rassen die voldoende aangepast zijn aan ons klimaat en die weinig vatbaar zijn voor de belangrijkste schimmelziekten.
Sommige rassen zijn niet geschikt voor openluchtteelt, maar kunnen enkel in kas/ serre gekweekt worden.
Voor meer teeltinfo zie Fruit ABC en fruitboek

Wilde plantentuin en -parken

Zien er inzake vormgeving en aanleg hetzelfde uit als klassieke tuinen en parken, maar de beplanting bestaat uitsluitend uit inheemse wilde planten.

Wilde scheuten

Scheuten die zich ontwikkelen uit slapende of adventieve knoppen onder de schors van een boom of struik; vaak schieten ze op naast snoeiwonden op boomstammen of takken.

Wilde vruchten

Wilde vruchten zijn eetbare vruchten van planten die in de vrije natuur groeien, zoals de rozenbottel, de bosbes en de vlier (Zie vlier). Voor meer teeltinfo zie Fruit ABC en fruitboek

Wildopslag (Rosa, Malus, Pyrus, Prunus)

Takken en twijgen die uit de onderstam groeien in plaats van uit de ent; wordt ook 'wild' genoemd. Zie ook artikel "wildopslag verwijderen"

Wilgentenen

Wilgentenen zijn speciale dunne wilgentwijgjes, hun diameter gaat tot zo'n 8 9 mm. Ze zijn bijzonder buigzaam, je kunt ze onder elke gewenste hoek buigen zonder ze te breken. Ze worden o.a. in bloemschikken gebruikt voor kransen te vlechten. Vooral de Salix alba (schietwilg) is bijzonder geschikt voor dit gebruik.

Windbestuiver

Planten die bestoven worden door stuifmeel, met de wind meegevoerd. Windbestuivers zijn o.a. Juglans regia (walnoot, okkernoot), Castanea sativa (tamme kastanje) en Corylus avellana (hazelaar). Voor meer teeltinfo zie Fruit ABC en ABC van het plantenlatijn.

Windende stengel

Stengel die zich rond een steun omhoog slingert; bijv. Blauwe Regen (Wisteria)

Windgevoelig

Beschutting tegen krachtige wind is noodzakelijk.

Windschade

De schade die ontstaat aan planten onder invloed van sterke wind.

Windscherm

Schutting rond een veld om de planten tegen de wind te beschermen. O.a. Alnus incana (Italiaanse els, Grijze els) is hiervoor heel geschikt.

Windsingel

Een boomaanplanting als windscherm.

Windvorst

Transportkoude. De aanvoer van polaire lucht, waardoor het 's nachts vriest. Vooral bij NO-wind kan deze situatie zich voordoen.

Windworp

Ontwortelen door hevige stormwinden.

Winterbedden

Gewenten. Grond die op bedden ligt voor een goede ontwatering. Een winterbed is meestal 1,75 (1,80) m breed, terwijl de vorden ca 50 cm breed en 20 cm diep zijn.

Winterbescherming

Kan zijn beschermen tegen de zon, zodat planten niet te vlug uitlopen. Beschutting tegen de morgenzon en tegen uitdrogende wind. Afdekken bij strenge vorst.

Winterbloeier

Deze planten bloeien 's winters en kunnen flink wat koude verdragen, maar liefst geen tocht. O.a. Cornus mas, Corylus avellana 'Contorta', Hamamelis mollis, Jasminum nudiflorum, Prunus spinosa, Prunus subhirtella 'Autumnalis'. Tracht deze opvallende winterbloeiers nabij je terras of keukenvenster te planten, zodat je van hun opvallende aanwezigheid kan genieten. Van sommige winterbloeiers kan je later nog lekkere vruchten plukken. Voor meer teeltinfo zie Fruit ABC en fruitencyclopedie (tuinboek)

Wintergroen

Bomen of heesters die 's winters hun blad behouden. In de plantennaam is dat dikwijls terug te vinden. Zie "ABC van het plantenlatijn".

Winterhard

Planten, die zonder speciale bescherming tegen de jaarlijks terugkerende vorst bestand zijn, noemt men winterhard. Sommige vergeten of historische groenten zijn zeer winterhard.

Winterhardheid

De mate waarin de plant (boom of struik) vorst kan verdragen.

Winterkenmerk

Eigenschap van een boom of struik waaraan je takjes zonder bladeren kan herkennen. Bijvoorbeeld aan de vorm van de knoppen of aan het bladlitteken.

Winterknoppen

Winterknoppen zijn knoppen aan de top van korte uitlopers. Deze knoppen kunnen losraken los en zinken dan naar de bodem.

Winterland aanleg

De tuingrond wordt verdeeld in bedden. Tussen de bedden zijn er voren of greppels. De bedden worden bedekt met organisch materiaal en nadien met grond uit de voren afgedekt. Dit werk wordt veelal in november-december uitgevoerd.

winterrassen

Rassen met een lange koelhuisbewaring, bijv. tot eind mei - juni - juli.

Winterrust

overwinteringsfase (onder invloed van korte daglengte en lage temperatuur)

Wintersnoei

Het insnoeien en/ of verwijderen van twijgen en takken in de rustperiode. (Winter). De wintersnoei heeft tot doel een mooiere boomvorm of struikvorm te geven en een gezondere groei te geven. Luchtig gesnoeide bomen & struiken zijn minder vatbaar voor schimmelziekten. Voor meer teeltinfo zie Fruit ABC ,  "Fruit-snoeikalender" en fruitboek

Winterstek, houtstek, twijgstek

Kiest men stekken zonder bladeren, dan noemt men die winterstek. Slechts een beperkt aantal gewassen is via winterstek te vermeerderen. O.a. toe te passen bij peer- en pruimonderstammen, trosbessen, vlierbessen en kruisbessen. Ook een groot aantal sierheesters kunnen door winterstekken vermeerderd worden. Tijdstip: november - maart.
Teeltinfo & winterstekken 1  en stekkalender fruitsoorten

Wintervlinder, kleine wintervlinder

De kleine wintervlinder (Operophtera brumata, familie Spanners) is een nachtvlinder waarvan de spanrupsen in de lente schade doen aan fruitbomen. Bij appel-, peren-, pruimen- en kersenbomen kan er veel vraatschade zijn. Natuurlijke vijanden van de wintervlinder zijn In het voorjaar de koolmees en de bonte vliegenvanger. Door lijmbanden aan de boomstammen vast te maken in oktober en november kan men de schade beperken. Lees meer over de kleine wintervlinder en boomlijmbanden.

Wisselstandige bladeren

Bladeren die om en om op verschillende hoogtes aan een stengel groeien.

 

 

Nuttige weblinks:

ABC van het plantenlatijn.
http://twitter.com/gdekinder
Betekenis van wetenschappelijke plantennamen.
Blauwbessen, koningin der bessen

Groente & Fruit Encyclopedie
Plantenvermeerdering
Plantennomenclatuur
Planten interactief
Fruit ABC